Bert Struyvé

Bert Struyvé (1952) studeerde sociale geografie en Nederlands en gaf in zijn werkzaam leven les in communicatie- en organisatievakken in het middelbaar beroepsonderwijs. Publicaties in literaire tijdschriften zoals Extaze, Op Ruwe Planken, Gierik & NVT. Digitaal in Meander, Het Gezeefde Gedicht, De Schaal van Dighter, De Vallei. In 2015 in de HGG-bloemlezing en geselecteerd voor ‘Poëzie op straat’ in Gent 2017. In december 2018 een van de genomineerden voor de Vlaamse Zeef-poëzieprijs / bundeluitgave 2019. Straks in 2019 opnieuw in Extaze en Gpunt.

“Voor mij is het schrijven van gedichten een puur ambachtelijke bedrijvigheid. De realiteit, die je dagelijks om je heen ziet, hoort of ergens leest, verschaft voldoende stof tot inspiratie. Poëzie kan in mijn ogen niet de illusie bieden iets op te lossen, maar vormt een fraai podium om de beklemming talig vast te nagelen. Betekenispoëzie kan in die zin bevrijdend werken.”

 

foto Henk de Regt

 

En zei dat het goed was

zij laat zijn hand los
een lange dag zakt weg in zee
de drukplek bij haar kleurt weer tot huid

een bries scherpt zand
tot fijne steentjes
ze nestelen zich in elke groef

of zijn het haar teenslippers die gaan sloffen
in de groeiende meters achter zijn sandalen

ze trekt met haar hak een hoofd
een koppoter met vier staken
zonder handen en sandalen

probleemloos veegt de wind hem op
verplaatst hem, begraaft hem

hij beweegt niet, hij schuilt in zijn gedaante
duurzaam

 

Fremdkörper

een bermudashort koelt zijn autodak
het sop verspreidt zich als vloed over de tegeltuin

een groenfreak verdrinkt stof op het houtsnipperpad
verveelde komkommerplanten zien het gelaten aan

een man plakt geen reclamedrukwerk op zijn brievenbus
een vrouw post haar verhaal voor de laatste lichting
ze wonen in hetzelfde huis.

wolkenreuzen overzien het en groeien torenhoog
een blauwzwart theater codeert rood aan de horizon

in de ozon fietsen een meisje en een muts voorbij
zij stuurt en hij zit achterop
ze wonen niet in hetzelfde huis

is de dichter de krantenjongen in narrenpak
van wie de hand vanbinnen daagt misschien

 

Witten met vlakgom

het huis
dat er al stond
ver voordat jij op je tenen kon staan

later was het niet meer nodig
je aan de vensterbank op te trekken
om iets te zien, de velden te vangen

maar nu, nu trekken de ganzen naar het zuiden
en ben je de naam van het huis vergeten
je zou het alsnog in stukjes willen knippen

om in te plakken, op elke bladzijde een steen
of desnoods oprollen en archiveren in een koker

het huis dat jij wilt witten verdwijnt
het weegt niet veel, alle contact is al verloren

een huis dat in niets op mij lijkt

Geplaatst in Gedichten.