Gedichten

Uit ‘Ik kan niet aanwezig zijn’:

Ik kan niet aanwezig zijn, want op dit moment word ik in beslag genomen
door de koude oorlog, waar ik me dagelijks samen met mijn eenzaamheid
in stort. Ik word in beslag genomen door de nachtblinde bombardementen,
de systematische depressie, de aanvallen van eenzaamheid met de keuken
als doelwit, door de controleposten die tussen mij en de zomer staan, door
de bureaucratie die voortkomt uit de scheiding tussen de wetgevende en de
uitvoerende macht, door de routine bij de belastingdienst. Jij hebt me lang over
de oorlog verteld, laat mij jou kort over de vrede vertellen, waarvan ik hier in
het Noorden geniet. Laat me je vertellen over schakeringen van de huidskleur,
over wat het betekent dat de mensen je naam niet kunnen uitspreken, over
zwart haar, over de democratie die altijd in het voordeel is van de rijken, over
de ziektekostenverzekering die de tandarts niet dekt omdat het gebit geen
deel is van het lichaam. Laat me je vertellen over de groenten die geen smaak
hebben, over de bloemen die geen geur hebben, over het racisme dat wordt
verdoezeld door een glimlach. Laat me je vertellen over snelle maaltijden,
snelle treinen en snelle relaties, en over het trage ritme, het trage verdriet en
de trage dood.

*

Uit ‘Ik kan niet aanwezig zijn’:

Geloof je me als ik je zeg dat mijn schoenen moe zijn en dat er een wolf in me
schuilt die ik niet meer kan intomen sinds hij de geur van bloed heeft geroken?
Geloof je me als je op mijn lichaam sporen ziet van de kogels waardoor mijn
vrienden daarginds zijn getroffen, terwijl ik hier achter mijn computerscherm
zat? Geloof je in het toeval? Geloof je dat mijn afwezigheid een uiterst
zorgvuldig beraamd toeval is, een weloverwogen, willekeurige gebeurtenis? Ik
heb toevallig ontdekt dat het niet toevallig is dat iets toevallig gebeurt, maar
dat het juist toevallig is dat het niet gebeurt.
Hoe het ook zij, geloof je me als ik je zweer op de muziek, dat onze Europese
verblijfsvergunning de afstand tussen ons en de dood door kogels heeft
vergroot, maar ons dichter bij zelfmoord heeft gebracht?

*

Uit ‘Details’:

Weet je waarom we sterven als we door een kogel worden doorboord?
Omdat 70% van het menselijk lichaam uit water bestaat
Precies alsof je een gat in een watertank zou slaan.
Was het een opstootje dat danste bij de ingang
van de steeg, toen ik langsliep?
Of was het een sluipschutter die me observeerde en mijn laatste
voetstappen telde?
Was het een verdwaalde kogel
of was ík verdwaald, ook al was ik al een derde
eeuw oud?

*

Dat kleine gat
dat achterblijft nadat de kogel is gepasseerd,
heeft mijn inhoud geleegd,
alles was kalm naar buiten gegleden,
herinneringen,
namen van vrienden,
vitamine C,
de bruiloftsliederen,
het Arabische woordenboek,
de temperatuur van 37 graden,
urinezuur,
de gedichten van Aboe Noewaas,
en mijn bloed.

Uit het Arabisch vertaald door Djûke Poppinga

Ghayath Almadhoun: Weg van Damascus.
Uitgeverij Jurgen Maas, Amsterdam
ISBN 978 94 91921 06 3

Geplaatst in Gedichten.