Uit het leven van een Fulltime Prutser

Jonathan Griffioen, geboren te Amsterdam, 1987, Fulltime Prutser, is sinds begin vorig jaar actief als dichter. Zo publiceerde hij bij Brabant Literair, Zijn en De Contrabas , stond hij op festivals als Car Art en Artibosch, vind je hem regelmatig op de planken van diverse slampodia en stond hij in de finale van Write Now! 2012. Met zijn gedichten wil hij wat klein is groot maken en andersom. Sinds kort maakt Jonathan deel uit van het zevenkoppige Werktitelcollectief en houdt hij zich bezig met het organiseren van poëzieavonden.

Jonathan GriffioenUit je gedicht ‘In Wijk bij Duurstede’ blijkt verveling een grote rol te spelen onder de inwonende jongeren. Heeft deze verveling je aangezet tot het schrijven van poëzie?
Het is eigenlijk iets wat eerder op gang is gekomen. De actieve verveling begon pas toen ik een jaar of zestien was en wij met z’n allen tegen het Wijkse plafond aanstootten. Maar schrijven deed ik al een tijdje voordat ik dagelijks in de portieken te vinden was.

In zinnen als: ‘Mocht ik lucifers in huis hebben / speel ik heel de nacht piano’, gebruik je alledaagse woorden in een onverwachte combinatie. Dit is terug te zien in het het werk van Kira Wuck. Is dit een dichter waar je voorbeeld aan neemt?
Ik ben eigenlijk laatst pas begonnen met het lezen van Finse Meisjes. Ik vind Kira geweldig. Als ik een gedicht van haar lees denk ik steeds: zo moet het. Maar als je me vraagt om voorbeelden te noemen, dan noem ik namen als Jan Arends, Charles Bukowski, Gerard Reve en Henri Michaux.

Wat moet een gedicht bij de lezer teweeg brengen?
Aan gedichten die enorm veel voorkennis vereisen heb ik een hekel. Een gedicht moet op zichzelf staan. Het moet ook geen onsamenhangende brij van hippe woorden zijn. Ik verdraag intellectueel en artistiek geneuzel in gedichten bijzonder slecht. Niet dat ik niet van surrealisme houd, ik wil eigenlijk vooral voelen, dat vind ik belangrijker dan het begrijpen van de letterlijke tekst.

Je lijkt je af te zetten tegen de esthetische poëzie en de romantische klanken. Wat is voor jou de waarde van de naakte realiteit?
Of afzetten het goede woord is, weet ik niet. Ik ben niet bewust bezig om mij af te zetten in ieder geval. Ik ben erg geïnteresseerd in wat ze uit films knippen. De tijd die je bij de bushalte doorbrengt, de gesprekken over het weer en de stiltes daartussen. De verjaardag van je tante. Alle elementen die het leven saai en doorsnee maken, de dingen waardoor je juist wilt ontsnappen door middel van muziek, poëzie of drugs. Dat wil ik graag verwoorden. Omdat het zo echt is en omdat ik denk dat iedereen het herkent in meer of mindere mate. Omdat ik denk dat er juist in dat soort momenten schoonheid zit.

De laatste maanden zien we je steeds meer verschijnen op podia en dichtslams. Wat is de meerwaarde van je gedichten op het podium?
Of mijn gedichten op het podium een meerwaarde hebben, weet ik niet. Ik zie mijzelf niet specifiek als podiumdichter. Zo ben ik nog steeds enorm zenuwachtig voordat ik op moet. Wel vind ik het geweldig om direct reactie te krijgen. Soms begrijpen mensen de essentie van je gedicht beter wanneer je het voordraagt. Dat is dan geweldig. Het is iets dat ik echt met mijn hart doe. Ik wil niets liever.

Timmer je hard aan de weg om een bekende dichter te worden?
Ja, ik probeer zo veel mogelijk op te treden. Ik stuur met regelmaat gedichten naar literaire tijdschriften en ik ben bezig om samen met Daniël Vis een evenement in Utrecht op te zetten, maar dit staat nog echt in de ongeveterde kinderschoenen. Ook heb ik recentelijk samen met zes andere dichters ’t Werktitelcollectief opgericht. We voeren continu competitie onderling en de beste gedichten uit de reeksen zullen op de (binnenkort te lanceren) site komen te staan. We gaan ook zelf poëzieavonden organiseren. Jullie gaan er sowieso meer van horen.

Geplaatst in Interviews en getagd met .