“De regie over je leven”

Marten Janse studeerde Nederlandse Taalkunde, was beleidsmedewerker op het ministerie van Verkeer en Waterstaat en programmamanager bij TNO. Hij heeft nu een coachpraktijk en organiseert activiteiten om de belangstelling voor poëzie te bevorderen bij de Haarlemse Dichtlijn.
Er verschenen drie dichtbundels van zijn hand: De nacht van de eenhoorn, De witte spiegel en Vuurvliegjes in m’n buikholte. In samenwerking met Yvonne Weijers kwam er ook een booklet met Cd uit: De Zon Komt Op.

Marten Janse en Yvonne Broekmans interviewden elkaar. Vorige week lazen we het gesprek met Yvonne Broekmans.

Hoe ben je bij Meander terechtgekomen?
Alja Spaan vroeg mij het afgelopen jaar of ik wilde interviewen voor Meander. En dat vind ik erg leuk om te doen. Dichters ontmoeten en met hen te spreken over taal en de betekenis ervan in hun leven. Voor een interview ga ik naar de dichters toe om ze daadwerkelijk te ontmoeten. Peter Holvoet –Hansen in Antwerpen en Delphine Lecompte in Brugge, mooie gesprekken waren dat!
Het is wel de kunst om uit dat gesprek een leesbaar interview te maken. Ik weet wel dat alles op internet steeds sneller en vluchtiger is, maar ik probeer toch de lezer de diepte in te trekken. Als dat lukt, vind ik het interview geslaagd.

Wat is voor jou het belang van taal?
Taal en taalgebruik is heel belangrijk voor me. Ik ben als student in aanraking gekomen met het werk van Michel Foucault en van Jacques Lacan.
Van Foucault leerde ik dat de taal voorafgaat aan het individu. Vaak geciteerd is zijn inaugurele rede bij het Collège de France waarin hij zegt ‘liever dan hier te staan en het woord te nemen, was ik uit de woorden tevoorschijn gekomen’, om het geparafraseerd te zeggen. Hij heeft het over het discours, wolken van woorden, verhalen, narratieve eenheden, die ons zicht op de werkelijkheid bepalen en het menselijk handelen richting geven. Voor mij was dat een enorm inzicht.
Lacan benoemt het spiegelstadium, in de ontwikkelingspsychologie.  Dat is het moment dat het kind voor de spiegel staat en papa of mama vraagt: ‘Wie is dat?’. En dat het kind dan antwoordt: ‘ik’. Daarmee neemt het kind de regie, de redactie over alle verhalen die over hem verteld worden. Verhalen van voor zijn geboorte, verhalen uit zijn omgeving.

 

Witregels

Mocht je mijn gedicht lezen
en niet snappen waarom ik
de ene regel met de andere
verbind… Grijp dan houvast

aan de witregels die woord
en beeld geduldig scheiden van
‘grote stappen’ tot ‘snel thuis’
die om een polsstok vragen

Laat de woorden wachten
en zuchten, laat kikkerdril
in de sloot, hunker naar de
betekenis van ‘veilig geland’

In het zand overdenk je je
eerdere keren. Je klopt het
stof van je kleren en staat
op. De sprong tilde je op

© Marten Janse (2015)
Uit Vuurvliegjes in m’n buikholte (2017)

Wat voor rol speelt je eigen poëzie in je leven?
Ik zou wel heel graag meer gezien willen worden met mijn poëzie. Dat heeft te maken met identiteit. Tot 2007 heb ik voor een baas gewerkt, daarna ben ik voor mezelf begonnen. Een beetje organisch ben ik coach geworden, wandelend in de duinen van Noord-Holland. Als coach werk ik voor anderen, maar ik zou zelf ook wel iets ‘blijvends’ achter willen laten. En ik denk, wat dat betreft, dat poëzie voor mij het beste materiaal is om mee te werken.
Als ik mijn poëzie voordraag, wordt het meestal positief ontvangen, dus dat doe ik graag, ik kom ook op veel podia. Maar als ik iets instuur, wordt het bijna nooit erkend. Dat snap ik niet zo goed.

Het vergelijk

Zoals het licht strenger dan
de wind, het duinlandschap
betast en laat plooien
zo geneest rust mijn

somberheid. Ik heb niet het
landschap kunnen overzien
en bevatten, ik heb het
dwaas haast, ondergaan

Nu het heilige moeten van
het dagelijks bestaan met
zon in zee is ondergegaan
zakt ook de redeloze onrust

Niet het konijn, wegduikend
voor de elementen, maar ‘t duin
dat door de storm ontdaan van
wortels, wandelt met de wind

© Marten Janse (2007)
uit De nacht van de eenhoorn (2012)

In Haarlem organiseer ik bij de Haarlemse Dichtlijn diverse activiteiten en podia. Daar krijg ik energie van. Ook omdat we daarbij juist niet selecteren en beoordelen, maar iedereen mee mag doen. Dat sociale aspect van taalgebruik, spreekt mij enorm aan.
Ik reken taalgebruik tot het kennisterrein van de Menswetenschappen. Als ik nu hoor dat mensen geen Nederlands meer willen studeren, dan denk ik dat de faculteit zich verkeerd positioneert als onderdeel van de Letterenfaculteit. En tegelijkertijd wordt bij de opleiding Psychologie nog gewerkt met het achterhaalde communicatiemodel van boodschap, zender en ontvanger. Dit moet echt veranderen.  Het gaat ook veranderen. Dat is onontkoombaar.

 

Jonge liefde

Het gras was nat maar wat gaf dat
wij joegen er doorheen
Omdat de zon scheen
omdat het zomer was
Gewoon omdat jij verliefd op mij was

Ik kuste jou vol op de mond
nam afscheid met een lach
Geen afscheid voor lang
Vol verlangen naar jou
Gewoon omdat jij verliefd op mij was

We dansten en sprongen en schreeuwden en zongen
het lied van de eeuwige jeugd in de zon aan de zee
We huilden en lachten en voelden de krachten
van liefde en leven en jeugd in een paradijs

Het vuurwerk in de sterrennacht
dat voortdurend in jouw ogen lacht
Ik hou van jou, hou van mij
Omdat je zo verliefd was
verliefd op mij

We dansten en sprongen en schreeuwden en zongen
het lied van de eeuwige jeugd in de zon aan de zee
We huilden en lachten en voelden de krachten
van liefde en leven en jeugd in een paradijs

Nu zoek ik in de sterrennacht
en vraag aan iedereen
Hou van mij, hou van mij
Omdat ik zo verliefd was
Smoor op jou! Smoor op jou! Smoor op jou!

© Marten Janse (2017)
Hertaling van: Van Morrison The way young lovers do (1968)
Album: Yvonne Weijers De Zon Komt Op (2018)

Geplaatst in Interviews.