Laura Mijnders – Nachtschade

Te weinig parels

door Wilma van den Akker

Een eerder bericht op Meander vermeldt dat voor Laura Mijnders poëzie eenvoud betekent en dat de werkelijkheid niet mooier omschreven hoeft te worden dan zij is. Nu ben ik ook niet zo’n liefhebber van krullen trekken en mooischrijverij, maar bij ‘kale’ poëzie hoop ik wel altijd op krachtige beelden en trefzekere taal. Aan goede eenvoudige poëzie heeft een dichter geschoven en geschaafd tot er geen verkeerde klank of woord meer in staat. In dat opzicht vind ik veel van de gedichten in Nachtschade, de debuutbundel van Mijnders, te gemakzuchtig overkomen.

Hond 

Inmiddels aangekomen op de helft
van het rondje
met het mormel
staar ik doelloos
naar de lichtgevende
trein die voorbij raast
en het landschap
plots in tweeën splijt

door dat
voorbijgaande blok metaal
wordt de modder op mijn
schoenen even zichtbaar
en ineens denk ik
aan schoonheid
en dat dit
het toch wel zo’n beetje is

Het beeld van de trein die het landschap in tweeën splijt is wel mooi, maar er is niets verrassends aan ‘doelloos staren’, ‘voorbij razen’ en ‘dat dit het toch wel zo’n beetje is.’ Ik kan me best voorstellen dat het even zien van modder op schoenen tot inzichten leidt, maar hier glijdt het langs me heen. Het kost moeite een gedicht te vinden dat raakt en dat niet verprutst wordt met uitleggerige woorden als ‘ berusting’, ‘schaamteloos’ en ‘verdrongen schuldgevoel’. Het advies ‘show, don’t tell’ geldt voor dichters naar mijn mening nog sterker dan voor prozaschrijvers. Het lijkt of Mijnders daar nog nooit van gehoord heeft. Ze komt niet weg met het excuus dat poëzie eenvoud is.
Ook een zekere rauwheid biedt geen uitkomst, lijkt niet doorleefd en komt niet voorbij het stadium van standaardplaatjes.

Dinsdagavond  

Ik laat tegenstelling
van me afglijden
laat geroddel en gezwets
hangen in een lucht
waar het ruikt naar cliché

rokend vang ik oude woorden
over leugens en bedrog
dichters met gedichten die verjaren
in een te kleine binnenzak
voetbalmannen met stoppels
blijven hangen aan
een plakkerige bar

De poëzie van Laura Mijnders zal nog flink moeten rijpen om interessant te worden. Graag zou ik meer beelden zien als in het titelgedicht, Nachtschade: / ik schraap een verloren halssnoer bij elkaar / raap de parels rond jouw voeten /.
Er staan te weinig van deze parels in de bundel.

 

Geplaatst in Recensies.