Mirjam van Hengel – Een knipperend ogenblik. Portret van Remco Campert

Een leven lang blozen

door Ernst Jan Peters


De bekroonde biografie (2017) van Onno Blom over Jan Wolkers was tevens een dissertatie, een afstudeerscriptie voor gevorderden. Het aantal pagina’s van de biografie over M. Vasalis door Maaike Meijer (2011) overstijgt in veelvoud het aantal pagina’s aan dichterlijk werk van ‘Kiek’, zoals Vasalis in huiselijke kring werd genoemd. Ook hier academische degelijkheid en meer noten dan Mozart gebruikte voor zijn pianosonates.

De ‘biografie’ van Remco Campert is meer een uit de hand gelopen bijlage van een van onze kwaliteitskranten. Een journalistiek topproduct met een harde omslag. De biografie wordt dan ook niet als biografie bestempeld. De titel van het werk van Mirjam van Hengel luidt Een knipperend ogenblik. Portret van Remco Campert. Portret klinkt anders dan de ‘definitieve biografie’. Die kan altijd nog worden gemaakt, bijvoorbeeld als de hoofdpersoon is overleden. Want daar zit ook een verschil tussen de levensbeschrijvingen van Campert ten opzichte van die van Wolkers of Vasalis: Remco Campert leeft nog en heeft zelfs bijgedragen aan het portret.

Waar andere biografen eerst beginnen uit te leggen hoe zij tot Biograaf zijn geworden en wat de afspraken waren met nabestaanden, familie en vrienden, vertelt Van Hengel hoe zij, Remco en zijn geliefde Deborah ertoe zijn gekomen om elkaar wekelijks te spreken over facetten uit Remco’s leven. Bij die sessies hoorden wijn en sigaretten. Remco is het levende tegenvoorbeeld dat roken slecht is voor je gezondheid, hoewel hij er zelf geen reclame voor maakt. Samen doorpraten over stukjes uit het leven van Remco en soms ook het leven van Deborah levert extra ‘couleur locale’ bij de gevonden feiten. Het maakt ook dat je denkt te maken te hebben met een ‘geautoriseerd’ portret. Het suggereert dat Remco en Deborah instemmen met alles wat is geschreven, zij hebben immers niet geprotesteerd. Dat betekent dan ook weer niet dat Campert blij is met alles wat Van Hengel naar voren brengt. Op sommige zaken in zijn leven is Campert niet trots, dan meldt Van Hengel dat er een geïrriteerde reactie komt. Maar irritatie is niet hetzelfde als ontkenning.

Van Hengel, die over zichzelf in de derde persoon praat als ‘de journalist’ en niet ‘de biograaf’, geeft zichzelf ook de vrijheid om impressies te geven uit het leven van Campert. Impressies die te beschouwen zijn als dichterlijke vrijheid. Neem de eerste alinea’s van het eerste hoofdstuk [p.16]:

‘Er staat een jongen bij de bushalte. Zomerdag, de Duinlaan trilt in het zonlicht, in de tuinen aan de overkant groepen de lage huizen bijeen als dikke lome dieren in de schaduw. Gedempt geschreeuw van hinkelende buurtkinderen, de school om de hoek is gesloten, het is vakantie. Het slaan van een deur, de stemmen van mensen in de verte en daaronder, trouw en zachtjes, het ruisen van de branding.
De jongen staat te wachten op de bus die hem van het villawijkje aan zee naar de stad moet brengen, bus M, die rijdt van Kijkduin naar Den Haag, van het kunstenaarsdorp met de gewelfde rieten daken naar de nette residentiële straat waarin het huis van zijn grootmoeder staat.’

De beschrijving gaat door met de kleding van de achtjarige, de manier waarop zijn haar is geknipt tot en met het mens-erger-je-nietspel onder zijn armen. Kleine Remco wordt eigenlijk weggestuurd van huis. Zijn vader is daar al niet meer, zijn moeder is er door haar werk als actrice meer niet dan wel. Remco gaat bij opa en oma wonen. Ook als niet alles uit de impressie is gebaseerd op wat er werkelijk gebeurde op dat moment (slaan van een deur?), het beeld staat en bevat een grotere waarheid. Waar Campert de biografie zelf beschrijft als ‘het nobele genre van de fictie’ zoekt Van Hengel wel degelijk naar ankers in controleerbare feiten. Zij voelde zich verplicht “zij het niet aan de waarheid dan toch aan de werkelijkheid.”

Het levert een boek op dat leest als een trein. Een thriller waarbij de belangrijkste vraag is: wie is toch die dichter, wat bezielt hem? En (spoiler!) aan het einde weet je veel meer maar de hoofdvraag blijft door je hoofd spoken. Bij het beschrijven van het leven van Campert gaat Van Hengel uit van de premisse dat het werk van Campert, zowel zijn proza als zijn poëzie, nergens geheel is losgezongen van de persoon Campert. Ook al heeft de hoofdpersoon een hele andere naam, hij maakt dingen mee die ook voorkomen in het leven van de schrijver en Van Hengel durft de emoties te noemen die de hoofdpersoon heeft en zij durft te suggereren dat Campert dezelfde emotie gehad zou kunnen hebben.

In de documentaire Verloop van jaren – Dichter bij Remco Campert van regisseur John Albert Jansen uit 2016 zit een ongemakkelijke scène waarin één van zijn dochters vertelt dat vader Remco niet altijd met antwoorden kwam op de grote levensvragen. Camperts verweer, klein, verdedigend, was en is eigenlijk nog steeds dat hij alle antwoorden op essentiële vragen in zijn poëzie stopt. Leven en schrijven gaan voortdurend gelijk op. Als hij niet meer schrijft, is hij eigenlijk dood, beweert hijzelf regelmatig.

