Annemie Deckmyn

Annemie Deckmyn (Gent, 1955) is moeder van 5 kinderen en werkt in het onderwijs. Zij debuteerde in maart 2018 met de bundel Alles gebeurt onderweg (Uitgeverij P., Leuven).
Er verschenen eerder gedichten in Daar begint de poëzie: de honderd beste gedichten uit de Turingwedstrijd (Van Gennep 2014), de Poëziekalender 2015, samengesteld door Ester Naomi Perquin en Menno Hartman (Van Oorschot) en de bloemlezing Het gezeefde gedicht samengesteld door Roel Richelieu Van Londersele en Charles Ducal (Uitgeverij P.2016) Zij won diverse poëziewedstrijden.

foto Damon de Backer

 

uit de debuutbundel
Alles gebeurt onderweg (uitgeverij P, maart 2018)

 

je gooit me niet zomaar van je af als een schoen
’s avonds na een zware dag. herinner je
hoe ik je perfect leek te passen. als ik nu knel,
snij dan voorzichtig wat eelt van je hiel.

mijn veters snoeren soms in je vel.
liefde van jaren, hardleers doch duurzaam.
we vieren vandaag op wankele zolen.
je houdt me aan, ook al ben ik versleten.

 

&

 

gedurfde keuzes konden we niet maken. ze hingen aan de haak
bij de wanten en sjaals, haastig om ons te verlaten.
wij ontsnapten niet aan de middelmaat.
bouwden een huis waarin we ouder werden.

hun rode sokken lieten sporen na in de witte was.
op een roze wolk, voor even, speelden zij krijger door de gang,
vraten onze voorraad op, scheurden bladzijden uit boeken
die ongelezen op tafel lagen, krasten het behang met hun stiften.

wij, uitgeput, vonden elkaar in verschoten zetels.
van hun verhalen verzadigd dommelden we in.

 

&

 

jong als een maandag
waren we, en welbespraakt.
vanuit wijdopen ramen
wuifden we de dagen uitbundig tegemoet.

nu hoor ik je komen.
je sluit de deuren af,
morrelt aan een slot
dat tegenwringt en knarst.

ik zie je liever zwijgend.
ontdoe je van je jas en jaren,
toon me elk verschil.

 

Geplaatst in Gedichten.