Mischa Andriessen – Winterlaken

Herlezen is het toverwoord

door Maurice Broere

Winterlaken is de vierde bundel van Mischa Andriessen. Het motto is afkomstig uit het lied ‘Song tot he Siren’ van Tim Buckley: ‘For you sing, touch me not, touch me not, come back tomorrow.’ Net als in vorige bundels ook hier weer gedichten die refereren aan Metamorphosen van Ovidius, voorzien van citaten uit het betreffende werk. Twee gedichten verwijzen naar de Bijbel: ‘Samuel’ en ‘Leviathan’. Verder zijn er verzen die hun titel danken aan muziek onder andere songs van Tim Buckley. Ze zijn altijd in het Engels met een vertaling van de auteur.

De bundel is één geheel; er zijn geen onderafdelingen. Alleen in de prozagedichten is interpunctie aanwezig. In alle andere gedichten ontbreekt die, waardoor ze vol staan met enjambementen, wat het lezen en interpreteren bemoeilijkt, omdat elk houvast afwezig is. Soms moet je teruglezen, omdat je al lezend op het verkeerde been gezet wordt. Je kunt de verzen niet direct doorgronden, soms helemaal niet, hetgeen deze poezie een sterk suggestief karakter geeft.
Alle gedichten hebben een titel, opvallend daaraan is dat de titel ‘Daar’ vijfmaal voorkomt, ‘In de tuinen’, ‘Dans’, ‘Kerf’, ‘Wezen’, ‘Kolk’ en ‘Waar we’ tweemaal.

Schaduwkind (2003) van P.F. Thomése en Tonio (2011) van A.F.Th. van der Heijden zijn werken die gaan over het verlies van een kind. Allebei aangrijpend door het schurende verlies, de rouw en de onmacht. Beide schrijvers nemen de lezer mee in hun ellende en laten hem voelen wat ze hebben moeten doormaken en wat ze hun leven lang met zich mee zullen slepen. Beiden zijn tamelijk expliciet over het verlies en de verwerking ervan. In deze bundel is ook sprake van het verlies van een kind, maar Andriessen verwerkt het op een andere manier in zijn dichtkunst. Hij is veel minder expliciet, suggereert veel, waardoor de lezer aan het denken gezet wordt en de emotie indirect aangestuurd wordt. De enige duidelijke aanwijzing komt voor in het prozagedicht ‘Daar’:

‘(…) Daar was een kind, een halve minuut hooguit, aan de aandacht van zijn soezende ouders ontsnapt, had in die nog geen dertig tellen een afstand afgelegd die voor die kromme mollige beentjes ondenkbaar was en het ook nog eens niet in de richting van een van de vele andere verleidingen op het strand of in de duinen had gebracht, maar regelrecht naar het water, waar het nog net werd gezien op het ogenblik dat het kopje-onder ging, of wellicht al eerder was ontglipt, weg voor iemand het nog had gemist en wegbleef, ook na uren van vereende inspanning en almaar roepen, van duiken, zoeken, de zee roepend in en weer uitgaan, rennen, roepen, almaar, almaar roepen.(…)’

In de tuinen

Een besluit
Een buiging
Een bijna knielen
De gerimpelde hand
Die een steel pakt
Voorzichtig de vingers
Tussen de stekels legt
Haar vrije hand breekt dan
Een bloemblad af bewaart hem
Bij de anderen in haar mand
Ze staat op stram
Ziet zijn gelooide gezicht
Herkent de afstand
Die werd volbracht
Het wak in de dagen
Dat hij heeft geslagen
Nu lacht je bent er

Tuin is een motief dat in deze bundel regelmatig voorkomt. Een tuin is afgesloten deel van de wereld, dat omheind is waar de buitenwereld hooguit door geluiden binnendringt. Daar kun je je veilig voelen. Je bent buiten en toch weer niet. In ieder geval geen onverwachte ontmoetingen met anderen, die geen toegang hebben. Niet alleen is er afstand tussen de gebruikers van de tuin en de buitenwereld, maar ook tussen de gebruikers onderling. Afstand is een motief, al lijkt die in de laatste zinnen overbrugd te zijn.

Het wachten

Wachtte tot het donker was
De kinderen na het slaan
Met de deuren nog wel sliepen
Sloeg bij het tuinpad af
Naar waar zij niet te zien was
Kon blijven lopen en niets zag
Bij weer een blik achter zich
Wachtte de afstand schattend
Kwam haar dan buiten adem na
Riep haar naam opende de armen
Zei dat het niets scheelde – kom nu maar
Zo ging het jaren zolang hij de kalmte bewaarde
De kinderen toen nog een laatste kus gaf
De deuren openliet en met haar meekwam

Wachten, afstand en verwijdering zijn hier bepalende motieven. Je voelt de afstand tussen de twee personen, de onmogelijkheid van contact, die al jaren duurt. De personages zijn op zoek naar elkaar, maar de echte verbinding komt niet tot stand. Het einde laat veel te raden over: vinden ze elkaar of vertrekt iemand definitief, omdat het geduld en de kalmte op zijn. Opvallend zijn de onvolledige zinnen, bijna telegramstijl. Misschien een metafoor voor de afstand.

Winterlaken is een boeiende, intrigerende bundel, waarin schrijnend verlies en de gevolgen voor de personages op indringende wijze in beeld gebracht worden, maar nooit expliciet, waardoor deze poëzie een universeel karakter krijgt en niet blijft hangen in het persoonlijke verdriet. Nergens is Andriessen sentimenteel. Een bundel die zijn geld dubbel en dwars waard is, omdat je er met een of twee keer lezen niet bent, herlezen is hier het toverwoord en dan nog zal elke leesbeurt nieuwe beelden oproepen.

____

Mischa Andriessen(2019). Winterlaken. De Bezige Bij, 78 blz. € 19,99. ISBN 9789403143903

Geplaatst in Recensies.