Gedichten

Jan-Willem Dijk

Jan Willem Dijk

de gasten verplaatsen zich kris kras
op het dak van het hotel, gulzig ademend

ik neem een hap van de nacht, knijp mijn neus dicht
en houd mijn lippen stijf op elkaar
na verloop van tijd vertoon ik het gedrag van een wolk

zolang mogelijk wil ik denken
dat de nacht in mijn longen op adem zal komen

iemand stelt voor rondjes van het donker te blazen
onder begeleiding van salsamuziek dijen we het heelal uit

het gedrag van rechthoeken

als laatste in een serie van figuren
studeerde ik rechthoeken

ik bevond mij in een houten zomerhuis
en raakte in gesprek met een van de aanwezige hoeken
over onder andere de koppigheid van cirkelvormige gaten in figuren

naarmate het seizoen vorderde
deed ik ook de andere hoeken aan en ontdekte
het gedrag van rechthoeken staat lijnrecht tegenover dat van langwerpige objecten
zoals kapstokken en kandelaars

voordat ik wist hoe een rechthoek in elkaar stak
was de zomer een vormeloze ruimte
en zat de wereld daaraan vastgelijmd

Leonie Veraar

Leonie Veraar

Eenzaam worden dat deed je niet alleen
daar waren andere mensen voor nodig
die niet eenzaam waren.

Op hun laatste verjaardagen
at je met holle kaken waar ooit tanden zaten
advocaat met slagroom.

Oud was je pas wanneer er gaten
in je hoofd vielen, namen streepte je pas door
wanneer kamers werden ontruimd.

Aan crematies deed je niet
je kon niet aan de gang blijven.

Je vroeg alleen voor het nieuwe jaar
een leeg adressenboek.

Op mijn achttiende dacht ik
volwassen te zijn. Me bewust
van besmettingsgevaar, spoelde ik
steak tartaar weg met wodka.

Wist ik toen maar dat, rectaal
gebruik de maag ontlast
dat door de absorptiekracht
van één tampon

drie glazen wodka ineens
kunnen worden ingebracht.
Wist ik toen maar dat
er grenzen zaten aan

mijn maagdelijkheid

Arjen Nolles

Arjen Nolles

18.00 uur

Jongens en meisjes
het is tijd om af te sluiten:
de boys van America Today (1)
hebben alle shirtjes opgevouwen
die niet netjes op de stapel lagen.
De medewerkster van de naastgelegen
schoenenwinkel die de plakband leende
heeft die net terug gebracht.

Een man in regenjas, staand voor het raam,
leest een gedicht dat op de ruit is aangebracht.
Hij ziet zichzelf in spiegelbeeld en veegt
zijn lippen af. Zijn mond gebruikt hij
om te eten, om te praten niet.

Of hij kauwt of mompelt? Zijn lippen lijken
te bewegen. Tegen niemand in ‘t bijzonder:
‘het is avond bijna. Bijna weekend, uitverkoop,
ja, uitverkoop.’

De man in regenjas staat voor het raam
en murmelt van Jan Glas wat regels zacht voor zich uit:

‘‘Ach, dat hoeft toch helemaal niet,’ zei ik.
Ritselend liep ze naar de koelkast’

Ja.
Je let vijf minuten niet op en
America Today is gesloten.

1 America Today 97th ligt aan de Herestraat 97 in Groningen en biedt een keur aan hippe kleding voor de gewone man. Dankzij (het uitzicht op) America Today 97th weten wij wat de norm is.

Dakraam

Het raam van zijn slaapkamer
kijkt uit op een steeg
als hij denkt.

[En hij ziet onmiddellijk de symbolische betekenis van de doodlopende steeg, maar laat de
woorden staan.]

Een stalen pijp ademt
in de blauwe lucht
en regenpijpen
voeren het water af.

[De stalen pijp is een ontluchtingskanaal dat vanuit de keuken van een restaurant langs
een blinde muur omhoog wordt geleid. De regenpijpen dalen langs de zelfde muur
af richting het riool, maar voeren momenteel -zie de blauwe lucht- geen water af. De
symbolische betekenis hiervan zal niemand ontgaan, maar is niet gezocht.]

Hij kijkt naar
de vergane stoel
op een dakterras
met geknakte poten
en denkt aan zijn geliefde.

[Onbruikbaar. Met de liefde gaat het juist goed, de vergane stoel suggereert anders. Er is
van de stoel weinig dat rest: geknakte poten en iets dat aan een zitting herinnert.]

Het is lente en de bomen
krijgen bladeren, maar dat

kan hij niet gebruiken,
want hij zoekt een origineel beeld
en de bomen voldoen niet,
zo min als de wolk die over komt drijven.

Verder verandert er niets aan het uitzicht.

Jan Glas

Jan Glas

De dansende beer

Wat krijgt de dansende beer ‘s avonds
na een dag dansen te eten willen we weten. We merken
we zijn geen onderdeel van het systeem,
met Duits komen we een heel eind, maar
ze schreeuwen hier gewoon keihard door al je vragen heen
en komen dan heel dicht op je staan. In het Volkenkundig Museum
zagen we een opgezette partizaan.

De beer en z’n baas, allebei hebben ze een tandeloze bek
en beiden roken. Aan het begin van de avond
gaan de twee naar huis. Ze laten een lege plek achter.
Wij zitten in een goedkoop hotel. We weten maar al te goed:
wanneer je ongelukkig bent ga je niet uitgebreid koken.

Ik was het eerste kind.
Ik werd het Konijn genoemd;
de zoon van een Koningin, een moeder
die alles zelf naaide: een berglandschap
waar in ons polderland geen plaats voor was,
een trein die in één keer doorreed naar Parijs,
niemand die daar in 1967 belang bij had.

Midden in de Koude Oorlog
naaide zij de zwartste dag; het moment
waar iedereen bang voor was.
Nu nog word ik soms wakker van het geluid
van een naaimachine in de nacht.

Wat die tijd zo anders maakte: wij
hielden niet van politici,
wij hielden van onze buren.

Kasper Peters

Kasper Peters

Dans

Zie de honden happen naar de zon.
Een heldere vlek op de muur uit het raam
tekent poten op de grond.

Afdruk van een dans die de lichtlijnen volgt

Ze weten van de kou.
De roedelroep klinkt elke dag.
Niemand durft ze nu nog vrij te laten.

Er lopen kinderen op het grasveld.
Misschien eten ze vers gevallen blad
of vergeten ze het water te drinken
dat van de trap drupt.

Laat de beesten, schrik van het lawaai
en hoop dat de kinderen naar huis gaan.
Dat honden de deurknop vinden
wij de zolder bereiken voor ze komen.

Ze blaffen langzaam, knarsen met tanden.
Ik hoor de adem in het ballet.

Nijlpaard

Liep met een ijsblok, een schitterend ijsblok,
balanceerde met een ijsblok op het hoofd.

Zocht de duinen om te drinken
en het zand om te verdwijnen
en de zee was een machine
of misschien toch geen machine
maar de handige bedenker
van voortdurende herhaling.

Zag de dame van het circus
de trapeze en haar borsten
en de man die vuur kon vreten
met de smaak van lampenolie
en het bier dat ze verkochten
want ze konden toekomst lezen
uit het zout van zoveel zee

Met een smeltend ijsblok op het hoofd
zag ik een nijlpaard in de zee verdwijnen.

De foto’s van Jan Glas, Arjen Nolles en Leonie Veraar zijn gemaakt door Jan Glas. De foto van Jan-Willem Dijk is gemaakt door Dorien Anneveldt.

Geplaatst in Gedichten en getagd met .