Mart Stel

Poëzie geeft binnen de taal geweldige ruimte om de essentie van ervaring, gevoel en tegelijk ook van betekenis en werkelijkheid bloot te leggen.

Stroom

 Met een vlaag de kamer ingewaaid
 die achter je de deur dicht slaat,
 rammelende ramen

 Het verblijven maakt gevoelloos voor de stroming,
 voor beweging voor en na

 Het kan ook zachter

 Zie het als weer één zijn met de wind;
 tocht door kieren, wervels op een lentedag,
 zwevend stof in zonnestralen

 Je neerleggen als ze neerligt;
 aanwakkeren met haar ontwaken;
 mee stromen als ze stormt
 Ze is, zelfs als ze staat

 Je papieren vlieger aan haar gebroken henneptouw,
 springend op het veld, sneller dan je rent,
 schurend, hakend, stijgend,
 en dan voorgoed verdwijnend

 Maar de wind, die blijft

Metamorfose

 Beschouw haar huid, haar oude lijf,
 als tijdelijke woning, van larve naar cocon
 Een nimf op weg naar haar gedaante,
 rijpend vruchtvlees in haar schil

 Mijn vel zou ik om je willen vouwen,
 elke porie willen vullen met mijn zweet en geur
 Mijn haren parend met de jouwe,
 en cel op cel je lichaam ondergaan

 Ze huilt niet, nee ze lacht
 om zoveel zorgen over eindigheid,
 de dag na morgen, en iets als dood ons scheidt

 Misschien dat we dan vergeten
 dat eenheid een illusie is,
 een schuren zonder wrijving

 Zij voelt haar volgende verschijning,
 leeft lichter dan de lucht,
 haar huid als dunne zijde

 Vergeten dat we weten dat;
 hooguit twee druppels
 glijdend van een lindeblad

Kris De Lameillieure
 (1962)

Poëzie laat mij toe om met het woord mensen te raken in alledaagse emoties.

Ontmoeting.

 Op het containerpark sjouwt hij een krat
 vol dia’s : Canadese graansilo’s, kinderen
 met chocomonden en schrijverskoppen.

 Ik ken hem van lang geleden. Beleefd knikt hij
 in tweeën. Of we de brokken zullen lijmen,
 beelden retoucheren. Maar een omkeerfilm

 is enkel positief en altijd transparant. Dag
 blijft dag en kleuren houden de warmte
 van de bron. We zullen dragen wat nu is :

 een puzzel met veel lagen. We openen
 de raampjes en stapelen de filmpjes.
 Blokkendoos van kinderen die droomden.

Touw.

 Hij dankt mij voor het broodje en een kwartliter
 sportdrank. Met een zachte klap slaat de deur
 dicht. Straks komt hij terug. Zo gaat het altijd

 maar nooit van een leien dakje. Lente volgt
 op een korte winter. Knoppen zwellen, vogels
 strijken tegen de wind in, lachen. Huizen keren

 hun hoeken om. Zo gaat het altijd en niemand
 vraagt met open ogen. De dromer spant zijn jeugd
 als metseltouw. Hij tekent strakke lijnen,

 ruimte om te dansen.

Geplaatst in Gedichten.