Bewerkt met een beitel van bloed

Onlangs verscheen bij het PoëzieCentrum Voor de prijs van mijn mond, een fraaie bloemlezing met werk van twaalf contemporaine Roemeense dichters. Sander de Vaan spr@k met vertaler/samensteller Jan Mysjkin over een bundel die alle aandacht verdient.

De poëzie uit diverse Oosteuropese landen, waaronder Polen en Rusland, krijgt al jaren veel aandacht in het Westen, maar dat geldt minder voor Roemenië. Waar zou dat aan kunnen liggen?
De reden ligt voor de hand: er was tot voor kort geen vertaler die met enige volharding de Roemeense poëzie naar de Nederlandse lezer toe bracht. Onze kennis van wat een relatief klein taalgebied poëtisch te bieden heeft, hangt vaak af van één enkele dichter/vertaler. We hoeven maar te denken aan Erika Dedinsky, die een hartstochtelijke pleitbezorgster van de Hongaarse poëzie was, of Peter Nijmeijer en Bernlef voor respectievelijk de Ierse poëzie en de Zweedse poëzie. Altijd is er een speciale band met het land en de taal: Dedinsky was van Hongaarse afkomst, Nijmeijer was met een Ierse getrouwd en Bernlef had als jongeling in Zweden gewoond. Toen Dedinsky na een zwaar ongeluk niet meer aan schrijven en vertalen toekwam, viel ook de stroom poëzievertalingen uit het Hongaars weg. Hetzelfde geldt voor de vertalingen uit het Iers na Nijmeijers echtscheiding. We moeten afwachten hoe het na de dood van Bernlef met de Zweedse poëzie zal gaan.

Ik neem aan dat ook jij zo’n speciale band met Roemenië hebt…
Tijdens de zomer van 2001 was ik uitgenodigd in het Collège Européen des Traducteurs Littéraires te Seneffe, in Franstalig België. Er waren dat jaar niet minder dan drie Roemeense dichters/vertalers aanwezig. Ze spraken met veel enthousiasme over de Roemeense literatuur en ik kwam tot het besef dat ik er bijna niets over wist. Ion Creangă, Lucian Blaga, Nichita Stănescu? Ik had nooit van ze gehoord. Als ik een Roemeense auteur kende, dan was dat omdat hij niet in het Roemeens schreef, zoals Paul Celan, Eugène Ionesco of Tristan Tzara. Eén van de dichters/vertalers in Seneffe, Ioan Flora, was eveneens secretaris van de Roemeense Schrijversbond en beloofde me voor een colloquium naar Roemenië uit te nodigen. Hij heeft woord gehouden. Tijdens het colloquium heeft de duivelsdartele liefdesgod zijn pijlen zo goed gericht dat ik vervolgens in Roemenië ben blijven plakken. Ik heb de taal geleerd, ik heb de literatuur verkend en via familie en vrienden ontdekte ik van binnenuit het alledaagse leven in Roemenië. Dat mijn hartsvriendin eveneens schreef en vertaalde was geen gering voordeel.

