Daniël Vis – Crowdsurfen op laag water

Het verlangen naar kicks

door Levity Peters

Ik heb me rotgezocht, maar niet kunnen vinden waar ik het gedicht gelezen had. ‘Niet mijn poëzie’, had ik gedacht, maar toen ik het gedicht van Daniel Vis (zijn naam was ik vergeten) terugvond in de bundel Crowdsurfen op laag water, was ik verrast dat ik elke strofe herkende.
Het was een beetje als met de kunstwerken van Jeff Koons, die, of je wilt of niet, zich in je geest nestelen om nooit meer uit te vliegen. Je herinnert je de glimmende opgeblazen luchtballon hond, de beelden van Michael Jackson met het aangeklede aapje, en van zichzelf met zijn toenmalige vrouw, voormalig pornoster en kamerlid Cicciolina. Zo ook herinnerde ik mij het gedicht:

1800 WATT. IN DE AANBIEDING BIJ BLOKKER

hij komt thuis.

ze zit op de grond
naast de stofzuiger
en graait in de zak.

‘heb je iets opgezogen.’ vraagt hij.

ze sikt.

het snoer is afgerold
tot voorbij het gele streepje.

ze heeft geen broek aan.
ze heeft de smalste mond op de buis gezet.

op de vloer onder het stopcontact
ligt de verscheurde verpakking van een zwangerschapstest.

ze staat schreeuwend op de stoeprand,

er zit bloed onder haar
gemanicuurde nagels.

hij heeft diepe krassen in zijn nek,
hij heeft een sigaret vast
en loopt op haar af.

ze haalt haar tong langs haar nagels.

ze kent een plek tussen z’n benen.

hij komt thuis.

er ligt op tafel een briefje:

‘het is eruit.
M’n huissleutel zit in de brievenbus.

ps.
koop een betere stofzuiger.’

Of het de verdienste is van een schrijver of kunstenaar dat een tekst of een beeld zich onuitwisbaar in je geest settelt, geen idee. Ik zie wel een overeenkomst tussen het werk van Koons en het schrijven van Daniël Vis: een bepaalde koude gevoelloosheid waarmee hij ons in zijn wereld trekt.
Het eerste gedicht van de bundel:

DE SPIEREN VAN CARTMAN

1
hij heette abram
en zat in een elektrische rolstoel.
Stond erop tikkertje mee te doen.

we mochten hem geen klootzak vinden.

‘abram. abram. pak me dan,
als je kan.’

het schoolplein is wreed.

hij reed je vastberaden achterna.
zijn hand ferm
om de stuurknuppel geklemd,

zoemend.

we lieten hem soms winnen.

2
na school werd hij opgehaald.
zijn moeder had een speciale auto.
een bergingswagen.

abram zelf had motorpech.

we waren alleen jaloers
als het regende.

Je zag z’n gezicht door de ruit.
hij zat achterin, in z’n rolstoel,
als bagage.

‘heb je een leuke dag gehad,
lieverd.’

‘ja, twee jongens getikt en
er eentje aangerreden.’

ik had een blauwe plek op mijn been.

zijn spierziekte kroop langzaam verder.
en we mochten hem geen klootzak vinden.

Woordgrapjes als de elektrische (rol)stoel, de bergingswagen en abram als bagage getuigen niet van grote gevoeligheid of betrokkenheid bij zijn lijdend voorwerp.

Mijn aversie zegt niets over zijn gedegen manier van schrijven. En Vis oogst waarschijnlijk bij een lachgraag publiek succes, gezien het feit dat hij de NK Poetry Slam prijs 2014 gewonnen heeft. Leedvermaak is nog altijd een geliefde tijdspassering. Verveling, die verdreven wordt, eventueel ten koste van anderen.
Over dat laatste het laatste gedicht van de bundel:

MICHEL F. KNIPOOGT NAAR ALLES

1
hij kijkt alsof hij een trucje doet
en steekt zijn hoofd in een boodschappentas.

het plastic rond z’n mond beweegt heen en weer.

ik kijk en wacht tot het stopt.

na een paar minuten trekt hij de tas
van z’n hoofd.
hij is bezweet.

‘zo makkelijk gaat het niet.’ zegt ie.

‘misschien,’ zeg ik, ‘werkt krimpfolie beter,
of moet je’m met een elastiek om je nek doen,

dan sluit het beter af.’

2
op een middag probeer ik mezelf te waterboarden
met een 1000-dingendoekje.

ik kruip met m’n gezicht naar boven
op handen en voeten de douchecabine in.

leg het doekje over m’n neus, mond en ogen
en draai aan de knop.

het voelt alsof ik stik.

niemand houdt me vast. ik draai m’n hoofd weg.

‘je bent niet gebroken,’ zeg ik hardop
en wring het doekje uit.

3
een meisje met felgele kniekousen
en een simpel slipje zet haar webcam aan.

ze is live. voor 75 cent per minuut doet ze
wat je vraagt.
jennifer, net 18, zit wijdbeens op een bed vol knuffels.
ze heeft een injectiespuit met lucht erin.
ze zet de naald op een ader in haar dijen.

aan iedereen die inlogt vraagt ze
of ze het moet doen.

met is 4 uur ‘s nachts.
ik zit achter m’n computer en verveel me.

Wurgseks, datingsites, second love, transseksualiteit, masturbatie, kinder-, zelfs peuterervaringen, vrijwel alles deze getuigt van het verlangen naar kicks, misschien zelfs van de noodzaak ervan. Alsof de hoofdpersoon een zo geringe gevoeligheid heeft, dat slechts de heftigste ervaringen een rimpeling kunnen veroorzaken. In een van de gedichten vertelt de dichter hoe hem wordt uitgelegd wat kanker is, een ziekte waaraan zijn moeder lijdt, en waarover hij schrijft op dezelfde toon als over het voeren van levend aas aan piranha’s.

(..)
‘kijk,’ zegt ze, en wijst naar een zwart rondje
met een gemeen gezicht.

‘dit is kees de kankercel.
kees woont in je moeder.’

mamma legt haar hand op m’n been
en knijpt zachtjes.

op haar arm zit een naald vastgeplakt.
er loopt een buisje vanuit een doorzichtige zak
omlaag naar haar arm.

medicijnen heeft de verpleegster uitgelegd.
.
ik kijk naar het langzame druppelen
van de vloeistof.

het lijkt gewoon op water.

EEN KUTAFLEVERING VAN DE COSBY SHOW heet het gedicht.
‘Niet mijn soort poëzie’, dacht ik.

***
Daniël Vis (1988) is student filosofie en dichter, met publicaties in o.a. Het liegend konijn. Zowel in 2011, 2012 en 2014 stond hij in de finale van het NK Poetry Slam, dat hij in 2014 won. Hij trad daarmee in de voetsporen van onder andere Erik Jan Harmens, Ellen Deckwitz en Kira Wuck. Beluister hem hier.
Meander had in 2012 een interview met hem en publiceerde toen ook enkele van zijn gedichten.

Geplaatst in Recensies.