Gedichten

Mijn papa was een boom

Voor V.

Ik was zijn kleine meisje op foto’s in de truck.
We klommen samen tot de hoogste kruinen.

Met zijn blote handen bouwde hij mijn droom-
hut waar ik nu alleen zit met een scherpe bijl

waarmee ik wild in het rond hak in de takken,
door de schors, in de knobbels van de boom. 

Papa is het hoekje om, uit de bocht gegaan.
Ik draag zijn veel te grote, rode hemden nog.

omdat het moet

omdat het jou vertroebelt

omdat het jou verontrust

omdat het in de weg zit

omdat het uitzondert

omdat het nooit af is

omdat het afbreekt

omdat het wringt

omdat het ooit

omdat het stoort

omdat het los wrikt

omdat het er uit moet

omdat het in je vel snijdt

omdat het jou verscheurt

omdat het naar de keel grijpt

omdat het iets teweeg brengt

wij proberen van in het begin

aandachtig de vale kleuren
die beklijven in de nacht

na te kijken en dit heelt

weduwen, weduwnaars
iedereen die achterblijft

tussen gedempte klanken

wij tasten de tonen af
die nooit overheersen

het laatste blad dwarrelt

naar beneden, ritselt
aan de zijden draad
 
wij zetten een trage dans in

de benen aarzelen
tevergeefs strekken

de bomen hun takken

wij schuren langs de schors
de stem die overslaat vertelt

wat is geweest, vervreemdt

zich van ons eigenzinnig zelf
terwijl de vleugels open staan

vliegen wij met ons hoofd
in het zopas gerooide bos

tegen wat verwijlt in zwijgen

Geplaatst in Gedichten.