Marc Tritsmans – Aanrakingen

Over het onvermogen aan de werkelijkheid te raken

door Levity Peters

Een bundel begint met de titel. Een titel roept bepaalde verwachtingen op, zegt iets essentieels over de inhoud, of hult die juist in raadselen. Marc Tritsmans heeft zijn nieuwe bundel Aanrakingen genoemd.
Het eerste waar ik aan dacht toen ik de titel las, was het lichamelijk aangeraakt worden, een van die oermenselijke behoeften waaraan bijna altijd tekort wordt gedaan. Maar omdat hier sprake is van een dichtbundel, staat het ook voor de behoefte van de dichter om zijn lezers te raken, sterker; de zekerheid hen aan te raken, hen te raken. Dat kan in de poëzie op velerlei manieren: de dichter kan zijn lezers prikkelen, irriteren, vrolijk maken, boos, enthousiast; de poëzie kan vertederen, ontroeren, enz. Hij doet dat met taal. Het medium waarmee we ons kunnen uiten, waarmee we contact leggen. Taal is ook het middel om dingen op een rijtje te zetten, en inzicht in onszelf en de wereld te krijgen. Ik vermoed dat dat de bestaansreden is van poëzie; de exactheid die wij ervan verwachten heeft denk ik te maken met het in kaart brengen van onze werkelijkheid, en de poging om zo dicht mogelijk bij de essentie van ons bestaan te komen, er aan te raken: schoonheid als datgene wat ons het meest na aan het hart ligt.

Voor het eerst
je schudt wel wat handen
voelt er af en toe een
kort op je schouder

maar dit: zo’n hand
een heel zachte warme
opeens veel langer dan vijf
tellen in de mijne zich nestelend

had ik toen al meteen
moeten vermoeden – maar ook
later heeft niemand mij ooit
verteld dat nooit

meer in mijn leven
zo adembenemend
zou kunnen worden herhaald

In dit eerste gedicht van de bundel gebeurt veel. Het lijkt bijna niets, maar de herinnering aan een hand die zich in de zijne legt, blijkt later alle handen die ooit aan de dichter hebben geraakt, in de schaduw te stellen. Het gevolg: verdriet, dat zich toont in de manier waarop de tekst verbrokkelt, alsof gedachten verhinderd worden zich uit te spreken, en er slechts flarden zich aandienen:

had ik toen al meteen
moeten vermoeden – maar ook
later heeft niemand mij ooit
verteld dat dat nooit

Tegelijkertijd dient ook het irrationele zich aan, noem het gekte; het idee dat er iemand had moeten zijn die wist dat die eenvoudige aanraking, met die met terugwerkende kracht overweldigende impact, nooit meer zo adembenemend herhaald zou worden. Te idioot voor woorden natuurlijk.

De vertraagde respons waar dit eerste gedicht over handelt, kom je ook in een andere vorm tegen in het gedicht:

Over ouder worden

dat ik mij niet langer zonder nadenken
buk om een tamme kastanje van tussen
herfstbladeren op te rapen omdat mijn rug

dat ik op straat een jongen plots keihard
zie gaan rennen enkel omdat de zon schijnt
en mijn lichaam zich die aandrang nog slechts

herinnert, want los van het feit dat alles niet
meer zo hoognodig hoeft, moet ik ook rekening
houden met vreemde vertragingen in het systeem

van op de brug wordt een bevel doorgegeven en in
de aftandse machinekamer vervolgens druk overlegd
of en hoe dit nog zou kunnen worden uitgevoerd

Niet alleen, als in dat eerste gedicht, worden ervaringen eindelijk ten volle beleefd, maar, hoewel aangeraakt door wat er zich buiten de dichter afspeelt, ze worden ook genegeerd. Ze hoeven niet zo nodig meer. Het leven heeft zich meer verinnerlijkt. Ik denk dat ik daarmee de kern van deze bundel heb weergegeven. Het leven van de dichter heeft zich van buiten naar binnen gekeerd, en daarmee eigenlijk verhevigd. En daarmee wordt ook het probleem zichtbaar dat de dichter niet altijd meester is:

Het gaat om gewicht 3

dat ik niet licht zou kunnen lachen
is dus onwaar maar bespaar me
ten eeuwigen dage de gruwel

van de fun en de hits want alles
van waarde is niet alleen weerloos
maar heeft ook zijn noodzakelijk gewicht

zo kan ik dus niet anders dan blijven
luisteren, kijken en zoeken naar zwaarte
die er desondanks in slaagt zich majestueus

en onverklaarbaar boven deze aarde te verheffen
want dit weet ik wel zeker: geen echte lichtheid
geen glimpen van vreugde of schoonheid

worden ooit zichtbaar zonder dit knagend
en voortdurend besef dat zwaartekracht
aan het eind toch geen genade kent

Het eerste gedicht van de reeks ging over de ervaringen van een kind met zijn speelgoed:

(..)
zelfs een speelgoedboot moest kunnen zinken
een locomotief door zijn eigen zwaarte ontsporen
een vliegtuigje geloofwaardig in het gras te pletter storten
(..)