Wat zijn volgens jou de kenmerken van de moderne Roemeense dichtkunst?
De Roemeense poëzie is geen monoliet – dat mag wel blijken uit Voor de prijs van mijn mond, die een vervolg is op Engel in het raam op het oosten, een bloemlezing die eveneens twaalf dichters voorstelt. Het was er mij in de eerste plaats om te doen om zeer verschillende stemmen aan het woord te laten, die elk op zich het verschijnsel poëzie eer aandoen. Er is een evident verschil tussen de poëzie vóór en ná de val van de nationaal-communistische dictatuur. Onder Ceauşescu moest elke bundel de censuur passeren. Er bestond een lijst van woorden die je als dichter niet mocht gebruiken. In de atheïstische republiek Roemenië was één van die woorden ‘kruis’, met als gevolg dat je evenmin ‘kruishouweel’, ‘kruiskruid’ of ‘kruisspin’ mocht gebruiken, al hebben die niets met religie te maken. Onder het communisme werd elk woord gewikt en gewogen, in de eerste plaats door de dichter zelf, die ondanks de censuur wilde zeggen wat hij of zij te zeggen had. Een frontale botsing met de autoriteiten was geen optie, dat leidde alleen maar tot een publicatieverbod. Dus ging het erom de censuur in het ootje te nemen. Er staat mij een voorbeeld voor ogen dat direct met Nederland te maken heeft. Toen Mariana Marin in de jaren tachtig een fel kritische bundel over de Roemeense werkelijkheid had geschreven, kreeg ze van de uitgever te horen dat die nooit door de censuur zou komen. Hij gaf haar de raad om persoon, tijd en plaats van de bundel te wijzigen. Dat heeft ze gedaan. Het personage was niet langer zij zelf, maar Anne Frank; de tijd was niet langer de jaren tachtig, maar de jaren veertig; de plaats was niet langer Boekarest, maar Amsterdam. Op die manier leek de bundel een aanklacht tegen het nazisme. Dankzij die travestie kon de kritiek op het drukkende bestaan van alledag in Roemenië tóch worden gepubliceerd – en de lezer wist maar al te goed dat de verschuiving in tijd en plaats een vermomming was.

Vandaag hebben de dichters niet meer met een dergelijke censuur te maken.
Nee, vandaag kunnen ze op papier zetten wat ze maar willen, al heeft het tot 2000 geduurd voor er echt een beweging op gang kwam die schoon schip maakte met de abstracte en esthetiserende poëzie van hun voorgangers. In 1998 publiceerde Marius Ianuş het ‘fracturistisch manifest’, waarin hij pleit voor een poëzie waarin de dichter zonder schroom over zichzelf schrijft. Voor de fracturisten komt het er niet op aan om een mooi taalding ineen te knutselen, met gesofisticeerde enjambementen, meditatieve diepgang of hoogdravend lyrisme. Hun drijfveer is zuiver biografisch en existentieel. Ze willen zo direct en authentiek mogelijk het niet al te vrolijke leven in Roemenië vastleggen in een taal zonder versierselen. Onder het communisme was dat onmogelijk en het kwam dan ook als een schok bij de vorige generaties aan, die hen als vulgair en pornografisch afschilderden. De fracturisten streefden naar een ‘poëzie na de poëzie’, maar ondertussen maakt hun werk gewoon deel uit van het poëtische landschap. Nadat de beweging als groep een doorbraak had geforceerd, zijn de persoonlijkheden elk hun weg gegaan, dat was bij ons met bijvoorbeeld de Vijftigers niet anders. De critici die de ‘Generatie 2000’ proberen in kaart te brengen, hebben het over ‘neo-expressionistische’, ‘minimalistische’, ‘hyperrealistische’, ja zelfs ‘deprimistische’ poëzie. Het getuigt alvast van een gevarieerd palet aan invalshoeken. Maar al gaan de dichters van vandaag niet langer gebukt onder de politieke censuur, nu klagen ze wel over de dictatuur van de vrije markt: wat niet verkoopt, wordt niet gepubliceerd. Ze kunnen het natuurlijk altijd nog zelf drukken en aanbieden, ook door middel van internet, er is geen mens die hen een strobreed in de weg legt. Er is ook geen mens die om hen vraagt, dat is een andere kwestie.

