Een kwart van alle paperclips raakt kwijt

Na een zoektocht van beeldhouwen, theaters bezoeken en dagboeken schrijven kwam Tim Pardijs (1978) bij poëzie uit. ‘Dit is het’, dacht hij. Vijf jaar later werd hij stadsdichter van Zutphen. Met zijn gedichten blijkt Tim een bruggenbouwer. Hij valt op door de heldere toon in zijn werk en zijn vermogen om raakvlakken te creëren tussen de literatuur en de ‘gewone wereld.’ Hij staat dan ook graag voor publiek, schrijft live gedichten voor congressen en organiseert literaire avonden met dichtersverband Kopwit. Januari 2015 verschijnt zijn debuutbundel met stadsgedichten. Pardijs lijkt altijd bezig. Meander sprak met hem over de meerduidigheid van taal, waar het schrijven begon, paperclips en straatdrempels.

Tim PardijsDe dichter van nu
Dat het clichébeeld van de dichter als bebaarde einzelgänger al lang van de baan is, bewijst Tim Pardijs. Zijn handdruk is stevig, zijn kleding nonchalant, een kruising tussen een boerenjongen en een zakenman. We gaan zitten op het terras. De asbak op de gedichten, Tim steekt alvast een sigaretje op. Hij heeft iets straks en toch iets losjes, net als zijn gedichten. In zijn taalgebruik zit controle. Zo schrijft hij in het gedicht ‘Nieuwbouw’: ‘hoofdparkeerplaats waar ik al mijn knikkers verloor/ en het hart van Diana won, of was het anders-/ om de ruimte in mijn hoofd staan hekken in de wind.’ Tim speelt subtiel met taal. ‘Ik houd van de meerduidigheid van woorden, dit maakt een gedicht open. Toch is taal voor mij geen doel op zich, maar een middel.’
 
Van scholier naar stadsdichter
Tims interesse in poëzie begon al vroeg. ‘Mijn leraar Nederlands vertelde over Music Hall, de bloemlezing van Paul van Ostaijen. Ik snapte niet veel van de gedichten, maar het was anders dan wat ik kende. De mogelijkheden van de taal inspireerden mij.’ In de jaren daarna schreef hij dagboeken, deed pogingen tot korte verhalen en studeerde Journalistiek. Hij waagde zich pas aan poëzie in 2008. ‘Ik was getrouwd en had een aantal jaren een baan, maar ik miste nog iets, een mogelijkheid om me creatief te uiten. Ik begon een zoektocht. Ik heb beeldhouwen geprobeerd, theater, concerten, zelfs een paar maanden skaten, maar dat was het niet. Toen ik op een poëzieavond kwam waar Ramsey Nasr een kleine lezing gaf, wist ik het meteen: dit is het, hoe hij dat vertelde, dat alles kan met taal.’ Pardijs maakte zijn start bij het open podium van Kopwit, radio 1 en bij literair productiehuis Wintertuin. ‘In het begin schreef ik nog te individueel en in een dagboekstijl. Dat hebben ze mij snel afgeleerd.’
 
Ready mades 
 Van dat individuele is dan ook minder te zien in Tims huidige gedichten. In het gedicht ‘Nieuwbouw’ schrijft hij: weer een stap verder in de realisatie van een servicegebied/ zonder zorgen. Beschadigde onderdelen worden weggewerkt / wat lagere lasten voor de nieuwe huurders betekent. Hier spreekt een sterke, haast zakelijke stem. Tim: ‘’Nieuwbouw’ is een ready made, bij deze techniek maak je van bestaande teksten een nieuw gedicht. Bij ‘Nieuwbouw’ heb ik een internetbericht gebruikt over nieuwe zorgappartementen op de plek van mijn oude school, in combinatie met herinneringen aan de lagere schooltijd. Ook Wikipedia is een goede inspiratiebron. Ik heb ooit een gedicht geschreven op een foto van een meisje dat in Zutphen vermoord werd gevonden. Ze had oorbellen van paperclips. Op Wikipedia vond ik: ‘‘Een kwart van alle paperclips raakt kwijt.’’’
 
Een eigen stem
Als stadsdichter schrijft Tim veel in opdracht. Afwisselend van poëzie bij stadsbeelden tot live poëzie bij de gemeenteraadsverkiezingen. ‘Ik voel me soms een kameleon, ik kan mij makkelijk staande houden in veel verschillende omgevingen. Vaak komt er bij een zakelijk gedicht vanzelf iets persoonlijks in, die combinatie maakt het spannend.’ Bij radio 1 leerde hij al in opdracht te schrijven en ook de techniek met ready mades zorgde voor opdrachten. Toch schrijft Tim ook vrij werk. ‘Mijn vrije werk is persoonlijker, maar moeilijker om te schrijven. Ik heb dan alleen mijn eigen stem. Inspiratie haal ik vaak uit beelden. Dan denk ik: hoe kun je dit op een andere manier zien? Zo heb ik een gedicht over een drempel in mijn woonwijk. Ik dacht: wat zou een drempel zeggen? Dus gaf ik hem een stem.’ In opdracht schrijven past bij Tim, maar het is de vraag of dit ten koste gaat van zijn eigen, persoonlijke stem. ‘Nu ik erover nadenk, als ik vrij werk schrijf geef ik mezelf meestal een opdracht, misschien is het mijn manier van werken geworden. Hoe zou ik schrijven als ik geen middelen van buiten had? Dat blijft een interessante vraag. Misschien geeft elke dichter zichzelf wel opdrachten. Echt persoonlijk schrijven is ook een beetje eng.’
 
Geplaatst in Interviews en getagd met .