Het tweede ging over de Airbus 380:

(..)
onder twee dunne, verontrustend
doorbuigende vleugels
in de lucht

Het probleem waar ik op doelde, is, in dit geval, dat het idee van noodzakelijke zwaarte, het wint van de poëzie. Ik begrijp wat de dichter bedoelt, ik ben het zelfs met hem eens, maar verder word ik niet geraakt. De gedichten zijn kundig geschreven, met enige reactionaire humor zelfs, maar teveel bedacht. Het valt ook niet mee om je aan zo’n sterk idee te onttrekken, en ervan uit te durven gaan dat de zwaartekracht, ook in de poëzie vanzelf zijn tol eist. Hoe dat in de poëzie werkt, kreeg ik op de mooiste manier gedemonstreerd door Jehuda Amichai die in een gedicht over de concentratiekampen een aantal keren de zin terug liet komen: ‘achter dit alles is een grote vreugde verborgen‘.

Tritsmans schreef:

AUGUSTUS 1945

op het ogenblik dat iedereen al wist
wat in Auschwitz en Dachau was gebeurd
nam iemand in de VS dus de beslissing

om een atoombom te gooien op een middel-
grote stad en dat was zo’n succes (meer dan
75.000 onschuldige slachtoffers in minder

dan één seconde) dat waarschijnlijk diezelfde
iemand een paar dagen later, nog in volle
euforie, besliste om dit dan nog maar eens

over te doen maar het bleef ook wel ludiek
(..)

Het is cynisme en de woede lijkt oprecht. Maar poëzie wil het niet worden; het gedicht is eendimensionaal. Het geeft zelfs de innerlijke werkelijkheid van Tritsmans niet weer. Het is ook wat al te gemakkelijk om je zonder soortgelijke verantwoordelijkheid boven anderen te verheffen. En op de hier weergegeven ‘feiten’ valt wel het één en ander af te dingen. De beslissing om de bom te gooien werd niet genomen door één man, en het blijft de vraag of de verantwoordelijken euforisch waren. Tritsmans legt de hele verantwoordelijkheid voor tienduizenden doden neer bij een Amerikaan die, als iedereen, al wist wat er in de concentratiekampen gebeurd was. De soldaten die als eerste werden geconfronteerd met het onvoorstelbare leed van de concentratiekampen waren zo geschokt, dat het alles wat ze al hadden meegemaakt naar de achtergrond drong. Kan een buitenstaander het zich voorstellen? Ik denk van niet. Evenmin als je je 75.000 doden kunt voorstellen, die door jouw toedoen zijn omgekomen. Ze hebben geen gezicht. Feitelijk bestaan ze niet voor je. De werkelijkheid is onaangenaam complex.

Ik denk dat we in Marc Tritsmans zijn poëzie een gevoelig, meevoelend, oprecht levend mens ontmoeten, die zichzelf verplicht heeft om de waarheid te vertellen, maar tevens soms moeilijk loskomt van zichzelf. Het is alsof hij probeert om de boom die hij oproept vooral op zijn boom te laten lijken, terwijl dat natuurlijk een onmogelijkheid is.

Onder de linde

ik weet niet wat me overkomt
maar onder de linde sta ik stil
wil mijn lijf niet verder
ik word geroepen maar door wie

en dan pas hoor ik dat ik niet
alleen ben hier: een monotoon
diep zoemen en brommen hangt
als een levende zuil boven mijn hoofd

de geur van lindebloesem heeft ons
allen gelokt maar terwijl ik hulpeloos
en onbegrijpend sta te dralen weten duizenden
bijen feilloos wat er van hen wordt verwacht

Hier geen antwoord, maar bewustzijn van gemis. Hoe geef je je leven zin?
We weten het niet. Als het leven zin heeft, dan kan het alleen de zin zijn die je er zelf aan geeft, in religieus opzicht of anders. Toegespitst op de poëzie van Marc Tritsmans zou je kunnen zeggen dat zij lijdt onder zijn behoefte om zinvol te zijn; ze moet betekenis hebben, ervaringen overbrengen, een raakvlak zijn waar iemand iets aan heeft. Helaas. Wil poëzie werkelijk kunnen raken dan moet ze zo gelogen zijn, dat de lezer kan geloven in wat ze oproept. Het is de enige manier waarop een dichter een nieuwe werkelijkheid kan implanteren, de manier waarop de werkelijkheid van de lezer met zijn andere werkelijkheid wordt verrijkt.

***
Marc Tritsmans (1959) publiceerde eerder tien dichtbundels, waarvan er zes in Meander besproken werden. Voor Studie van de schaduw (2010) won hij in de vijfde Herman de Coninckprijs voor de Beste Dichtbundel. Het gedicht ‘Uitgesproken’ daaruit kreeg de Publieksprijs voor het Beste Gedicht.

Geplaatst in Recensies.