Van Hengel weet beeldend te schrijven. Dat doet ze geweldig, maar er hadden van mij best wat meer foto’s bij gemogen in het portret. Er zullen vast meer platen beschikbaar zijn geweest. Een voorbeeld van dat beeldend schrijven zien wij ook voor het proces van totstandkoming van het portret. Van Hengel mag rondneuzen in zijn mappen, boekenkasten en plaatsnemen achter het werkbureau van de meester [p. 516]:

Zo vroeg als ik hier zit, zit hij hier nooit. Het is maandagmorgen, halfnegen, buiten rinkelt de stad en rumoeren de trams, de rolkoffers, de fietsbellen. Ik voel me alsof ik het rode markeringspijltje van Google Maps ben, ingetypte locatie-zoekterm: Remco Campert. Dit is het epicentrum Remco Campert.
Voor mij staat de typemachine, de Olympia Gabriele 12 zonder kap, de spoeltjes met het lint waarvan hij een voorraad heeft ingekocht voor het geval de productie ervan stopt voordat hij stopt met schrijven. Onder de toetsen ligt gruizig de sigarettenas als in de asla van een open haard. Er zit geen papier in de machine, de column van gisteren heeft hij eruit gedraaid, hij is opgestaan van zijn stoel, naar de gang gelopen om hem daar op de houten kist te leggen, met het belletje te klingelen zodat Deborah wist dat hij klaar was. Terwijl zij de column heeft opgehaald om hem op haar eigen verdieping over te typen op de computer zat hij alweer achter zijn tafel, stak een nieuwe sigaret op, keek uit het raam, pakte iets op van zijn bureau, inhaleerde, bladerde, las.

De veertien delen van het portret pakken allemaal een deel van zijn leven. Chronologisch maar ook vaak associatief. Als we het toch hebben over een bepaald aspect, wordt het aspect meegenomen voor heel zijn leven. Het is ook niet meteen een naslagwerk, probeer maar eens de trouwdatum te vinden van Remco’s huwelijk met zijn derde echtgenote Lucia.

Terugkerend motief is de tegenstrijdigheid in Camperts karakter: verlegen tot op het bot. Hij kan zijn emoties slecht verbergen. Hij verraadt zijn jeugdige leugentjes door zijn blozen. En toch is er die hang naar theater, naar optreden voor volle zalen, voor erkenning. Hij lijkt meegaand, niet bezig een vaste koers aan te houden en toch is hij overtuigd van waar hij mee bezig is. Hij lijkt kwetsbaar, beïnvloedbaar, maar over zijn schrijven heeft hij geen twijfels. Het lukt hem niet altijd, maar wat er staat en wat zijn zegen heeft, bestaat en mag bestaan. Er is de hang naar geborgenheid, mede ingegeven door zijn eigen versnipperde jeugd, en er is de onmacht om zelf geborgenheid te bieden. Campert de dichter verdient meer complimenten dan Campert de vader. Dat vindt hij zelf ook, maar kinderen worden pas boeiend voor hem als je er een gesprek mee kunt voeren.

Het voordragen van uit eigen werk bij een protestbijeenkomst in mei 1970, tegen de oorlog in Vietnam, is een mooie gelegenheid om Camperts ideeën over activisme en literaire betrokkenheid te behandelen. Hij wilde niet te nadrukkelijk roepen en was in die zin niet de Vijftiger die anderen tot de orde wilde roepen. Van Hengel [p. 446]: ‘Iemand van grote gebaren was hij nooit geweest en inhoudelijk was hij liever niet te expliciet. Zijn afschuw van pretenties gecombineerd met de relativering van zijn eigen betekenis won het vrijwel altijd van de drang iets stelligs te roepen. Tonen in plaats van ergens toe oproepen; zijn werk gevoelig laten zijn voor de tijd en de wereld waarin het ontstaat.’

De titel van het portret heeft Van Hengel ontleend aan het gedicht ‘Licht van mijn leven’ uit de gelijknamige bundel (2014). Een gedicht waarin wordt teruggekeken en afscheid genomen. Hij verwijst naar Den Haag als zijn geboorteplaats en naar Amsterdam waar de dichter werd geboren. Hij wandelt nog steeds door de straten: ‘van datzelfde Amsterdam, tot / in een knipperend ogenblik / het leven me loslaten zal (…)’.

Wie meer wil weten over de dichter Remco Campert doet er goed aan om eerst dit portret te lezen, dan flink wat gedichten uit zijn oeuvre te lezen, bijna allemaal verzameld in de bundel Dichter, en dan het portret te herlezen. Er zijn tal van bespiegelingen te vinden over Camperts gedichten. Van Hengel schrijft in het portret zelf kleine beschouwingen elke keer als er in Camperts leven een nieuwe dichtbundel van zijn werk verschijnt.

Een knipperend ogenblik. Portret van Remco Campert leest lekker, de biografie van de bijna 90-jarige dichter Campert probeert op associatieve wijze werk en leven te verbinden. Dat lukt vaak erg goed, en toch blijft het raadsel Campert bestaan. Gelukkig maar. Zoals zijn geliefde Deborah zegt in het Vooraf [p. 9]: “Maar wat is zijn geheim? Ik weet het niet. Die man is een raadsel.”

____

Mirjam van Hengel (2018). Een knipperend ogenblik. Portret van Remco Campert. Uitgeverij Bezige Bij, 584 blz. € 29,99. ISBN 978 94 031 2290 8

Geplaatst in Recensies.