“het verlangen loopt zelden gelijk met de herinnering”

Truus B.A. Roeygens (1964) woont in Mechelen.  Ze schreef een roman die in 1995 werd uitgegeven bij Querido en is vandaag op zoek naar een uitgever voor haar debuutbundel POOLMOEDERS. Uit de bundel verschenen in 2018 een aantal gedichten in het oktobernummer van Het Liegend Konijn en in de twee laatste bloemlezingen met de top 100 beste gedichten uit de Turing Gedichtenwedstrijd.  In februari van dit jaar won ze met het gedicht KLEINE NULLEN VAN CELSIUS de tweede prijs in die prestigieuze Turing wedstrijd.
Alja Spaan ging in gesprek met haar.

 

 

Allereerst van harte gefeliciteerd met je tweede prijs in de Turing gedichtenwedstrijd, hoewel ik heb begrepen dat het voordragen van jouw gedicht op de avond van de uitreiking niet geheel feestelijk verliep?
Dank je! Ik denk graag aan die avond terug! Ook aan het moment suprême…In de vorige edities van de jaarlijkse uitreiking van de Turing prijs werden na afkondiging van de winnaars de winnende gedichten door de makers voorgelezen. Dit jaar was het de voorzitter Tsead Bruinja die uit de gedichten geëindigd op plaatsen 2 en 3 enkele regels voorlas. Tsead Bruinja kreeg de eerste regels van mijn gedicht niet juist gezegd; de tweede poging die ook niet echt reclame was voor  het tweede gedicht van het jaar, was de trigger om het van hem over te nemen. Hij en ik zaten in de wedstrijd ‘Turing onhandig’ -of zoiets. Ik had tegen de dichter des vaderlands na afloop van het programma nog wel ‘sorry, we waren meisje, geen aardig meisje’ willen zeggen, maar de fûgel wie hinnen te fleanen.

Zoals ieder jaar discussieert men op de sociale media volop over de wedstrijd. In Tzum las ik dat professionals weg zouden blijven bij deze wedstrijd. Wat is jouw idee van deze tiende Turing?
Dat er in de top 100 weinig professionals eindigden, betekent niet dat zij niet meededen. Toch? Alja Spaan, jij eindigde toch met twee gedichten in de top 100?  Ze schrijven meestal maar wat. Er zijn voor- en tegenstanders van de Turing.  Ikzelf hou wel van wat competitie, vooral van elke schrijfwedstrijd waar anonimiteit wordt gewaarborgd. Voor mij is de Turing een witte zwaan op een mistige vijver. Een drijfveer. Hij zegt dat ik mag zijn wie ik ben. Verwacht vooral niet dat ik tegen hem uitvaar.

Tot de prijswinnaars behoren betekent in ieder geval aandacht. Komt dat op een goed moment voor je?
Inderdaad, het is een groot literair evenement voor Nederland en Vlaanderen; ik heb net een bundel af, dus een ideaal moment voor extra aandacht en om contacten te leggen. Maar het verlangen loopt zelden gelijk met de herinnering. Zo blijf je op de avond van de uitreiking anoniem tot op een kwartier voor het einde. Na de uitzending en ook in de weken erna gaat de aandacht vooral naar de winnaar.

Je hebt het over ‘herinnering’. Wat ik niet wist is dat je in het verleden -in 1995- een roman uitbracht. Heb je daarna nog iets gepubliceerd?
Nee. Tussen 1995 en 2017 heb ik niet geschreven. Mijn roman leek mijn debuut en mijn slotstuk te gaan worden. In 2017 heb ik allerlei hoofdstukken afgesloten en ontstond de grote behoefte om de dingen te noteren. Ik schreef mij in voor de opleiding poëzie aan de Antwerpse Schrijvers Academie om mijn pen te verfijnen. Onlangs heb ik beslist om voltijds te gaan schrijven. Het blijft in het leven moeilijk om jezelf te zijn en slechts het zichtbare te zien of om altijd het goede te doen. Ik had als kind al ontdekt dat ik door woorden te veranderen de zin van liefde kon veranderen.  

 

                .                                                             CHIQUITA

in een geschil vallen soms meer dan duizenden dozen als ik de doos met poolappels vind
kan ik mij verdedigen tegen de extreem witte poolweien die als gebarsten wastafels in de
richting verschuiven van onze planeet als ik de doos met mantelknopen vind
kan ik recht in de ogen van de sneeuwman kijken als ik de doos met vragen vind
kan ik vragen hoe het komt dat de zon geen troost meer biedt of vragen hoe men ooit aan
herinnering kan ontsnappen door kachelduiven te branden? door alle bomen op gelijke
hoogte te zagen? hoe weet ik nog wat mijn vingers willen raken? ik sloeg in het gezicht van
mijn vader mijn broer naast mij moest kotsen hij wist niet dat de mens tot zoiets in staat
was hoe nu verder? als ik de doos met antwoorden vind
kan ik antwoorden dat ik de doos in mijn armen paste als ik de doos met dagen vind
kunnen de honden en ik uitslapen op zondag als ik de doos met keelklanken vind
kan ik dozen verwerken de doos met pianoplayers de doos met condooms als ik de doos
met koper vind
kan ik de bonsai bedraden als ik de doos met jou terugvind
kan ik je uitleggen waarom ik alles bewaar dat tot schoonheid kan leiden de doos met
verrekijker de doos zeep in de doos met CHIQUITA zit ik doodgedrukt.                                                           

.                                                           aan een liefhebbende borst

