“Techniek is geen doel op zichzelf maar wel de basis”

Coenraedt van Meerenburgh, pseudoniem van Marcel van den Driest (Oost-Souburg 1967), dicht vanaf 2005. Zijn voorkeur gaat uit naar gebonden verzen. Al snel treedt hij in de voetsporen van Driek van Wissen en plaatst wekelijks een op de actualiteit geënt snelsonnet op www.gedichten.nl. De daar geplaatste verzen zijn in 2015 gebundeld in 10 jaar snelsonnetten (Uitgeverij Vincula Affinia). Hij vertaalde de complete sonnetten van Shakespeare die uitkwamen bij Uitgeverij Liverse in 2012. Deze sonnetten werkte hij om tot ollekebollekes die in 2017 zijn uitgegeven: Shakespeare ollekebollekes (Vincula Affinia). Van Meerenburgh was laureaat bij De Raadselige Roos en de Culturele Centrale Boontje.
Inge Boulonois ging in gesprek met hem.

foto Ernesta Verburg

 

In 2005 begon je met dichten. De onvermijdelijke vraag: hoe kwam je ertoe?
Na mijn afstuderen (algemene cultuurwetenschappen) in 2004 kwam er ruimte in m’n hoofd voor andere dingen. Ik vond het leuk om te publiceren en in te zenden voor essay- en poëziewedstrijden. De kennismaking met www.gedichten.nl werkte heel stimulerend om het snelsonnet (toen nog ‘speedsonnet’) en complete sonnet onder de knie te krijgen. Ik merkte dat je allerlei soorten ervaringen in een gedicht kwijt kan: ideeën over politiek, jeugdherinneringen, reiservaringen. Het is een manier van vastleggen die me erg aanspreekt. De vroege winst van de publieksprijs van schrijfwedstrijd de Raadselige Roos in Venray werkte natuurlijk ook stimulerend en gaf me het gevoel dat dichten wel iets voor me was.

Heb je ooit een vrij vers geschreven?
In het begin wel. Als ik die teruglees zit er iets heel spontaans in, maar ik besloot om me te storten op ‘de vorm’. Ik wilde de techniek beheersen om beter te worden. Er schijnen ook mensen te zijn die zich dichter noemen, zonder te weten wat een jambe is. Dat is net zoiets als een schilder die niets zou weten van perspectief en kleurenleer. Pas hoorde ik in het tv-programma Project Rembrandt: ‘Techniek is geen doel op zichzelf, maar wel de basis.’ Als ik dan later van de vaste vormen zou willen afwijken, zou het in ieder geval niet ‘uit onmacht’ zijn.

In Meander besprak Joop Leibbrand jouw knappe herdichtingen van Shakespeares sonnetten en belichtte het beroemde sonnet XVIII. Je baseerde je vertaling op het origineel uit 1609.  In sonnet XXXII reflecteert de poet laureate op de eigen dood.

If thou survive my well-contented day,
When that churl Death my bones with dust shall cover
And shalt by fortune once more re-survey
These poor rude lines of thy deceased lover,
Compare them with the bett’ring of the time,
And though they be outstripped by every pen,
Reserve them for my love, not for their rhyme,
Exceeded by the height of happier men.
O! then vouchsafe me but this loving thought:
‘Had my friend’s Muse grown with this growing age,
A dearer birth than this his love had brought,
To march in ranks of better equipage:
. But since he died and poets better prove,
. Theirs for their style I’ll read, his for his love’.

 

Jouw vertaling:

Als jij nog leeft als ik er ben geweest,
En dood, die schurk, m’n bot bedekt met stof
En jij toevallig weer die regels leest
Van mij, je Vriend, die pover zijn en grof,
Zet hen dan naast het beste uit je tijd,
En ook al kan ik dat niet evenaren,
Wees dan voor mij uit liefde toch bereid
M’n overtroffen verzen te bewaren.
Oh gun mij dan dit liefdevol idee:
Als zijn Talent met hem was meegegroeid,
Dan liep hij met de hoogste rangen mee,
Want beter werk was uit z’n pen gevloeid.
. De Dichtkunst na z’n dood mag beter wezen
. Van stijl, maar hèm blijf ik vertederd lezen.