Is er een dichter uit het door jou gekozen twaalftal die er naar jouw smaak ‘uitspringt’?
Juist deze week las ik in Observator Cultural dat mijn collega Sean Cotter in de Verenigde Staten de Best Translated Book Award heeft ontvangen voor zijn bloemlezing van de poëzie van Nichita Stănescu: Wheel with a Single Spoke. ‘Nichita Stănescu was the defining poet of Communist-era Romania,’ schrijft Sean Cotter. Andere markante dichters na de Tweede Wereldoorlog waren Gellu Naum en Virgil Mazilescu, maar die staan niet in mijn bloemlezing. In de twee tot nu toe verschenen bloemlezingen wilde ik in de eerste plaats levende dichters voorstellen. Toen ik Voor de prijs van mijn mond samenstelde, vond ik naast Ana Blandiana geen tweede nog levende dichter die kwalitatief de generatie van de jaren zestig kon vertegenwoordigen en niet al in de vorige bloemlezing was geïntroduceerd, dus heb ik Nichita Stănescu mee opgenomen. Je kunt niet zeggen dat hij uit de traditie of uit de avant-garde voortkomt, de man is een categorie op zichzelf. Je herkent zijn werk meteen, zoals je Miles Davis herkent aan een enkele trompetstoot. Onder schrijvers en kunstenaars wordt zijn achternaam nooit uitgesproken, we hebben het over Nichita en dat volstaat om de dichter aan te duiden; bij alle andere Nichita’s moet de achternaam erbij. Hij is in 1983 op vijftigjarige leeftijd overleden, maar dertig jaar na zijn dood is hij nog altijd enorm populair in Roemenië, niet in het minst omdat een aantal van zijn liefdesgedichten met groot succes op muziek is gezet. Zijn werk dringt moeilijk door buiten Roemenië, maar dat geldt voor elke Roemeense dichter, ook voor een klassieker als Lucian Blaga. In 1999 was er een omvangrijke bloemlezing in het Italiaans, La guerra delle parole, in 2005 heb ik met drie collega’s een bloemlezing in het Frans gepubliceerd, Les non-mots et autres poèmes, en nu is er de eerste Amerikaanse bloemlezing, die gelijk met een prestigieuze vertaalprijs wordt bekroond. Afwachten of het in de Lage Landen een uitgever nieuwsgierig maakt – ik heb alvast honderd gedichten klaar in een map.

Mocht er een uitgever meelezen: kun je hier een aantal verzen of een gedicht van Nichita citeren?
Mocht er een uitgever meelezen, dan verwijs ik naast Voor de prijs van mijn mond naar de Poëziekrant van juli-augustus 2004 en het zojuist verschenen Roemenië-nummer van Deus ex Machina. Op mijn aanbeveling hebben Ilja Leonard Pfeijffer en Gert Jan de Vries een gedicht van hem opgenomen in De Canon van de Europese Poëzie. Eén van zijn meest gebloemleesde gedichten is ‘De les over de kubus’ uit Onvolmaakte werken van 1979:

Je neemt een steenblok
dat je bewerkt met een beitel van bloed,
schuurt met het oog van Homeros
en gladschraapt met stralen
tot de kubus perfect is.
Daarna kus je ontelbare keren de kubus
met je mond, met andermans mond
en vooral met de mond van de infante.
Daarna neem je een hamer
en je slaat plots een hoek van de kubus af.
Iedereen, maar absoluut iedereen zal zeggen:
‘Wat zou dat een perfecte kubus zijn geweest,
als die hoek er niet afgeslagen was!’

Eigenlijk mis ik in deze bloemlezing de bekendste dichter uit Roemenië: Mircea Dinescu, de man die een voorname rol vervulde tijdens de Roemeense revolutie van 1989, waarbij dictator Ceauşescu werd afgezet. Is hij in poëtisch opzicht minder belangrijk dan zijn internationale faam doet vermoeden?
Mircea Dinescu is opgenomen in Engel in het raam op het oosten, mijn eerste bloemlezing die in 2010 in een zelfde opmaak eveneens bij het Poëziecentrum is verschenen. In het eerste decennium na de val van Ceauşescu heeft Dinescu zich veeleer als pamflettist dan wel als dichter geprofileerd. Vandaag is hij een wijnboer die voor een eigen investering van een half miljoen euro 1.200.000 euro aan Europese fondsen naar zijn wijnbergen wist te verslepen. Hij produceert een dozijn soorten wijn waarvan Vinul lui Dinescu, een klassieke witte sauvignon, de bekendste en de lekkerste is. Daarnaast heeft hij een veelbekeken babbelprogramma op de televisie, dat hem 20.000 euro per aflevering oplevert, elke week weer. Zijn verdiensten als dichter dateren van vóór 1989.

***
Jan H. Mysjkin – Voor de prijs van mijn mond. Hedendaagse poëzie uit Roemenië
Poëziecentrum 2013; 184 pagina’s; € 22,50
ISBN 978 90 5655 295 4

Geplaatst in Interviews en getagd met .