Edward Hoornaert – Wij vreemden

Kwetsbare poëzie

door Hans Franse

Er gaat natuurlijk niets boven een mooi boek. Wij vreemden, het debuut van de dichter uit Roeselare (waar ook Guido Gezelle werkte) is prachtig uitgegeven, vormgegeven door graficus/uitgever Gerrit Westerveld en gedrukt op 120 grams Conqueror. De eerste druk verscheen in een oplage van genummerde en gesigneerde exemplaren.

Het motto van de bundel, een regel van de dichter zelf, geeft de stemming van de bundel aan : ’van de bestemming aanvankelijk alleen/het haperende spoor’.
Ook de titels van de drie onderdelen van de bundel (‘Het botsen en de bal’; ‘Wij vreemden’; ‘Ons toebehoren’) vormen een intrinsiek onderdeel van de poëtica in de bundel.

De poëzie is verstild, soms aarzelend en zoekend. Sommige zinnen zijn niet af, andere woordgroepen staan tussen haakjes. Er is een verleden, een godsdienstige beleving met Bijbelse verwijzingen naar lijden en verrijzenis (zure wijn, de spons , het graf) en het gebed, de gouden woorden die gesproken werden in een Vlaams gezin bij de maaltijd: ‘Bij het gebed/kwam alles vast te liggen in het hangslot van onze handen’. Hangslot is een beeldende term, maar ook meer dan dat: de geslotenheid die ook bij sommige gedichten herkenbaar is, terwijl er een verlangen is naar openheid, zoals je een hangslot kunt openen en sluiten wanneer je wilt als je over de sleutel beschikt. ‘Ik ben hier niet om nieuw te maken/het gruis in een of andere vorm te gieten’, zegt de dichter in het gedicht ‘In scène’. In hetzelfde gedicht geeft hij ook waarom hij er wel is: ‘Ik ben hier om het gewonde lichaam/van het vocht te scheiden, het gejammer/uit de rots te splijten en verder te doen zingen’. Dat is een dichterlijke opgave, waarmee de dichter aan het werk gaat. Hij zoekt naar het woord, zoals blijkt uit het gedicht ‘Holte’, maar het woord blijkt moeilijk vindbaar.

Holte

wat zich verbergt in dit woord
is tot hier toe afwezig gebleven
of ons bij voorbaat ontnomen

wij bevoelen de muur, wrikken de stenen
één voor één los en zoeken wat kiemt
in de holte – kan leegte daar bloeien?

Het was niet de eerste keer, deze bundel lezend en herlezend, dat ik aan Gerrit Kouwenaar moest denken.
De dichter moet heel precies zijn: zijn woorden suggereren ook verdriet, dat uiteindelijk resulteert in stilte, terwijl op de achtergrond altijd de dood aanwezig is die hem soms met lege handen doet staan: ‘ik ben de hand die zich geen raad weet met de bloemen/voor jouw graf, ik wacht en leg de stilte/eerder dan de bloemen voor je neer’.
Deze poëzie van de stilte, soms het onvermogen, is ook zeer ritmisch, er is aan de vorm gewerkt, en in sommige gedichten is een duidelijke muzikaliteit te herkennen.
Een mooi debuut, dat veel doet verwachten, een mooie uitgave: mooie poëzie verzameld in een mooi boek. Zeer de moeite waard en aanbevolen voor diegenen die van mooi uitgewerkte, zorgvuldige verwoorde en geconstrueerde gedichten houdt.

***

Edward Hoornaert werd in 1981 geboren in Roeselare waar hij nu nog woont. Hij studeerde Romaanse filologie aan de Katholieke Universiteit van Leuven. Hij publiceerde onder andere in De schaal van Dighter en Meander en is redacteur van ‘een twee powezie’ waarin de redactie het puntdicht wil doen herleven.

 

Geplaatst in Recensies.