Willem Tjebbe Oostenbrink

Willem Tjebbe Oostenbrink (Grijpskerk, 1963) dicht in het Westerkwartiers (West-Gronings) en in het Nederlands. Hij debuteerde in 2013 met de Groningstalige bundel Opdreugde troanen (Opgedroogde tranen); in 2017 verscheen de bundel Zolt en Stof (Uitgeverij Vliedorp Houwerzijl).
Hij ontving de Duitse Johann Friedrich Dirksprijs (2017), Borslaprijs (2014) en de Freudenthal Aanmoedigingsprijs (2010).
Zijn poëzie lijkt op het eerste oog verbonden met zijn geboortegrond, het Groninger Westerkwartier, maar bij nadere beschouwing breder, universeler. Hij heeft gepubliceerd in tijdschriften als het Groninger Krödde, het Friese Ensafh, het Drentse Roet, Noach’s Kat.
Oostenbrink draagt voor in het Gronings en het Nederlands. In 2016 trad hij voor het eerst op met Nederlandstalige gedichten op het Penrose-festival te Amsterdam.

 

foto Teodozja Wieloch

 

Uit de bundel Zolt en Stof, vertaald vanuit het Westerkertiers naar het Nederlands,
gedichtencyclus
Verwachteng ien Wenk en Bewegeng (Verwachting in Wenk en Beweging)

i. Uutweg

't Schieten begon op n noamirreg om ons hin
sloegen bommen ien. Roamen sneuvelden,
minsen vielen op stroat del. Gebaauwen stoarden
ons aan met swarte ogen, veurdat ze ienstörtten.

Tegent t duuster brandden huzen, as n zun
die hangen bleef en d’oavend tegenhiel,
tot op t lest de nacht viel. De nacht viel zo hard
dat de dag doarop niet meer ien t enne kwam.

Et gijt hard van je òf, as je je geboorteplak niet
meer herkennen. We zwalken wat rond op zoek
noar uutwegen, mor lang onderweegs komt der
n moment dat der gien vertrekpunt meer is.

Zoveul grinzen bennen overschreden,
nog meer hollen ons tegen.

i. Uitweg

't Schieten begon op een namiddag, om ons heen
sloegen bommen in. Ramen sneuvelden,
mensen vielen op straat neer. Gebouwen staarden
ons aan met zwarte ogen, voordat ze instortten.

Tegen het duister brandden huizen, als een zon
die hangen bleef en de avond tegenhield,
tot op het laatst de nacht viel. De nacht viel zo hard
dat de dag daarop niet meer overeind kwam.

Het gaat slecht met je, als je je geboorteplek niet
meer herkent. We zwalken wat rond op zoek
naar uitwegen, maar lang onderweg komt er
een moment dat er geen vertrekpunt meer is.

Zoveel grenzen zijn overschreden,
nog meer houden ons tegen.

ii. Op drift

Ze zaggen ons aanzetten kommen op tillevisie,
internet en facebook as n volk votlopen uut Exodus,
t har even zoveul weg van hordes bezoekers
die terugkeerden van n popfestival verploatst
noar n aander tied.

Ien contreien van opstaand en geweld tieren we
weleg tegen de verdrukkeng ien, mor nood trekt
hulp. Ien innege soamenwaarkeng van smokkeloars
goan we as handelswoar van haand tot haand.

Met verwachtengen hoger as elke òfrastereng
vienden we altied gatten en openengen.
Wij bennen gien hekkesluters.

ii. Op drift

Ze zagen ons komen op televisie, internet
en facebook, als een volk weggelopen uit Exodus,
het leek even veel op hordes bezoekers
die terugkeerden van een popfestival verplaatst
naar een andere tijd.

In streken van opstand en geweld tieren we
welig tegen de verdrukking in, maar nood trekt
hulp. In innige samenwerking van smokkelaars
gaan we als handelswaar van hand tot hand.

Met verwachtingen hoger dan elke afrastering
vinden we altijd gaten en openingen.
Wij zijn geen hekkensluiters.

iii. Wenk

We sloegen op e vlucht veur wat gien noam
hemmen mocht, niks kon ons helpen, ok
gien woordenboek. Hoe schaarp ok woorden
werkelekheid beschrieven, gien iendringender
geluud as van grenoaten.

Wij verloren de stried, woorden heur betekenis.
Wegtogen uut t laand bennen we t geweld
ontvlucht. Verlies en gemis droagen je
met je met.

Ien n oogwenk fleren we t netvlies leeg gliek
de koalbrande velden, swart as n lei
zoeken we n plak om vannijs te begunnen.

Toekomst leit veur ons
n wond die mor min helen wil.

iii. Wenk

We sloegen op de vlucht voor wat geen naam
hebben mocht, niets kon ons helpen, ook
geen woordenboek. Hoe scherp ook woorden
de werkelijkheid beschrijven, geen indringender
geluid dan dat van granaten.

Wij verloren de strijd, woorden hun betekenis.
Weggetogen uit het land zijn we aan het geweld
ontkomen. Verlies en gemis draag je
met je mee.

In een oogwenk vegen we het netvlies leeg als
kaal gebrande velden, zwart als een lei,
zoeken we een plek om opnieuw te beginnen.

De toekomst ligt voor ons,
een wond die maar slecht helen wil.

Geplaatst in Gedichten.