Jonathan Griffioen – Gedichten met een Mazda 626

Een grijpvogel, een leeuwarend, een griffioen

door Hans Puper

Ontsnappen uit de afgebakende ruimten van het kantoor naar onbegrensde vlakten, van etikettenplakkerij naar de vrijheid van de Mazda 626 die harder optrekt dan een Golf, de Mazda met overmoedige inzittenden die een onvoorwaardelijke liefde en vriendschap voor elkaar voelen. Van de werkelijkheid naar de fictie van films, tv-series en computergames, van een zorgelijke volwassenheid naar een onbezorgde jeugd met een boezemvriend. Centraal in deze bundel staat de Mazda, die ‘een klein heelal’ is, waar de ik en zijn vriend Jimmy uit voortkomen. De gedichten zijn een wanhopige poging om zijn overleden vriend Jimmy terug te halen. De gedichten moeten ertoe doen, een uitweg bieden:

valt als de donder een cirkelend gat in de lucht
uit het cirkelende gat in de lucht groeit een licht
het licht is rood als de mazda de 6 2 6 6 2 6
jimmy’s rode mazda 6 2 6 uit 1990
zet mij hiërarchisch achterin
jimmy’s rode mazda 6 2 6 uit 1990 – ik ben geen kostwinner
ik ben niet bang voor wat nog komen moet
maar jimmy hoe kies ik tussen mijn lichaam?

je hebt maar twee soorten gedichten zegt jimmy
gedichten met een mazda 6 2 6 uit 1990
en gedichten zonder een mazda 6 2 6
uit 1990 ik lees vooral veel gedichten
zonder mazda 6 2 6 uit 1990

denken dat het zonder een mazda 6 2 6 uit 1990 kan
is vast ook geen straf?

(p. 25)

Gedichten zonder een Mazda 626 die geen straf zijn. Ja, dat is de vraag. Je hebt die in ieder geval nodig om het contrast tussen ideaal en werkelijkheid te laten zien.

De ik-persoon heeft de voor- en achternaam van de dichter. Dat de bundel een sterk autobiografische inslag heeft lijkt me geen punt van discussie, maar dat gegeven roept niet de vraag op die bij andere bundels weleens opkomt: wat is er in godsnaam interessant aan al die eendimensionaal opgediende particuliere levensfeiten? Deze bundel is niet eendimensionaal en je ziet hier het algemene in het bijzondere. Griffioen beschrijft een thematiek die we allemaal in meer of mindere mate kennen. Om dat te benadrukken gebruikt hij op een originele manier de archetypen van Jung. En het motief van het terughalen van een geliefde uit de dood is eeuwenoud en overbekend.

De bundel beschrijft een dag uit het leven van Jonathan. Hij is al veertig uur op, geholpen door het medicijn methylfenidaat (onder andere bekend als Ritalin). Op die manier probeert hij al hallucinerend Jimmy te bereiken, wat soms lukt. Hij lijkt te zijn overleden: op p. 57 lezen we dat de ik Jimmy’s lichaam vond in een woning.
Op de eerste pagina lezen we dat Jonathan, de ik-verteller, als jongen werd gediagnostiseerd als ‘(net) niet autistisch’. Een diagnose die nogal eens is veranderd, overeenkomstig de voortschrijdende psychiatrische inzichten of, onvriendelijk gezegd, de psychiatrische modes. Ze worden genoemd op p. 40: ‘jonathan pdd-nos griffioen / jonathan nld griffioen / jonathan autismespectrumstoornis griffioen / jonathan tafkapdd-nos griffioen’. In een ander gedicht (p. 38) lezen we dat hij fysio- en psychotherapie moest ondergaan, en ‘cognitietesten / nieuwe cognitieteksten / nieuwe nieuwe cognitietesten’. Ondanks een goede concentratie en nauwkeurigheid, komt hij terecht in het speciaal onderwijs, door hem de ‘debieltjesmavo’ genoemd.
Hoe anders is het met Jimmy in zijn Mazda. Het slot van het gedicht waarin zijn dood wordt vermeld eindigt zo:

Op de zomerdag van frank o’hara geparkeerd voor mijn oude huis

mijn ouders zijn weg fladderen als een schroefboormachine door het park jimmy rijdt de mazda 6 2 6 voor die vol kleinere mannen zit we komen eraan op onbekende plekken een terrein waar de weg naar de vrolijkheid op uitmondt het rode water omgeven door dood hout flakkerend 40 uur op en lief lachen haperend vrolijk ik hoef niet op de weg te gaan staan met mijn gefladder geen menigte geen eist een medische test in de mazda de bak waarin ik je haren kam, je ironisch mijn jimmy noem

Leestekens zie je nauwelijks in de bundel en hoofdletters al helemaal niet. Het tolt in Jonathans hoofd en wij tollen mee, want de ik is een zogenoemd ‘belevend ik’. Gedachten vallen over elkaar heen, er zijn herhalingen in vele varianten en dromen, dialogen of andere invalshoeken zijn er niet. Er worden talloze tv-series genoemd die mij grotendeels onbekend waren, wat mijn verwarring nog eens vergrootte. Voeg daarbij de muziek en computergames – veel moest ik googelen.

