Pom Wolff – een vrouw schrijft een jongen

dan vreet poëzie mij uit

door Joop Leibbrand

Vanaf het moment dat in de begintijd van het internet amateurdichters er de onbegrensde mogelijkheden ontdekten van vrije publicatie, was Pom Wolff luid en duidelijk aanwezig en dat is hij – actief blogger en allang geen amateur meer – tot op de huidige dag. Ook in het slamcircuit heeft hij zich altijd volop gemanifesteerd. Dat alles betekent echter allerminst dat hij het papier schuwt; integendeel zelfs, want een vrouw schrijft een jongen bestaat maar liefst uit vier aparte boekjes, gevat in een soort briefomslag met sluitzegel.
Ieder boekje is een aparte cyclus van tien gedichten met achtereenvolgens de titels ‘een vrouw schrijft een jongen‘, ‘schrijft een vrouw‘, ‘schrijft een jongen‘, ‘genade‘. Zodra ze zijn uitgepakt liggen ze door elkaar, zodat de cycli al gauw een willekeurige volgorde krijgen. Het zal zo bedoeld zijn. Waarom bijvoorbeeld met genade eindigen, als je er ook mee kunt beginnen? En schrijft nu eerst de jongen of toch de vrouw? Mogelijkheden genoeg.

Van de vier cycli overtuigde me ‘een vrouw schrijft een jongen‘ het meest met gedichten over liefde en poëzie. Het zijn voor een dichter gevaarlijke onderwerpen en Wolff lijkt soms wel erg dicht tegen het grote sentiment aan te schuren, maar ik denk dat dit in de liefdesgedichten opzettelijk effectbejag is, het emotievolle in toom gehouden door een stilzwijgende ironisering: ‘een vrouw schrijft een jongen/ vaal van verlangen naar nodeloos licht/ schrijft een gedicht/ mooier dan ze ooit schreef/ (‘wat er is’). Of: ‘niets mooier is/ als woorden groeien/ van verlaten liefde tijdloos stil’ (‘misschien’). Er zijn ook gedichten waarin sprake lijkt van een grotere urgentie, zoals in het even krachtige als intrigerende ‘hermen’:

hermen

er blijven dingen in mijn hoofd
waarover ik wel schrijven moet
dan vreet poëzie mij uit
zoals ik de dag uitwoon
het is schreeuwen om niet dood te gaan

soms sturen ze nog een kaartje uit een ver land
schrijven ze: een goed jaar
wat rest is dan de brug
en ergens iets dat op een rivier lijkt
dan lopen ze door hermen, dan lopen ze door

(‘Hermen’ zijn wegwijzerpaaltjes, vaak fallisch gevormd, genoemd naar de god Hermes, zowel geleider van de dode zielen als beschermer van dieven en handelsreizigers.)

Het slotgedicht van deze afdeling, met zijn impliciete verwijzing naar Prediker, vind ik het sterkste uit de totale bundel:

zand

om het zo te schrijven
dat het niet opgaat in de tijd

soms nog bang
om door te ademen
het weg te blazen

zoals alles
wat in zand geschreven is
weer zand wordt

zoals het was
los en in alles machteloos.

In ‘schrijft een vrouw‘ gaat het dan vervolgens over dood, sterven en verdwijnen, waarbij het geslaagde ‘vader’ mij een gedicht lijkt dat later zal opduiken in thematische bloemlezingen.

schrijft een jongen‘ stelt het dichterschap centraal, veelal in combinatie met een soort meisjesbeleving. Dit is aardig: ‘poëzie is een meisje/ dat uit haar bikini barst/ in reepjes snijden’. Maar dan volgt er: ‘poëzie is verse vis met uitjes// een kuil graven voor een ander/ om er zelf in te gaan liggen/ met je goudvis’. En in een ander gedicht duiken Toon Hermans-achtige regels op als ‘sterven doe je niet alleen/ doodgaan doe je in een ander’. Wolff heeft óók het talent om zichzelf als dichter tekort te doen…

genade‘ ten slotte toont de altijd aanwezige baldadige kant van Wolff, met een combinatie van seks en licht absurdisme, waarbij de eerste acht gedichten de voortgang in een week volgen. Ze zullen het voornamelijk van voordracht en entourage moeten hebben.

woensdagnacht

ze zegt
ik ga weer aan het werk
dode honden houden op

ik zeg
het lijkt wel file in de straat
wat een leven

ze zegt
het leven gaat altijd door
ik kijk en zie haar schaamlippen bewegen.

De slotregel staat in nóg twee gedichten, dus het zal iets zijn wat Wolff bezig houdt. Hij maakt het goed met het slotgedicht, ‘lindehoning aan de overtoom’, dat een Campert-achtige kwaliteit heeft.

Het werk van Pom Wolff is wat ongelijk van niveau, maar er valt op diverse manieren veel aan te beleven. Wel degelijk aanbevolen dus, niet in het minst vanwege de originele manier van uitgeven.

***
Pom Wolff (1953) is dichter en werkzaam als jurist. Hij studeerde Nederlands aan de UvA en rechten aan de VU. Eerder publiceerde hij bij Uitgeverij Holland je bent erg mens (2005) en toen je stilte stuurde (2007); de eerste bundel verscheen in de De Windroosserie.

Geplaatst in Recensies.