Janine Jongsma – Gewoon logisch

Gewoon tevoorschijn verdwijnen

door Paul Roelofsen

Een uitnodigende titel: niet duister of pretentieus en op het achterplat een foto van de schalks lachende auteur.
En omdat de bundel een beetje slordig is afgewerkt valt de omslag ook nog eens spontaan voor de lezer open.
Bij het begin beginnen, dat lijkt me nogal wiedes. Ik doe dat en word direct geraakt door een voltreffer!

SOMMIGE DINGEN ZIJN GEWOON LOGISCH

Sommige dingen zijn gewoon logisch
in ons huis kun je overal je voeten vegen
het tegeltapijt heet je honderd keer welkom
maar als de bel gaat doe je niet open

Wij zijn erop getraind om ter plekke neer te vallen
ons achter de bank te verstoppen
of desnoods in het gordijn te wikkelen
niemand maakt een enkele beweging

Wij zijn erop getraind dat de indringer niet opgeeft
roerloos seinen we met onze ogen richting voordeur
want er volgt steevast nog een tweede poging
die van het langdurig de vinger op de bel houden

Wij blijven in de houding zonder een krimp te geven
want we willen niet onbeleefd overkomen
op mensen die weten dat we thuis zijn
en door het venster staan te gluren

Hoe herkenbaar!
Het interieur toont ouderwetse gastvrijheid maar welkom is niemand; niet alleen de Jehova- getuige, de deurwaarder en de collectebus zijn ongenood , nee elke beller bedreigt de huislijke intimiteit en dient buiten de deur te worden gehouden. Drie van de vier strofen beginnen met ‘Wij’ en dit slaat niet op de mensheid in het algemeen maar exclusief op de, zoals Jongsma het formuleert: ‘als kneedlijm aan elkaar hangende’ bewoners van dit ene huis waar de lezer zich niettemin gemakkelijk mee kan identificeren.
Het is zowel een fysiek volhardende als tactische strijd – ‘wij zijn er op getraind’- maar deze mag niet onbeleefd overkomen, zelfs niet ‘op mensen die weten dat we thuis zijn / en door het venster staan te gluren’.
De in detail beschreven verdedigingstechnieken maken dit gedicht buitengewoon grappig en bovendien is het zo sterk door de opbouw en de souplesse waarmee het is geschreven èn omdat het ‘gewoon logische’ nergens op slaat maar toch evident is.
Nieuwsgierig sla ik de bladzijde om. Er volgen gedichten die me laten kennismaken met voornoemd gezin: het zusje dat lange zonnige zinnen vlecht van strand, schelpen en schuimkoppen, de moeder die zich vereenzelvigt met Elisabeth Taylor, al vindt zij deze vrouw in vergelijking met haar van lichte zeden en de vader die vindt dat je iemand die eet niet mag aanraken omdat deze daar een hartaanval van kan krijgen.
Ontregelende poëzie waarin absurditeiten aan elkaar worden geregen en de voornoemde vader de meest uitzonderlijke van het stel is.
Uit ‘Afstand bewaren’, waarin de vader overlijdt:

Op zolder maakte hij een verdwijnhol
en noemde dat zijn donkere kamer
Maar ik wist dat hij erheen ging
om zich op te vreten
Zijn huid begon al los te laten

(…)

De gedichten blijven boeien maar het niveau van het openingsgedicht wordt op uitzonderingen na niet meer gehaald; soms is er sprake van mooischrijverij (‘De kat schiet schielijk weg’) en hier en daar vind ik de absurditeit te gezocht.

Het eerste deel van de bundel wordt bevolkt door voornoemde gezinsleden, daarna raken deze meer en meer uit beeld en tenslotte maakt de auteur er zich van los. Je zou kunnen zeggen dat het de dichter het ouderlijk huis stap voor stap verlaat. Haar verbeeldingskracht laat zij daar gelukkig niet achter maar de toon in deze poëzie is ernstiger en dat lucht op na een wat teveel aan vrijblijvende geestigheid.
Die ernst wil overigens niet zeggen dat daarmee de verzen veel aan diepgang winnen, de meeste doen dat nauwelijks, maar wel tref ik een gedicht aan dat de vergelijking kan doorstaan met het door mij bejubelde openingsgedicht. Weer die sterke opbouw maar nu winnen eenvoud en verlangen het van het bizarre.

TUSSENSTOP

Vernazza-Cinque Terre

Hij ademt nog altijd haar geur
als hij speelt aan de kade
voert zijn saxofoon haar terug

Zacht blaast hij de glans van haar lach
als gesmolten boter op zijn lippen
zilver licht boven zee

Toont zuiver dat hij haar liefheeft
hoog opgetogen golft zij stralend
door strakblauwe lucht

Uitgelaten op de klank van zijn memento
danst ze door smalle straatjes
zwiert zonnig langs plein en kerk

De zeewind achtervolgt haar
met wijn, weemoed en schalen vis
verdwijnt ze uit steegjes tevoorschijn

Hij ademt nog altijd haar geur
als hij speelt aan de kade
klinkt de koperen gloed van haar huid

Janine Jongsma treedt hier zowaar enigszins in de voetsporen van Garcia Lorca!

Een debuutbundel, waar talent en schrijfplezier vanaf spatten en die benieuwd maakt hoe een en ander zich gaat ontwikkelen.

____

Janine Jongsma (2019). Gewoon logisch. Uitgeverij Voetnoot, 76 blz. € 17,00. ISBN 9789491738555

Geplaatst in Recensies.