In een recensie van je roman staat dat je een bijna ‘gulzig taalgebruik’ hebt. Ook maakt de hoofdpersoon in die roman ‘heftig getoonzette’ gedichten. Met andere woorden: heb je al die jaren geoefend aan je eigen poëzie?
Nee. Echt niet! Ik ben haast 25 jaar niet bezig geweest met poëzie, althans niet schrijvend bezig geweest. Ik denk in beelden. In breedbeeld. Ik was op mijn achttiende graag naar het RITCS in Brussel gegaan om daar audiovisuele kunsten te gaan doen. Maar mijn vader had voor zo’n opleiding geen geld over, dus ging ik maar iets ‘sociaals’ als orthopedagogiek studeren. Zo ging dat in die tijd. En zo gaat het vandaag: Via TAAL breng ik de overvloed aan beelden naar het bewuste niveau. Wie houdt mij nog tegen?

 

.                                                                      VLOED

er is genoeg zee
voor het zacht wiegen van alle roze zalmen

er is genoeg ruimte om hierna de aarde te begraven
en er zijn genoeg bergen met winterlanen, en kauwen
.                                                                   die een kloof slaan

maar als ik mij hem moet inbeelden
dan zie ik nagenoeg niemand

door mijn hoofd komt geen gedachte meer door
toch weet ik dat hij er was

het was vloed

hij stond op het streepje nat voorstrand
met getrokken scheermessen naar de wind

.                                                     meeuwen knielden op zijn teken

Je verscheen vorig jaar in Het Liegend Konijn en je brengt je woorden op diverse podia onder de aandacht: zo ook op het Platform voor Literatuur en Ergere Ellende. Kun je iets meer over dat platform vertellen?
Je kan daar inderdaad een tweetal gedichten van mij terugvinden, maar dat was eerder een vriendendienst. Dirk Vekemans beheert de organisatie. Het is mij niet duidelijk of -PleE- werd opgericht als experiment; het platform bevat vooral experimentele poëzie/kunst. Het platform zag ik als een Self Elevating Platform. Het boort aan in laag sprankelend water.

Hoe belangrijk zijn publicaties voor je? Merk je een verschil tussen publicaties/optredens in Nederland en Vlaanderen?
Publicaties zijn voor een beginnend dichter van levensbelang. Ze zijn zeer belangrijk om mijn visibiliteit te vergroten. In 2018 verschenen gedichten uit mijn bundel in Het Liegend Konijn en in de laatste twee bloemlezingen van de Turingwedstrijd. Podiumervaring heb ik nog niet. Hongerig ben ik dan weer wel. Op 7 juli treed ik voor de eerste keer op met gedichten op ‘Poëzie in de Pastorie’ -een groot poëziefestival in België. Ik heb mij ook ingeschreven voor een plaats bij ‘Dichters in de Prinsentuin (2019)’ –een festival in Groningen. Dan kun je me op die plaatsen nog wel eens in het touw zien klimmen dat tussen twee boomtakken  hangt om er te touteren.

Mijn ervaringen in de literaire wereld zijn alleszins te kortstondig om nu al verschillen tussen Noord en Zuid te ervaren. Ik merk wel dat Nederlandse uitgeverijen een pak moeilijker te bereiken zijn dan 25 jaar geleden. Als ik mijn manuscript vandaag naar de uitgeverij zou willen sturen die mijn roman destijds uitgaf, dan is dat bijvoorbeeld al niet mogelijk. Singel Uitgeverijen aanvaarden geen manuscripten meer van buitenstaanders.

Wat heeft de poëzie jou geleerd?  Kan je ons misschien iets vertellen over jouw dichtbundel?
De poëzie heeft mij geleerd dat er geen poëzie is. Er is ook geen proza. Er is TAAL als regel en we hebben een bepaalde aanleg die bestaat uit conventies met andere mogelijkheden als een bepaalde constructie . Dan kan alles.

‘POOLMOEDERS ‘ -zo heet mijn dichtbundel- is het resultaat van een expeditie naar vreemde en afgelegen herinneringen en naar onontdekte delen van ons wezen. Zo blijkt mijn brein een simpelheid vol gedachten. In mijn longen vliegen vogels rond. Maar mijn houvast haal ik uit mijn handen: mijn handen met vuurpijlvingers, mijn handen met de palm van witte papierproppen, hun vingers met herinneringen. Vandaag ben ik weer op zoek. Naar een uitgever die toekomst ziet in mijn handen. POOLMOEDERS in een ongunstig klimaat voor dichters. We nemen geen woord terug.

 

 

ANNEKE IN DE HEMEL

mag ik bij jou blauw komen halen? uit de regenvlaag op je armen
klets klets onder de Westboog in je gezicht

we moeten op slag veertig jaar terugdraaien

na school sla ik af bij een bungalow met kartonkeuken op teevee zijn kleuren in zwart-wit
maar je zegt dat ik mij geen zorgen moet maken

van een afstand zie ik alles aan

je moeder op vier poten in de stallen van Augias je vader die in een stofwolk
over de boerenwegels waadt

hij is een beul

en jij tussen de voederbieten in de handtastelijke zon
je broer is verplicht soldaat

later liggen we op dezelfde afdeling zitten we in dezelfde praatgroep waarin we worden gevolgd
vanachter een spiegel iemand uit de groep mikt met appel

ze hadden gezegd dat we ons geen zorgen moesten maken

we hebben nog gelachen naar elkaar

                                                                  

 

 

Geplaatst in Interviews.