Gedichten

(uit Proloog)

Helder hart

Alles teruggeplaatst. Overgeheveld
van ver naar her, van hot naar hier
Ik weet niet waar ik zoeken moet en
laat het staan, laat het gaan voor zover
verwarring gaat en doe wat moeders doen
als nesten leger worden. Alles teruggezet
rechtgezet. Mijn ruggengraat mijn magere
lichaam in, mijn ziel van onder mijn arm
mijn donder in. Ik ben alleen en handig
Hang wat scheef hangt recht. Wat recht hangt
hoger. Bedenk wat de tuin in al die jaren gebloeid
moet hebben. Gestorven werd er zeker
maar in een cirkel. Organisch welteverstaan
De seizoenen in de seizoenen uit de gehanteerde
maatstaf. Ik mat en wist het wel maar zag het niet
Ik heb alles uit mijn handen laten vallen
en op zijn plek geschoven. Waar het nu staat
en bezongen wordt is de lente meer dan lente
Het is echter

(uit Adelende liefde)

Jericho

Zes hele jaren om mijn leven heen gelopen
Rond het zevende zeven keer gehuild

Maakt het uit
dat ik in de jaren die volgden
niet gedronken heb?

Wat valt er te juichen
als ik mijn rondgang staak?
Er blijven dingen breken

(uit Gepocheerde zon)

Hoe kleiner de woorden des te zwarter de zin
Voor Rogi Wieg

Wel eens met een dichter tot stip getrokken naar het vensterlicht van de
overburen staan turen terwijl je dacht het licht te zien? Er Tering Jantje lam
al zwierend en zwaaiend achteraan gegaan niemandsland benoemd omdat
er, zoals bij velen thuis, niet veel familie op je wachtte? Dat wat restte na de
oorlog de dood vond in van de doden niets dan goeds. Zo worden ze bij leven
ten grave gedragen, zei je voor de pauze met een stierennek. Toen je
vervolgens op het podium stond klonk je stem als het stervende geluid dat
uit de bek van een dichtgeknepen kraaiennek lekt. Ik zag Oud-Zuid
verrekken. Het vensterlicht van de overbuur bleek een bak met licht
verstrooid vanuit de nok van een theater aan het Leidseplein. We hadden
allen joodse namen en zouden fijn een middag dichten voor mevrouw en ook
meneer. In plaats daarvan sloegen je woorden gaten waar geen genezing
gold. Het geleden familieverleden diende volgens de traditie immers te
herleven, bleef je gemakshalve gekmakend vaak herhalen. Je bent een man
van principes. Je hebt een duidelijke levensovertuiging. Alles gaat kapot. Het
werd nog joliger toen je besloot je aangeschoten vleugels uit te slaan en ons
bij leven op een dodemanslied te trakteren. Dag dichter nog levend en wel,
zei ik toen ik afscheid nam. En jij als laatste witz tegen mij: Hoe angstig
makend groots is het leven? Hoe kleiner de woorden, dichter, des te zwarter
de zin

‘Hoe kleiner de woorden des te zwarter de zin’ is geschreven op verzoek van
Maria Barnas ter gelegenheid van een expositie van dichter en beeldend kunstenaar
Rogi Wieg (januari 2015). Hij overleed op 15 juli 2015.

Geplaatst in Gedichten.