Poëzie Kort 2019 / 1

door Hans Franse, Hans Puper en Lennert Ras

Het vrije vers (samenstelling), Lichtvoetig II

(door Hans Franse)

Het verdiende eerherstel van Lévi Weemoedt bewijst dat er een markt is voor lichtvoetige poëzie; in modern Nederlands ‘light verse’ . Lichtvoetig betekent niet lichtvaardig, vaak toont dit soort gedichten een technisch meesterschap en groot gevoel voor het juiste woord op de juiste plaats. Onlangs vroeg Hans Steijger, cabaretier, componist en tekstschrijver van meer dan 700 ‘lichte’ liedjes, waarom ik mijn gedichten niet op muziek zette. We vonden dat vrije verzen door een ander ritme moeilijker te verklanken zijn dan die aan ‘regels van vorm en inhoud’ gebonden poëzie. Juist in verzen met een pointe, een onverwacht taalkundige manier om de luisteraar op het verkeerde been te zetten, is het juiste woord op het juiste moment en de juiste plaats belangrijk.

STEM (Stichting Taalpodium Emmen) organiseerde in 2017, maar ook in 2018 een Open kampioenschap ‘Light verse’. In 2017 werd Machiel Pomp uit Posterholt de eerste kampioen in eetcafé Groothuis. In 2018 zonden zestig dichters hun werken in, van wie acht voor de finale zijn uitgenodigd. Het boekje Lichtvoetig II bevat een keuze uit ingezonden werken van vijftien dichters.

VOORWOORD

Koopprijs tien eurootjes
Supermooi bundeltje
Blijft antiquarisch
De aanschafprijs waard

De kwaliteit van de
Materiaalkeuze
Is zeer lichtvoetig
En erg fijn besnaard

Er zijn perfecte sonnetten bij, rijmend, in juiste maat en versvoet met kwatrijnen en terzinen. Er is een rondeel van Bert van den Helder met als stockregel ‘Er staat een pan met eten op het vuur’. Ik was vooral onder de indruk van Machiel Pomp die bijna Dantesk en met groot technisch kunnen, zijn gedicht ‘Een stoel bij het raam’ de vorm gaf van een ‘sonnet terza rima’. Een paar regels eruit :

hun passie is vervluchtigd met de jaren
wel delen ze een liefde voor natuur
gelukkig zijn er meer van dat soort paren

De dames met een mandje aan het stuur
gezellig onophoudend aan het kwekken
een gangetje van vijftien in het uur….

In de laatste twee regels een verwijzing naar J.C.Bloem? ‘op zondag is mijn venster net een kijkbuis / eenvoudigweg gelukkig in mijn dijkhuis’

Niet alleen de rijmen zijn perfect, Pomp slaagt er ook in het aantal lettergrepen in evenwicht te brengen. Strofe 1: 11-10-11 , strofe 2: 10-11-10 lettergrepen, enzovoort.

Een van mijn eerste recensies voor Meander betrof een bundel van Inge Boulonois. Ik citeer haar gedicht als laatste. Moet ik mij dit aantrekken?

RECENSENT

Zijn vak is honorabel maar ook zwaar
Hij is de zielzorger van de belletrie
En als zodanig van niveau bezeten

Zijn smaak en stijl zijn van een bel-esprit
Slechts hij weet hoe je kwaliteit moet meten
En heeft schrijvers legio te leren

Maar wordt miskend, voor haarklover versleten
Het is zijn plicht zeer streng te kritiseren
Toch taalt hij soms naar lovend commentaar

Dan prijst hij één roman, ooit zelf geschreven
Die hij nog steeds maar niet krijgt uitgegeven

____

Het vrije vers (samenstelling)(2018). Lichtvoetig II. Ter Verpoozing Peize, 52 blz. € 10,00. ISBN 9789492546432

 

Paul Claes, Serendipity. De dichterlijke detective

(door Hans Puper)

Volgens Paul Claes gaat het bij serendipiteit  niet alleen om toevalligheden, maar ook om de ervaring en het vernuft om verbanden te leggen die anderen niet zien. Veel wetenschappelijke ontdekkingen zijn het gevolg van serendipiteit en niet zozeer van systematisch onderzoek, zoals het dynamiet door Nobel en de onverwachte gebruiksmogelijkheden van Viagra.
Vele jaren maakte Claes aantekeningen over serendipiteit in proza en poëzie. Die in proza zijn al uitgegeven; het is nu de beurt aan poëzie.

Een paar voorbeelden.

EEN NIEUW GELUID

Iedereen kent de eerste regel van Mei:
Een nieuwe lente en een nieuw geluid.
Maar wat was dat nieuwe geluid in dit vers van Herman Gorter nu precies? Een metrische vrijheid. Volgens de klassieke prosodie moet de doffe e van ‘lente’ wegvallen voor de beginklinker van ‘en’. Maar die elisie zou de vijfvoetige maat van de jambische pentameter doorbreken. De inbreuk symboliseert het nieuwe.

(p.39)

Zoiets kan alleen worden gezegd door iemand met een grondige kennis van de versleer. Een mooie observatie! De nadruk op ‘en’ onderstreept ook de betekenis. Niet de onnadrukkelijke opsomming lente en geluid, maar ‘er is niet alleen een nieuwe lente, maar ook een nieuw geluid’.

