LITERAIR E-MAGAZINE VOOR NEDERLANDSTALIGE POËZIE

Klassieker 202: Hugo Claus – Sonnet I

13 apr, 2016
door Martin Carrette

Meander Klassieker 202

Shall I compare thee to a summer’s day? Met zijn sonnetten heeft Shakespeare een monument in taal opgericht. De Belgische dichter Guido de Bruyn stelt in het nawoord bij zijn vrije vertaling (1) van een selectie uit de Shakespeare-sonnetten: ‘Deze sonnetten zijn de Kunst der Fuge van de poëzie.’ Shakespeare zocht in zijn sonnetten bovenal de grenzen van de taal op, en toonde daarin zijn meesterschap. Dat maakt het vertalen van deze sonnetten schier onmogelijk, inhoud en taalspel lopen in elkaar over. Het is een uitdaging waar elke generatie zijn tanden op stukbijt, en ons ook verrast met telkens weer nieuwe vertalingen.
Maar de klassieker van deze maand draait niet om een vertaling. Hugo Claus liet zich bovenal inspireren door de sonnetten van Shakespeare, en verraste vriend en vijand in 1986 met een kleine bundel, waaruit Martin Carrette voor ons het eerste sonnet bespreekt.

I

Dat de meeste dingen volmaakt zouden zijn
op één moment en dan doven,
zo willen het de wereld en Einstein.
En dat de mensen groeien als lover

onder een zelfde luchtvervuiling
en gelijk vergaan in de herinnering,
zo verzekert het de tijd
die in mijn nekvel bijt.

Daarom moet ik nu radeloos
dat ene moment loven
dat ik je zie uitgestald,

je jonge tover als nooit tevoren,
een naakt monument dat straffeloos
voor mijn ogen voorover valt.


Hugo Claus (1929-2008)

Uit: Sonnetten (1986)
Uitgever: Knack Magazine

Waarom
In 1986 verscheen bij het Vlaamse weekblad Knack een bijlage, getiteld Hugo Claus SONNETTEN. Op de voorpagina staat een citaat uit sonnet XXXVIII van William Shakespeare: ‘If my slight Muse do please these curious days / The pain be mine, but thine shall be praise…’, een aanwijzing dat het om bewerkingen, adaptaties, vrije vertalingen, interpretaties van Shakespearesonnetten gaat.
De minibundel (2) bevat 15 sonnetten, een op zichzelf al ongewone vorm voor een vrije dichter als Hugo Claus. Zijn motto luidde niet voor niks Ni maître ni Dieu. Het spreekt vanzelf dat hier helemaal geen sprake is van klassieke sonnetten en Claus houdt ook niet de typisch Shakespeareaanse vorm aan van drie kwatrijnen en een distichon.
Ik herinner me nog goed de klap in mijn gezicht die dat bundeltje voor mij betekende, al van bij het eerste sonnet, met o.a. de regel ‘zo verzekert het de tijd / die in mijn nekvel bijt.’ (Claus was 57 toen, ik was 35). Ik heb het dan ook zorgvuldig bewaard en ik beschouw die sonnetten als behorende tot de beste poëzie van Claus, al zijn ze niet zo bekend als bijv. Een huis dat tussen nacht en morgen staat (1953), De Oostakkerse gedichten, (1955), Heer Everzwijn (1970), Het teken van de hamster (1979) e.a.(3) Ik beperk me in deze klassieker tot het eerste sonnet uit de reeks, omdat het zeer duidelijk de toon zet.
Het gedicht is een bewerking van Shakespeares ‘Sonnet XV’(4):

XV 

When I consider every thing that grows
Holds in perfection but a little moment,
That this huge stage presenteth nought but shows
Whereon the stars in secret influence comment,
When I perceive that men as plants increase,
Cheered and checked even by the self-same sky,
Vaunt in their youthful sap, at height decrease,
And wear their brave state out of memory,
Then the conceit of this inconstant stay
Sets you most rich in youth before my sight,
Where wasteful time debateth with decay
To change your day of youth to sullied night,
——And all in war with Time for love of you,
——As he takes from you, I engraft you new.