Wie is Jimmy precies? De ik houdt van hem, dat staat vast. Bovenstaande regel over de zomerdag van Frank O’Hara verwijst naar diens gedicht ‘Homosexuality’. In zijn ‘Voorwoord’ heeft Griffioen daar drie dysticha uit geciteerd. De laatste: “crying to confuse the brave ‘It’s a summer day, / and I want to be wanted more than anything else in the world’ ”. Verwijzingen naar dat gedicht zie je regelmatig in de bundel, zoals ‘jimmy en ik laten op de zomerdag / van o’hara geknakte paardenbloemen / vallen uit het raam van ons flatgebouw’ (p. 23) en ‘op de zomerdag van frank o’hara draaien jimmy / en ik in de 6 2 6 uit 1990 geparkeerd voor het huis van een klant / fireflies made out of dust van the happy jawbone family band’ (p. 27). Was Jimmy drugsdealer? Mogelijk. Er zijn ook aanwijzingen dat hij een alter ego is van de ik of misschien zelfs een uitvergroting van zijn broer. Ik vermoed dat de voorstellingen door elkaar lopen in de geest van de ik.
Om de verwarring nog te vergroten: Jimmy kan ook een gemythologiseerd deel van de ik zijn. Een vondst in dit verband is het gebruik dat de dichter maakt van zijn achternaam. Een griffioen is een mythologisch dier met een leeuwenlichaam en de kop en vleugels van een adelaar, dat de heerschappij over twee rijken symboliseert: de aarde en de lucht. (bron: Wikipedia). Op andere plaatsen betitelt de ik zich als ‘grijpvogel’ of ‘leeuwarend’ en dat zijn synoniemen of in ieder geval vergelijkbare wezens. Gesuggereerd wordt dat de ik in twee werelden leeft; er zijn raakvlakken met de psychologie van Jung, van wie Jimmy zoveel houdt: “als er geen psychiaters waren zou hij ze missen / zoals jimmy carl gustav jung mistte [sic] nadat hij hem op youtube had / gezien // ‘it clicked,’ zei jung en jimmy hield van hem”. (p. 29).
Het ‘collectieve onbewuste’, het onbewuste dat wij mensen dus delen, zou bestaan uit archetypen die verschillende ideeën vertegenwoordigen, zoals de held, de loser, de eeuwige jongeling, de boze geest, de vader, de moeder et cetera. Volgens Jung vormen ze de basis van iedere religie en archetypische projecties zouden daarmee iets bovennatuurlijks of mythisch kunnen krijgen. Moeten we zo die twee werelden van de griffioen interpreteren?
We vinden archetypen ook terug in de vele sitcoms, films en songs. Ze inspireren de ik: zo springt hij een enkele keer als Darth Vader uit de auto. Jimmy zou de eeuwige jongeling kunnen zijn en in Jonathans jeugd was zijn broer de held met wie hij zich identificeerde. Een herinnering aan ‘een van de dagen na [Jonathans] eerste diagnose’: ‘ik was mij een beetje ongericht in de ruimte aan het bewegen / ik fladderde ik fladderde het park door / half verzonken in het oude bomberjack van mijn broer’. De identificatie beschermt hem echter niet tegen geweld, de realiteit overwint.
Er zijn meer bijzondere motieven die verwijzen naar de thematiek van de bundel. Ik ga daar verder niet op in, ik wil de lezer niet het gras voor de voeten wegmaaien. Wel kan gezegd worden dat ze de bundel overvol maken en dat onderstreept nog eens de soms obsessieve gedachtewereld van de ik.

Tot slot citeer ik het tweede (of eigenlijk eerste) citaat uit het ‘Voorwoord’. Het is van Sarah Manguso, uit The Fallacy of Prose Poetry: an Extension of Eliot’s ‘Reflections on Vers Libre: ‘The relentless naming and sorting of contemporary poetries has always suggested to me a group of autistic kids locked in the Quit Room, trying to organize their way out’. Griffioen houdt niet van etikettenplakkerij, ook niet als het poëzie betreft. Tegelijkertijd geeft hij met dit motto de persoonlijke noodzaak van deze bundel aan: die moet een uitweg bieden.
Ik vind Jonathan Griffioen een goede dichter – tegen dit etiket zal hij waarschijnlijk geen bezwaar hebben.
____

Jonathan Griffioen (2018). Gedichten met een Mazda 626.Lebowski Publishers, 72 blz. € 19,99. ISBN 9789048831500

Geplaatst in Recensies.