Nog een mooie, op blz. 122. Een spiegeleffect: van bewoonbare gedichten naar bewoonbare woorden en vervolgens van onbewoonbare  woorden naar onbewoonbare gedichten.

ONBEWOONBAAR VERKLAARD

Alleen in mijn gedichten kan ik wonen
J. Slauerhoff, ‘Woninglooze’

Woorden zijn zonderlinge woningen
Jan G. Elburg, ‘Korte autobiografie’

Onbewoonbare huizen zijn de woorden
Hugo Claus, Paal en perk

Ieder gedicht is weldra onbewoonbaar
Stefaan van den Bremt, ‘Postmoderne fabel’

De observaties nodigen ook uit om verder te associëren. Neem ‘De dichter als tafelschuimer’:

De fabeldichter Aesopus vond de dichter Simonides een tafelschuimer die vorsten vleide.

Veracht den burgerman,
doch ledig zijne kruiken.
Richard Minne, ‘Vade-mecum voor den dichter’

‘Marc, je moet links in het leven staan, maar kaartspelen en dineren is altijd leuker met lieden van rechts’
Hugo Claus, in: Marc Didden, DS Weekblad, 24.2.2018

De dichter Iosif Brodski stond in Leningrad terecht voor ‘sociaal parasitisme’.

(p. 64)

Claus was weliswaar ook dichter, maar het citaat is proza. Daarom mag Japi uit De uitvreter van Nescio er ook bij: ‘Den uitvreter, die altijd wat liet halen op den naam van een ander; die als een vorst jenever zat te drinken op ’t terras van ‘Hollandais’ voor de centen van de lui (…)´. Of telt dat niet omdat Japi geen dichter zou zijn? Ik vind van wel; uit zijn mond komt louter poëzie.
Overigens is het de vraag of er in Claus’ geval sprake is van tafelschuimerij. Het kan ook zijn dat lieden van rechts gemiddeld genomen bourgondischer zijn dan lieden van links en dat sprak Claus wel aan. Maar de context van het citaat ken ik natuurlijk niet.

De verzameling is een plezier om te lezen. Je moet dat echter niet te snel doen, want dan doe je de bundel en jezelf tekort.
____

Paul Claes (2018). Serendipity. De dichterlijke detective. PoëzieCentrum, 181 blz. € 22,00. ISBN 9789056550974

 

Elbert Gonggrijp, Bij benadering misschien dit

(door Lennert Ras)

Na zeven jaar komt Elbert Gonggrijp met een nieuwe bundel.

Bij benadering misschien dit is een liefdesverklaring. De geliefde en de natuur treden vaak parmantig samen op in een gedicht. ‘Je spiegelen in een zwerm spreeuwen.’(p.18) ‘Onmacht om dit huis, om deze tuin, / de wereld, jou. Hoe liefde niet samen / te vatten valt’. In heel veel gedichten komt de ander, de geliefde naar voren.

Niet alleen bij zijn geliefde verkeert Gonggrijp, maar ook veel in de duinen en aan zee. De zee en de golven zijn een terugkerend thema in de bundel.

Alles moet ogenschijnlijk over en het blikkerend licht
haast zich over een kalme zee. Iedereen kijkt met je mee,
niets dat dreigt te worden verloren. De zon draalt
met zakken, men nadert tot aan de golven, doet
een volslagen onbekende.

(p.79)

De bundel heeft een filosofische ondertoon en laat je soms met een vraagteken zitten, of gedichten eindigen soms enigszins cryptisch. Zoals bij ‘Ik vind mijzelf terug / waar ik nooit bestond -‘ (p.45) en er is leegte. ‘Zo aanwezig, maar / leeg zoals ik nu –’ (p.66) ‘hoezeer de / dood ook dichterbij sluipt als het enige zekere -‘ (p.58). Dat is een mooie tegenstelling. De schoonheid van de natuur tegenover de leegte en de dood. ‘Sneeuwvlokken dwarrelden, gaven eerste / vingerwijzingen – overmande het gelaten / strand met het geruisloze van een / uitgestrekte immense leegte.’ Er is melancholie, over wat voorbij is en het niets, maar ook verwondering over de kracht van de biologische wereld.

De seizoenen komen voorbij, maar er wordt ook gerefereerd aan andere dichters zoals Rutger Kopland (p.39) en Gorter (p.61) en gedichten of dichters überhaupt. ‘Zij / herdenkt dode dichters, zinnen met ee’s / en de sch’s vol weemoed van weleer. Van / hoever en overzee.’ (p.44). En zo keert de dichter zich naar binnen. Maar niet alleen naar binnen, ook naar buiten in de wereld, de duinen, de tuin.

Bij benadering misschien dit laat je stilstaan, als bij het panorama van Mesdag. Zet je aan het denken, leest prettig, is soms zelfs melodieus. Staat stil bij grote schoonheid, maar ook bij de vergankelijkheid van dit alles en is daarom ook een vanitas en zeker een aanrader.
____

Elbert Gonggrijp (2018). Bij benadering misschien dit. Aeshna reeks. Uitgeverij Silhouette Artistique, 91 blz. € 18,00 exclusief verzendkosten. ISBN 9789081101400. info@connylahnstein.nl

Geplaatst in Recensies.