Gedichten

In Wijk bij Duurstede

Trapten we zachte ballen
tegen blinde muren. Graffiti
maskeert moeizaam recht
en grauw niet. Alles is doorzichtig.
Alle sporen gaan hier dood.

In dit loodrechte huizenveld
vallen kinderen van bladderende
fietsen af, schreeuwen moeders
van witte balkons met bloembakken
aan de balustrade dat het etenstijd is.

We rookten paracetamol.
Gooiden stenen naar reigers omdat ze
clichématig langs de waterkant stonden
en lieten blaren verrijzen met aanstekers
en bussen deodorant.

Het ouijabord ging mee naar de sluizen,
maar de geesten die hier dwalen, hadden
nooit iets boeiends te vertellen.

Hier in Wijk bij Duurstede
maakten wij van meisjes knellende ritsen
met tongen van ijzer en borsten vol sokken.

Was het eigenlijk al lang tijd
om op te groeien, maar bleven wij
toch slap hangen in portieken.

Utrecht noir

Het vuur in mij is
geleend van toevallige
passanten.

Gehaast tasten zij
hun zakken af en kijken
weg bij het aanreiken.
Het is een code voor:

schiet op.

Ik bedank in knikvorm
en haast me
aangestoken de straat in

waar muurlantaarns plaats
maken voor reclameborden en
meisjes steegjes ingesleurd worden

door hun blaas. Mocht ik lucifers
in huis hebben, speel ik heel de
nacht piano.

Nintendo

Er werd een boomhut uit de takken geslagen
omdat de buurvrouw graag naakt in de tuin lag.
De buurman wees op het alleenrecht rond zijn vinger.
Het rook naar vis en sloten en bier uit de haven.

Er zit geen raam in, probeerde ik nog in de hoop
dat volwassenen geen gaten in planken konden zien.
Alle spijkers gingen in potten die ik niet mocht dragen.

Je bestuurde de teevee met je vingers.
Ze geurden naar hars, zweet en limonade.
Er werden niet alleen takken geslagen,
ik ademde, onverhoopt, op de Nintendo.

Geplaatst in Gedichten en getagd met .