Roger de Neef – Grondgebied

Blauw, maar niet blauwblauw

door Maurice Broere


De bundel Grondgebied is verdeeld in zes afdelingen. ‘Geschiedenissen’ is de eerste en bevat allerlei soorten gedichten: korte, zeer korte en ook wat langere. Sommige zijn voorzien van een opdracht. De onderwerpen zijn zeer divers: kunst, muziek, observaties en engagement. De afdeling wordt voorafgegaan door een sonnet. De volgende afdeling heet ‘Moeder’ en is vermoedelijk geschreven naar aanleiding van het overlijden van de moeder van de dichter. Dit deel omvat maar vijf gedichten. De derde afdeling heet ‘Mood Indigo’ en is een soort ode aan de kleur blauw. Blauw komt trouwens door de hele bundel opvallend veel voor. In ‘Personen en Passanten’ staan gelegenheidsgedichten, onder andere in memoriams voor Rogi Wieg en Jef Geeraerts. In de afdeling ‘Als Bloemen’ staan verzen over bloemen, planten en de tuin. De laatste afdeling ‘Grondgebied’ vind ik het interessantst. Hier niet het aloude Tachtigers adagium l’art pour l’art, maar geëngageerde poëzie. De gedichten die ik nader wil bekijken komen dan ook uit dit gedeelte van de bundel.

Personalia

Wij zijn oorlogsvluchtelingen
Niemand en overal
U bekend als geenlanders
Onze dromen hebben zich verhangen
Aan rijen punaises in hoge kantoren

Wij werden opgepakt nabij een kust
Uit vrachtwagens gehaald
In wachtcentra gestapeld gesorteerd
Samen met een afdruk van de linkerduim
In dossiers opgeborgen en vergeten

Ontkomen aan slachtingen van slechts één man
Lijken wij als omgekeerde geruchten
Vanuit het niets te komen
Dat hele niets met het vuil van iets.

‘Grondgebied’ gaat over vluchtelingen. Het moet de dichter geïnspireerd hebben dat duizenden vluchtelingen Europa binnen proberen te komen in gammele bootjes of levensgevaarlijke capriolen uithalen om in vrachtauto’s illegaal mee te liften. Het vers ‘Personalia’ is opgebouwd uit twee kwintetten en een kwatrijn. Het is rijmloos en heeft op de laatste regel na geen interpunctie. Alle regels beginnen met een hoofdletter. De hoofdpersonen zijn op de vlucht voor een oorlog en dus stateloos. De Neef gebruikt het woord ‘geenlanders’, waarvan ik aanvankelijk dacht dat het een neologisme was, maar het blijkt voor te komen in Utopia van Thomas Moore. Wel lovenswaardig om het woord uit de mottenballen te halen, want het past hier mooi. De dromen van een nieuwe toekomst zijn gestrand in kantoren van de immigratiedienst, waar de foto’s op een prikbord belanden. Heel treffend is de woordspeling op verhangen, dit versterkt de moedeloosheid van de slachtoffers. De tweede strofe geeft een omschrijving van de aankomst in het beloofde land, een weinig fraaie gebeurtenis. Ze werden uit vrachtwagens gehaald, wat beelden oproept uit de Tweede Wereldoorlog. De administratieve afwerking wordt geschetst. In het kwatrijn volgt dan de balans van de vlucht: ze zijn gevlucht voor de verschrikkingen die veroorzaakt zijn door een of andere dictator. Ze zijn een soort echo uit het niets en dat niets is bepaald niet fris en heeft de geur van oorlog.

Reisverslag van een kind

In een overvolle boot
Op een andere zee

Ik hou niet van de zee
Kan er niet bewegen
De zee is groter dan de buik van mama

Zij verdrinkt ons raast ’s nachts
Over ons heen veegt ons uit
Alleen ’s middags schudt de zee ons droog

Neen ik wil de golven de stokslagen
Van de zee niet meer horen.

Tragiek wordt altijd tragischer als je het door de ogen van een kind ziet. De verschrikkingen van Duitse vernietigingskampen komen in volle heftigheid binnen als je Kinderjaren van Jona Oberski leest, omdat je de verschrikkelijkste dingen leest vanuit het perspectief van een jongetje van een jaar of vier, vijf. Het gedicht spreekt voor zichzelf: een kind in een overvolle, krakkemikkige boot op een onbekende woelige zee. Een zee veel groter dan de wereld van het kind. Het geruis van de golven, het opspattende water, dat de mensen aan boord nat maakt en alleen ’s middags een beetje verdampt en de kleren wat droger maakt. Er volgt een mooie metafoor, de golfslagen worden vergeleken met stokslagen. Je voelt je klein op een overvolle boot op een grote zee. Knap getekend door De Neef.


Regenboog

See the bird with a leaf in her mouth
After the flood all the colours came out

Bono

Exodus van geluiden
Wij wachten
In de diepte van afgronden

Onvindbaar voor elkaar
Zonder bericht zonder
Spoor van die regenboog

Straks
Het ijle zoemen van een drone
Vlakbij.

Het laatste gedicht van de bundel is ‘Regenboog’. Het citaat van Bono verwijst duidelijk naar Genesis. Bono is zanger van de band U2 en wereldverbeteraar die de laatste tijd dankzij de Panamapapers in opspraak is vanwege belastingontwijking. Ik zal dat nu maar laten rusten. Noach dobbert volgens Genesis rond op de eindeloze zee, waarin de aarde is veranderd tijdens de zondvloed. Noach stuurt wat vogels op pad. Als laatste een duif die terugkomt met een olijftakje in zijn snavel en spoedig daarna valt de aarde droog en krijgen ze van god een teken: de regenboog. Twee symbolen: de duif voor de vrede en de regenboog staat in de christelijke kunst voor verzoening of verbinding tussen god en mens. Tegenwoordig staat de regenboog voor een kleurrijke samenleving. Zoals Noach het zakkende water afwachtte, zo wachten de vluchtelingen de stilte af in schuilplaatsen, waar niemand hen kan vinden, waar geen zicht op vrede is of op een samenleving waar ze welkom zijn. Misschien worden ze opgespoord door een drone en dan …

Ik vind de bundel Grondgebied wat disharmonisch in elkaar steken. De laatste afdeling vind ik het geslaagdst door het centrale thema, dat de dichter duidelijk heeft geraakt. Hij schetst heel subtiel de ellende waarin vluchtelingen verkeren en probeert nergens zieltjes te winnen voor actie, maar de lezer wordt wel wakker geschud. De meest voorkomende motieven zijn: dood, kunst, jazz, bloemen, planten en blauw. Het gedicht ‘’Mood Indigo’ heeft in dezelfde vorm en bewoordingen al in een eerdere bundel staan. In de eerste afdelingen staan verzen die voor mijn gevoel achterwege konden blijven, omdat de kwaliteit duidelijk minder is. Als er wat meer gedichten geschrapt zouden zijn, zou dat een beter geheel hebben opgeleverd. Gelukkig maakt de laatste afdeling dat enigszins goed. Ik vermoed dat de dichter dat zelf al aanvoelde, omdat hij de bundel ook de titel Grondgebied meegeeft.

_____

Roger de Neef (2018). Grondgebied. Uitgever: Poëziecentrum, 104 blz. €22,50 ISBN 978 90 5655 077 7

 

Geplaatst in Recensies.