Joris Iven

Joris Iven (°1954) is dichter en vertaler. Van zijn recent verschenen bundels vermelden we Ninglinspo (2009), Braziliaans blauw (2012), Shimizu, zuiver water (2013) en Stabat filius (2016). Verleden jaar verschenen twee bundels portretten Van hier & van ver en Dicht bij ons, één van ons.
Onderstaande gedichten zijn nieuwe verzen!

foto Joke Driesen

 

 

Dopamine

De dag is gaaf, maar wordt opgeblazen met één zin.
We hebben alles gehad. Wat zo moeizaam werd
verdicht, hebben we aan tafel helemaal ontrafeld.
Zinnen krijgen plots een onvermoede betekenis.
De zweetdruppels parelen ons op het voorhoofd.

Op volle kracht wordt het zwembad in gedoken.
Daar diepen we herinneringen op aan feesten die
we lang geleden hadden. We lichten verhalen toe,
waarin we vroeger zo gemakkelijk konden dwalen.

Als haar handen rusten, beven ze. Haar bewegingen
vertragen. Ze weet niet meer wat ze gisteren heeft
besteld. We leggen ten slotte de agenda open
en gaan op zoek naar enkele data voor een
volgende ontmoeting. Niet in november, zegt ze.

Dan wordt ze geopereerd. Haar zenuwcellen van
de zwarte celkernen sterven af en staan niet meer
in voor de aanmaak van voldoende dopamine,
de neurotransmitter die aan de zenuwbanen

doorgeeft wat de hersenen willen, en die op hun
beurt de boodschap overmaken aan de spieren.
De ingreep wordt onder lokale verdoving gedaan.
De hersenen moeten doodgewoon blijven werken.

 

 

Flarden uit een dagboek

Nooit zal wat hier staat, hier blijven staan.
Zo sta ik nu op van de rood leren bank,
loop naar het raam en kijk uit over de Liffey.

Wat me bijblijft, zijn de snelle passen
waarmee ze het luchthavengebouw van
Dublin binnenkomt, gehaast, artistiek
en onconventioneel. Wat ik meteen
van haar weet, is dat witte wijn haar
voorkeur drank is en dat Paula Meehan
de beste gedichten schrijft. Ze laat me
wandelen op de pier van Dún Laoghaire,
zodat ik daar tenminste niet verloren loop.

In bed groeien we in elkaar. Als slot
klemt ze de spieren om mijn lid vol
overgave. Ze wil een kind, zegt ze
beheerst, en wel liefst nu. Het glas
in het raam breekt voor mijn ogen.
De Liffey komt droog te staan en
de schepen lopen vast. Echt waar,
de Guinness is niet goed voor me.

In een oud spookkasteel in Kalmthout
gebeurt het: midden in de nacht
sta ik op, neem mijn koffer, start
de auto en verdwijn langs de smalste wegen.

 

 

In de aanbieding

Voor het eerst proefden we de ziltheid
van zeelucht in de ochtend, een ochtend
in juni, zomers warm. De zandkorrels
kleefden aan onze voetzolen, tenen.

Voorbij de havengeul, in het schuildok,
wiegden de vissersboten tegen de kade,
bewogen de masten in de wind. We zijn
naar de vismarkt gelopen. Zo veel vis
op het ijs, kabeljauw, schol, wijting,
schelvis, tarbot en tong. Stoere mannen
in witte schorten liepen langs de tafels.
Voor het eerst hebben we wulken gegeten.

Het hotel lag niet ver van de dijk, in een
van de drukke straten in de uitgaansbuurt,
de buitengevel mooi, de kamer goedkoop
ingericht. Ze was op het bed gaan staan –
ik zat in de fauteuil aan het voeteneind –
bracht haar arm achter het hoofd, legde
haar handen in haar hals, nodigde me uit,
smekende ogen, pruilende lippen, ging
voor me staan, handen in de zij, keek me
uitdagend aan, ze lonkte en lachte,
en ze zei dat ze Marilyn Monroe was.

 

Geplaatst in Gedichten.