Een zekere ernst

De poëzie van Atze van Wieren viel nogal eens in de prijzen. In 2000 won hij de Concept Poëzieprijs, in 2001 de Plantage Poëzieprijs en in 2002 de SNS-literatuurprijs voor een cyclus van zeven gedichten.
Bij uitgeverij IJzer in Utrecht verscheen zijn vertaling van het meesterwerk van Rainer Maria Rilke Duineser Elegien (2006) en de bundel Grondstof (2008). De daarop volgende uitgaven getuigen van een groeiende fascinatie voor een ongebruikelijk onderwerp, gezien de titels:  X – kerken in perspectief (2009), Bedevaart (2011) en Bedevaart/Pylgerreis (2012).

‘Mijn fascinatie voor de oude kerken in het noorden van Friesland en Groningen heeft te maken met mijn eigen religieuze zoektocht naar de zin van het leven. In de filosofie van Spinoza heb ik een voorlopig antwoord gevonden. Maar dat is het niet alleen. Het is ook het landschap dat zo mooi is: de ruimte, de Waddenzee vlakbij, de kerken op hun hoogten met de huisjes er bijna tegenaan, zoals een moederkloek haar kuikens beschermt. Eeuwenlang hebben mensen daar een schuilplaats gezocht tegen hoog water of  stormen, ze hebben daar gebeden en in hun hart misschien God ook wel vervloekt, denk alleen maar eens aan de ramp van Paessens, waarbij bijna de hele vissersvloot verging.
Mijn belangstelling voor de oude kloosterlocaties sluit daarbij aan. Friesland telde meer dan vijftig kloosters, allemaal met de grond gelijk gemaakt na de Reformatie. Dat alles inspireert mij.  Ter plekke  is dan vaak slechts een klein detail nodig om tot een gedicht te komen.’

Rainer Maria Rilke, de urgentie tot vertalen
‘De vertaling van de Duineser Elegien van Rilke is inderdaad een hele klus geweest. Het werk boeide mij mateloos. De beelden, de diepgang, de boodschap. Ik sleepte het boek vaak met mij mee, kreeg er geen genoeg van. Omdat ik vond dat de vertaling van professor Bronzwaer uit 1978 muzikaler kon, ben ik er gewoon aan begonnen met de hulp van Govert van de Nieuwegiessen, oud-docent Duits. Ik vind de vertaling goed gelukt en Uitgeverij IJzer in Utrecht was bij aanbieding van het manuscript meteen enthousiast om het werk uit te geven. Willem Desmense, de uitgever, zei: ik proefde meteen de ware liefhebber en de urgentie tot vertalen. In NRC en Friesch Dagblad verschenen positieve recensies.
Of er verwantschap is tussen Rilke en mijzelf, durf ik niet te zeggen. Met Rilke wil ik mij zeker niet meten of vergelijken, schei uit zeg! Wat we wel gemeen hebben is een zekere ernst, zoeken naar zin, die er misschien helemaal niet is, maar wij weigeren ons neer te leggen bij de zinloosheid van het leven. Maar ja, welke dichter tobt daar niet in meer of mindere mate mee?’  

Hermetische versus toegankelijke poëzie
‘Ik heb een hekel aan gekunstelde poëzie. Gedichten die vol staan met verwijzingen naar mythen, verhalen, andere dichters en dichtwerken irriteren mij. Ik wil niet lezen met de encyclopedie ernaast. Ik wil gedichten die zijn overgekookt in het gemoed van de dichter en eruit moeten. Ik wil geráákt worden door een beeld, een idee, een hartenkreet. Ik lees meer met mijn hart dan met mijn hoofd. Voor mij geen academisch geneuzel. Lees De Elegieën van Duino of Todesfuge van Paul Celan en je weet wat ik bedoel. Voor de goede orde: dit is mijn idee over poëzie, ieder ander heeft het recht er heel anders over te denken.’  

Schrijven óver poëzie
Van 2003 tot 2006 schreef ik recensies voor Meander. Met veel plezier. Ik verdiepte mij er serieus in, want ik voelde mij weleens op glad ijs . Ik ben geen literatuurwetenschapper, alleen maar dichter. De reacties waren in het algemeen positief, dus ver heb ik er kennelijk niet naast gezeten.
Voor het blad Schrijven Magazine maakte ik tien jaar lang de rubriek ‘Tekstuur Poëzie’.
Het vertalen, het schrijven van recensies en die rubriek in dat tweemaandelijks magazine ligt voor mij in elkaars verlengde. Het was een prettige bijkomstigheid. Je wilt ook wel graag eens iets anders dan almaar wroeten in je eigen leventje en psyche. Dat is ook de charme van die kerkgedichten en gedichten die ik maak bij kunstwerken. Het dwingt je buiten jezelf te kijken, zoals Rilke ervoer bij zijn Dinggedichte.’

Dichtersgroep WP99 in Groningen
 ‘Het gedicht ‘Bikken’ ontstond naar aanleiding van een opdracht in onze dichtersgroep WP99. We trekken al 16 of 17 jaar samen op en laten ons elk schrijfseizoen begeleiden door aanjagers, die wij als groep betalen. Een paar willekeurige namen: Albertine Soepboer, Tonnus Oosterhoff, Wouter Godijn, Jan Glas, Marjoleine de Vos, Remco Ekkers, Ronald Ohlsen. Wij hebben ook drie bundels uitgegeven. Zo’n groep is van onschatbare waarde. Je leert kritiek geven en verdragen, je verbetert je schrijven, het stimuleert geweldig, je houdt elkaar gaande en scherp, je zoekt onderwerpen, krijgt ideeën aangereikt. Ik kan het iedereen aanbevelen.’

Blijvende verbazing als basis
‘Ik schrijf over wat zich in mijzelf schuilhoudt en er uit wil: pijn, verdriet, geluk.
Maar bovenal vanuit de blijvende verbazing over ons leven en bestaan in een onmetelijk en eeuwig heelal, de wonderlijke verschijnselen die de natuurkunde en de biologie ons openbaren, de vraag wie, wat, en hoe God is, de idiotie van heilsleren/geloven, de dood.’

Grondstof in het Fries
‘Schrijven is ijzeren discipline handhaven. Ik merk dat dat minder wordt. Naarmate ik ouder word bekijk ik het gedoe in het poëziewereldje met een steeds sceptischer blik. Bij de gigantische productie van bundels, vaak ook in eigen beheer, denk ik: moet daar ook nog iets van mij bij? Toch blijven er een paar doelen:
Klaas Bruinsma, de Friese meestervertaler van de Klassieken (Homerus, Ovidius, Sofokles, enz.), gaat mijn bundel Grondstof in het Fries vertalen en bij IJzer wil ik een derde bundel uitgeven, omdat ik nog veel werk heb liggen dat publicabel is. Of IJzer daar op zit te wachten betwijfel ik, want poëzie uitgeven kost alleen maar geld. En met WP99 wil ik graag nog een bundel realiseren.’

Blijven schrijven
‘Uiteindelijk schrijf ik voor het kortstondige moment van geluk als een gedicht helemaal naar mijn zin is, daar kan ik een dag op teren. Mijn schrijven gaat moeizaam. Ik schrijf soms hele perioden niet. Dan wil het niet. Ik roep dan altijd het motto van Gerard Reve in gedachten: ik wandel, morgen zal ik wederom wandelen. Het geeft een soort onverzettelijkheid aan, dat ik hoe dan ook zal blijven schrijven.’

www.atzevanwieren.nl
zie ook: Nederlandse Poëzie Encyclopedie

Geplaatst in Interviews.