Gedichten

NIEUWBOUW
 
Het schoolplein moest met vuistslagen en schijn-
bewegingen veroverd worden. Op eigen risico betreed
ik dit terrein en meld me bij de uitvoerder. Hij zet me een
helm op en geeft me veiligheidsschoenen voor het zand
 
dat ik onder mijn nagels mee naar huis nam, in mijn 
buik de lekke bal, de fysieke vormgeving van de 
hoofdparkeerplaats waar ik al mijn knikkers verloor
en het hart van Diana won, of was het anders-
 
om de ruimte in mijn hoofd staan hekken in de wind 
te rammelen, in een hoek op een bult de weggegraven
grondslag, klaar om verwijderd te worden. Dan zijn we
 
weer een stap verder in de realisatie van een servicegebied
zonder zorgen. Beschadigde onderdelen worden weggewerkt 
wat lagere lasten voor de nieuwe huurders betekent.
 
 
 
 
OP DEZE PLEK MOET ALTIJD IETS ANDERS STAAN
 
Maar als ik klaar ben met stapelen 
en voegen, zie ik dat de woorden als 
keien uit mijn hoofd om me heen zijn 
gegroeid tot een muur van wat er was.
De bovenste steen, de kroon, moet ik 
begraven, de onderste steen boven.
 
Als er een manier zou zijn om met mijn 
kop in de wind boven deze wand te 
staan, lucht te scheppen, er met mijn 
hart woorden in te hakken die kloppen
ze met mijn tong glad te slijpen. Dan 
kon ik mijn stem een plek tussen zojuist
en straks geven, met mijn adem als 
fundament bouwen aan mijn naam.
 
Dan zou ik durven zingen.
 
 
voor Vocaal Ensemble Zutphen
bij jubileumprogramma Kings and Crowns
 
 
 
 
COMFORT EN SNELHEID ZIJN AFHANKELIJK VAN ONTWERP EN GEBRUIKT VOERTUIG
 
Het jagen naar de volgende straat, de onrust 
in het rubber, de roes van het optrekken. 
Ik, die mijzelf heb opgeworpen als beschermer 
van jullie kinderen, ken de onderkant van de haast. 
 
Als die opgebrand is, werp ik stenen van me af
rol over land om zomaar ergens weg te spoelen. 
 

 

Geplaatst in Gedichten en getagd met .