William Shakespeare (1564 – 1616)

Speler
Waarom, vroeg ik me af, zou een productief en vernieuwend dichter als Claus zich daaraan wagen? Op de persoon en het andere werk van Hugo Claus ga ik niet dieper in, ik veronderstel dat een doorsnee poëzieliefhebber daarvan wel op de hoogte is. Het is me te doen om dit ene klassieke Clausgedicht.
Op 19 maart 2013 werd op Canvas (VRT) de documentaire Hugo Claus, dichter, minnaar, rebel, een uitgebreid portret van de schrijver, uitgezonden: ‘Claus was een speler. Een winnaar. Trivial Pursuit, ‘achterste letter’, jeu de boules, pitjesbak, ‘Quéstions pour un Champion’, bokswedstrijden: hij moest en hij zou winnen’ (5).
Hij was ook een bewonderaar van de Elizabethanen (vooral het toneel, waardoor hij zeer beïnvloed werd). Claus was op en top een verfijnde levenskunstenaar, een renaissancist. In die kunstperiode gold in de literatuur de translatio (vertaling van bewonderde dichters) als een soort vingeroefening. Maar renaissancedichters wilden meer en waagden zich aan imitatio, navolging van een bewonderde dichter, met de bedoeling een nieuw origineel kunstwerk te maken. Hoofts Nederlandsche historiën bijv. was een navolging van het werk van de door hem bewonderde Romeinse historicus Tacitus. De grootsten waagden zich aan wat aemulatio werd genoemd, waarbij ze het bewonderde voorbeeld probeerden te overtreffen. Speler bij uitstek Claus probeert hier met grootmeester Elizabethaan William Shakespeare te wedijveren, maar zou hij het ook kunnen halen?

Vorm en inhoud
Een korte analyse van vorm en inhoud. Claus behoudt de sonnetvorm, maar wijkt af van het typische Shakepearesonnet met drie kwatrijnen en een distichon (ababcdcdefefgg). Claus gebruikt een variant van de continentale vorm, twee kwatrijnen en twee terzines, met een veel vrijer rijmschema (ababccddefgfeg), met vol- en halfrijm en assonantie (6). Hij gaat ook veel vrijer om met metrum en ritme. In deze lossere omgang met de vorm zien we Claus de speler al aan het werk. Veel boeiender nog is het spel dat Claus speelt met de taal en de inhoud, met de afgemeten ‘voorzet’ die de bard hem gaf.
Waar Shakespeare in de eerste twee kwatrijnen een lyrisch ik gebruikt, krijgt men bij Claus twee min of meer algemene vaststellingen, die onmiddellijk kracht worden bijgezet met forse gezagsargumenten: ‘zo willen het de wereld en Einstein…’, ‘zo verzekert het de tijd…’. Het lyrisch ik komt bij Claus pas op het einde van het tweede kwatrijn: ‘die in mijn nekvel bijt.’
Claus was een veellezer en een goede lezer, die de essentie van wat hij leest in scherpe beelden vat: ‘the stars’ bij Shakespeare, met hun geheime invloed, worden door Claus in één woord gevat: ‘doven’. ‘This huge stage presenteth nought but shows’ wordt gewoon ‘de wereld’. En wat een schitterende vondsten zijn ‘mensen die groeien als lover onder eenzelfde luchtvervuiling’ en ‘de tijd die in mijn nekvel bijt’. En Claus speelt maar door – zie het subtiele spel met woord en klank en betekenis in de reeks ‘lover’ ‘loven’ ‘tover’ en ‘tevoren’ bijv. – en voert zijn gedicht naar zijn eigen conclusie, helemaal anders dan die van zijn grote voorganger: waar Shakespeare nog gelooft dat hij met zijn poëzie de geliefde het eeuwige leven kan geven, weet Claus dat het maar om dat ene korte moment van volmaaktheid uit het eerste vers gaat.