Je houdt je perfect aan de vormeisen van het Engels of Shakespearesonnet (jambische pentameter, rijmschema: abab cdcd efef gg). Er zijn je in de loop der tijd talrijke vertalers voorgegaan, tot in deze eeuw. Wat vormde jouw motivatie om er een vertaling aan toe te voegen?
Vooropgesteld is het werken aan zo’n vertaling dé manier om je intensief te verdiepen in de mooiste sonnettencyclus ooit gemaakt, zodat je die helemaal van binnenuit leert kennen. Je kijkt als het ware ‘onder de motorkap’. Daarnaast, op het gevaar af hoogmoedig te klinken, kwam het ook voort uit onvrede over bestaande vertalingen. Aan de andere kant is dat ook wel logisch, want als je je 100% kan vinden in een eerdere vertaling, dan begin je niet aan zo’n arbeidsintensief project. Ik vond het een uitdaging om zo dicht mogelijk bij het origineel te blijven. Daar waar mogelijk heb ik dezelfde begin- en eindwoorden van versregels gebruikt en proberen aan te sluiten op gebruikte klanken. Als Shakespeare zondigde tegen de vorm, deed ik dat op die punten ook. Door het lezen van Engelse en Nederlandse toelichtingen op de sonnetten kreeg ik oog voor dubbelzinnigheden en grammaticale onduidelijkheden, die ik bewust ook in m’n vertaling heb laten bestaan.
De vraag welke vertaling ‘de beste’ zou zijn is natuurlijk smaak- en tijdgebonden. Los daarvan is het ook gewoon fijn om je eigen versie en visie op de sonnetten te geven. Ik vergelijk het wel met een dirigent die de drang heeft de zoveelste Beethoven-cyclus op cd vast te leggen.

Hoe lang ben je met de vertaling van de sonnetten bezig geweest?
De vertaling van de sonnetten (in sonnetvorm) duurde iets langer dan een half jaar. Op een gegeven moment had ik een ritme van één sonnet per dag.

Bovenstaand sonnet comprimeerde je tot dit ollekebolleke.

Lees mij ook ná mijn dood
Ik word voorbijgestreefd
Lief, denk dan zó aan je vriend
Als je wil:

“Tòch zat er groei in zijn
Rijmelarijtalent
Lééfde hij, was hij
De top-of-the-bill!”

Door de combinatie van een light verse-vorm, hedendaagse taal en toonzetting krijgt de inhoud een ludieke lading. Wat was je drijfveer om er ook ollekebollekes van te maken?
Het leek me een leuk experiment om juist met het ollekebolleke, dat inderdaad de reputatie heeft vooral lollig te zijn, ook serieuzere onderwerpen te behandelen. Aan de andere kant is Shakespeare in zijn sonnetten lang niet altijd serieus. Er zitten grappen en grollen in, platte humor. Het werkte dus twee kanten op, waardoor de tegenstelling tussen vorm en inhoud veel minder groot bleek dan vooraf gedacht.

Tegen het eind van het jaar hou je altijd een dichterlijke oudejaarsshow in Middelburg en draag je jouw snelsonnetten voor.
Die traditie is begin deze eeuw ontstaan met Aaike Jordans, destijd ook verbonden aan www.gedichten.nl. Na vijf jaar namen Ko de Laat uit Tilburg en ik het van hem over. Ko heeft me wel op sleeptouw genomen, want ik was niet zo happig op publieke optredens. Inmiddels is het min of meer een jaarlijks hoogtepunt. Een groeiende club mensen, waaronder veel familie en kennissen, wil erbij zijn, anders is voor hun gevoel het jaar niet echt afgesloten. De laatste twee keer heb ik medewerking van Ferenc Hannewijk, een pianist die een intermezzo speelt en het afsluitende liedje (Ode aan het Snelsonnet) begeleidt.

Het vers ‘Schrikkelhuwelijk’ uit je verzamelbundel blijft actueel. Je reikt lezers een tip aan bij het kiezen van hun trouwdag.

 

Het is een mooie dag voor al die stellen
die elkaar trouw beloven tot de dood.
Het aantal huwelijken is extra groot,
maar wie kan daar de reden van vertellen?

Eén bruidegom liet desgevraagd mij weten:
“Zo kan ik minder vaak die dag vergeten”.

Een van je meest recente snelsonnetten op www.gedichten.nl is ‘Analogie’. De eerste regel komt uit de bahá’í-leer: „Gij zijt allen vruchten van één boom, de bladeren van één tak, de bloemen van één tuin.”

 

“Wij allen zijn als bloemen van één tuin”,
Tot welke god je bidt kan mij niets schelen,
Geen eigenschap of kleur mag ons verdelen,
Al ben je gay, straight, wit, geel, zwart of bruin.

Zo’n tuin, welk aardig mens wil dat nou niet?
Maar zorg dan wel dat je het onkruid wiedt.

Wat gaan we binnenkort van je horen?
Ik hoop door te gaan met het wekelijks schrijven van één of meer snelsonnet(ten), wellicht komt er een nieuw bundeltje van. Daarnaast schrijf ik sporadisch langere gedichten als er wat in me opborrelt. En wie weet ontstaat er nog eens een themabundeltje of vertaling van het een of ander.

Geplaatst in Interviews.