Gedichten

In deze stad is de poëzie echt overal

Mijn hart maakte een sprongetje
toen ik de vuilnismannen hoorde.

Vanuit hun hongerige wagen
met op de zijkant een zwarte tekstregel
riepen twee mannen door het open raam
naar een jonge vrouw op de fiets:
‘Zeg, waar gaan die mooie beentjes heen?’
Dat was zowaar een pars pro toto!

Dat het ook een cliché is, zij hen
op deze zonnige ochtend wel vergeven.

 

Gedicht over Utrecht

Toen ik Ingmar Heytze hoorde voordragen
over een jongeman zittend aan een donkereiken tafel
onder een kroonluchter in een grand café,
waarvan er zoveel in Utrecht zijn,
‘Laat hem maar met rust,
want hij schrijft gedichten,’
wekte dat bij mij een gevoel van nostalgie op
naar die kromme, oude studiestad van mij
waar ik voor het eerst de levende poëzie aanhoorde.
Zij was elastisch als een kat, absurdistisch als een clown.
Ontdaan van elke pretentie leek ze nog het meest
op het schuchtere zusje van de kleinkunst.

Zij was niet zoals ik mij haar had voorgesteld.
Ik zocht bij haar naar een plek buiten de tijd,
omdat voor mij enkel het uiterlijk van de wereld veranderde.
Ik zocht naar een woord voor dat wat er zich binnen in mij afspeelde
en mij wezenlijker voorkwam dan de wereld om mij heen.
Ik zocht er naar een antwoord op ons vele sterven.
Ik was verdwaald in Utrecht. Tollend als een herfstblad
filosofeerde ik er met vrienden over een beter weten,
meer vastberaden bij elk glas.
Weet je, misschien ging dat gedicht wel over mij.

 
 

Gedicht over de dood van een vader

Mijn vader stierf in zijn eigen bed
een oude man door geliefden omgeven.
Ik was erbij en de dagen daarna
had ik voor het eerst eenzame gedachten over de dood.

Ik besloot er een gedicht van te maken.
Ik scheurde een vel met lijnen af
en schreef mijn gevoel in blokletters uit.
Om het niet te plat te laten
voegde ik er een metafoor of twee aan toe.
Ik zat er daarna nog een weekend boven
vaat, huisstof en de krabbende kat negerend
om ze keurig in kruis te laten rijmen.
Maar toen was het ook echt af.

Het lag in de kist van mijn lade te rusten
totdat ik vond dat ik het kon delen met de wereld.
Ik koos een tijdschrift uit waarvan de naam mij wel iets zei
en schreef de alleszeggende regels over
in het gebogen schoonschrift van mijn basisschool
op zwaar papier met gele chrysanten rondom.
Ik weerstond de neiging het te parfumeren.

Na twee maanden wachten kreeg ik een reactie.
In een korte email zeiden ze
dat ze vonden dat het te weinig origineel was.
Dat vond ik een geruststellende gedachte.

Geplaatst in Gedichten en getagd met .