Imitatio, intertekstualiteit
Hier grijp ik even terug naar de imitatio. Schreef Horatius niet in het laatste gedicht van zijn derde boek Oden: ‘exegi monumentum aere perennius’ – ‘ik heb een monument opgericht, duurzamer dan brons’Shakespeare echode dat in zijn sonnet 55: ‘Not marble, nor the gilded monuments/ Of princes, shall outlive this powerful rhyme / But you shall shine more bright in these contents/ Than unswept stone, besmear’d with sluttish time’. Claus heeft zijn ‘naakt monument dat straffeloos voor mijn ogen voorover valt’ ergens vandaan. Hij beperkt zich in dit sonnet blijkbaar niet tot een eigen versie van sonnet XV, maar hij grasduinde ook in de andere sonnetten en nam wat bruikbaar was.
In het postmodernisme zijn intertekstualiteit en sampling natuurlijk schering en inslag en Claus was een sampler bij uitstek. Ik heb hierboven al op de belezenheid van Claus gewezen, hij las ontzettend veel en gevarieerd en dat vond een neerslag in zijn werk. Dat is zeker voer voor een uitgebreide Clausstudie. En mag ik hierbij, ook al is dat misschien verregaande Hineininterpretierung, denken aan de actrice met wie de dichter in de jaren zeventig een relatie had, Sylvia Kristel en haar personage Emmanuelle? Verklaart dit niet de softerotische ondertoon van de twee terzines?

Winnaar
Claus was bovenal een levenskunstenaar en dat verklaart wellicht het wat eigenaardige en op het eerste gezicht contradictorische woord ‘straffeloos’ in het voorlaatste vers: ten volle leven is geen zonde, dat hoeft niet bestraft, geen enkel monument is bestand tegen het werk van de tijd. Ik lees dit als een pleidooi voor een onbelemmerd carpe diem, zonder morele betutteling, de woorden van Catullus indachtig: ‘vivamus mea Lesbia atque amemus’(7). Omarm de momentane schoonheid. Claus’ motto was niet voor niets Ni maître ni Dieu. Ook Shakespeare kon hij de baas. Hij scoorde een klassieker en won.


Martin Carrette

____

Nawoord van de redacteur:
Eind januari jl. overleed Martin Carrette op 64-jarige leeftijd. Eerder die maand had hij mij de laatste versie van bovenstaande bespreking toegestuurd. Meander heeft ervoor gekozen, mede in overleg met zijn familie, om deze bespreking toch te publiceren. ‘Sonnet I’ was Martin immers zeer dierbaar.

(1) William Shakespeare – Sonnetten, vertaald door Guido de Bruyn (tweetalige editie), Uitgeverij P, Leuven 2006.

(2) In 1987 gaf de Bezige Bij de Sonnetten opnieuw uit, in eerste instantie als Jaarwisselingsgeschenk 1986-1987, in een genummerde oplage van 500 exemplaren. Later dat jaar volgde een reguliere herdruk.

(3) Ook voor Claus moeten de Sonnetten een bijzondere betekenis hebben gehad. Op zijn begrafenis, 29 maart 2008, werd een video vertoond waarop Claus zelf het laatste sonnet uit de cyclus (XV) voorlas, met o.a. de regel: ‘Nu is de wereld sterfelijk als ik / en daarmee uit.’

(4) In de verschillende Shakespeare-uitgaven bestaat veel variatie in het gebruik van hoofdletters en komma’s. De hier gebruikte weergave is op veel gezaghebbende sites terug te vinden, o.a. op de site van Frank Lekens met uitgebreide informatie over de Shakespeare sonnetten en vertalingen in het Nederlands.

(5) Hugo Claus, dichter, minnaar, rebel. Regie: Marianne Soetewey / Redactie: Guido De Bruyn en Katrien Seeuws / Eindredactie: Katrien Seeuws / Productie: Griet Boulat / Advies: Marc Didden / Een programma van VRT Cultuur voor Canvas.
www.vrt.be/nieuws/2013/03/hugo-claus-dichter-minnaar-rebel

(6) Feitelijk is het schema te lezen als ababccddefgheg of zelfs ababccddebfgef. De woorden ‘tevoren’ en ‘loven’ kunnen echter ook als halfrijm worden opgevat, zeker gezien het taalspel met binnenrijm (‘tover’, ‘voorover’) in de laatste terzine. Dit sluit meer aan bij het rijmschema van het continentale sonnet, dat Claus hier voor ogen stond.

(7) Uit het gedicht Carmen V van Catullus. Vertaling: Laten wij leven, mijn Lesbia, en laten wij beminnen.

     Andere berichten