Bauke Steenhuisen

Bauke Steenhuisen (1980) is wetenschapper en doceert aan de TU Delft. Dichten is voor hem net als onderzoek doen, vragen stellen. In 2010 won hij het plaatselijke Poetry Slam kampioenschap. Sinds 2014 is hij wetenschappelijke dissertaties in sonnetvorm gaan ‘omzetten’ voor het platform TU Delta. De serie is bekend onder de naam Poetic Engineering, samen met Jan Beuving en Jeroen Manders.

foto: Marcel Krijger

 

 

TERRA INSECTA

.                                                                       -bij het lezen van het boek ‘Terra insecta’ van prof. Anne Svendrup-

Het op één na grootste geheim van onze aarde,
op iets uit niets na, is levend daaruit op te staan.

Aristoteles geloofde blind de generatio spontanea
Pasteur zowel het Paasverhaal als zijn bacteriën.

Ik weet dat zij het ruim voor ons hebben gedaan
en hoop dat zij ons dood en wel tot leven vreten.

Het wondertje is niet de pop die ze tot leven wekken
maar weer tot leven te worden gewekt door een pop

door een schriel zakdiertje met een anus en een mond
op zijn slijmerige weg van vertering uit het dodenrijk.

Apollovlinder… Boomkrekel… Chocoladeknut…
Driehoornmestkever… Eendagsvlieg… Fluweelmier…

Glimworm… Heidehommel… Indische meelmot…
Julikever… Koekoeksbij… Loofhoutboktor…

Mannaschildluis… Nachtpauwoog… Oranjetip…
Populierenbladsteelgalmug… Queenslandia-sluipwesp…

Rouwmantel… Sabelsprinkhaan… Tweepuntbeekkever…
Uil… Vliegend hert… Wandelende tak… Xerxes-blauwtje…

IJszijdebij… Zilvervis… Ach, het is poëzie of een gebed
deze mierenprocessie van ons al te menselijke alfabet.

Ze leven in de diepste duisternis en in de heetste vuren
in het gal van paardenmagen, het neusgat van een walrus

tussen de veren van een pinguïn
of als schaatsenrijder ver op zee.

Het is niet de ongewervelde die de aarde bewoont
maar de aarde die te gast is in een insectenkluwen.

Er zijn meer insecten dan zandkorrels op onze planeet.
Spinnen eten per jaar meer dan alle mensen bij elkaar.

En ze vechten om ons. Zij vinden ons om op te vreten.
Wie leven zegt, zegt: bzzzzzz, prrr-prrr, trip-trippel, KRK!

Darwin werd in Chili ooit nog van ketterij beschuldigd
omdat hij rupsen zou kunnen veranderen in vlinders.

Hekserij blijft het. We zijn er zelf nog lang niet uit
hoe zij het doen, hoe vurig willen wij dat kunnen

hoe je het aardse met het hemelse verbindt
hoe je uit je huid stapt en nieuw leven begint.

Kafka – wat een onmens! – hij had geen idee.
Waarom de tor als schrikbeeld te misbruiken?

Ze zijn veel ouder dan de oudste dinosaurus en
binnenkort steeds jonger dan de jongste mens.

400 miljoen jaar eerder dan wij konden zij al vliegen
inclusief zonnepanelen en antibiotica in hun lijven

terwijl ze de geurtaal van schimmelnetwerken lazen.
Google Maps vond je toen op het Internet of Plants.

Er zijn insecten die proeven met hun voeten
vlinders met oren op het puntje van hun tong.

Er bestaan kevers die zichzelf kunnen verjongen, van tiener naar baby.
Er bestaan kevers die zichzelf euthanaseren en dat later weer annuleren.

En oh, oh, oh, wat vinden wij onszelf knap, omdat we…
heus, dat kunnen insecten ook. En nog veel meer.

Als we onze hersens zouden delen door hun gewicht
en vergelijken met die van dazen, dan zijn wij dwazen!

Wist u dat het zorgen voor een krekel helpt tegen depressie?
Hoewel maar een beetje, alleen de gedachte al beurt me op.

Wist u dat het duikerwantsmannetje met zijn penis muziek maakt
een bromtolachtig geluid dat luider kan zijn dan een goederentrein?

Althans, misschien dat het een meetfout was, want het hele beestje
is niet groter dan een gemalen peperkorrel, met alles erop en eraan.

Voor insecten is dood niet dood… want er valt zoveel te kiezen.
Er zijn meer typen dode takken dan de Bijenkorf schoenen heeft.

Een dode eik is een kraamkamer, een toverketel
voor een millennium lang biodivers keverleven.

Dat we hun wonderen soms niet zien
ligt echt niet aan hun wonderdoenerij

maar aan onze twee nieuwerwetse, dichte ogen
hadden we ze maar op steeltjes, elke vinger één.

Maar hoe dan ook, hun wonder is om toe te juichen.
Ze likken wonden schoon. Ze brengen ons de laatste eer.

Hun geheim? Symbiose, nuchterheid, hard van buiten
een zacht eitje van binnen mét een machtig sexappeal.

En als wij de kroon der schepping zijn – ha!
– dan verroesten wij, en zij, nog altijd klei

in de handen van een tot Darwinist herboren God, zij zullen overleven
en hun aarde, als het onze tijd is, naar een ander zonnestelsel zweven.

 

 

Maken schaduwen geluid
als ze bewegen?

Luistert het zelfs voor een schaduw nauw
geruisloos langs een oppervlak te vegen

of valt er atomair gezien een stilte
in de luwte van fotonenregen?

Het ene sluit het andere niet uit.
Elk materiaal is denkbaar anders stil én anders luid

wanneer een silhouet een huivering
verwekt door de geringste schommeling

in temperatuur, nietwaar? We hebben geen idee.
We tasten in het duister. En ik ben geen dominee

maar toch vind ik het mooi in duisternis te staan
en dan te denken: hé, daar komt muziek vandaan.

*

Geluidsschaduw schijnt te bestaan
als metafoor.

Maar serieus, elk uitgesproken woord
heeft evenzeer toch ook fysiek gezien een soort présence?

Geluid is net als licht een trilling, maar van lucht.
De ene trilling laat de ander toch niet koud?

Wat is de kans
dat licht geluid verstaat?

Klein. Maar als geluid het licht weerstaat
op een manier, het maakt niet uit

is dan de kans niet levensgroot
dat elk geluid

op zijn of haar manier
van licht getuigt?

Is dit geen nieuws?
Wat als die een kans bestaat, onbeduidend weliswaar

maar toch, als letterlijk dat wat we zeggen
uitgesproken op een witte achtergrond

minuscule kriebelsilhouetjes achterlaat
gedurende een minimale tijdseenheid

bezien vanuit de eeuwigheid?
Snapchat… avant la lettre…?
Geplaatst in Gedichten.