Margreet Schouwenaar – Zwijgen tot het schraapt

Een brok in de keel

door Maurice Broere



Zwijgen tot het schraapt is een bloemlezing uit de poëzie van Margreet Schouwenaar die in verschillende bundels is verschenen tussen 1992 en 2015. In 2016 zag haar Verzameld werk al het licht, waarover Johan Reijmerink een recensie schreef in Meander.

Het boek opent met een inleiding van Jooris van Hulle die alle eerder verschenen bundels van Schouwenaar beschrijft en ingaat op de thematiek van haar poëzie. Hij schuwt de negatieve reacties niet en schetst een tamelijk objectief beeld van de poëzie en de receptie van de bundels. Dan volgt per bundel een selectie van verzen. Het boek sluit af met een nawoord van Remco Ekkers, die uitgebreid ingaat op de motieven in het werk van Schouwenaar.

Het gebeurt mij weleens dat ik op een dag weinig spreek. Doorgaans ben ik genoodzaakt veel te praten. Dat brengt mijn werk met zich mee. In een periode van weinig spreken, merk ik dat er schorheid ontstaat en dat ik af en toe mijn keel moet schrapen. Al pratend houd je blijkbaar de slijmhuishouding op orde. In de titel van de bundel wordt ‘schraapt’ op een bijzondere manier gebruikt. Meestal komt het voor in de combinatie: de keel schrapen. Omdat in de context zwijgen staat, gaat het wel om hetzelfde verschijnsel. Hier schraapt ‘het’ en wat is dat ‘het’ dan. Het moet er blijkbaar uit; het begint te irriteren. De titel is ontleend aan het volgende gedicht, dat oorspronkelijk gepubliceerd is in de bundel Het wachten bezingen (2011).

Tik

En als we het geen liefde noemen,
en zwijgen tot het schraapt,
en zelfs dan niets zeggen.
Zwijgen tot de aard en ontdekken
dat het om lust, beter weten, hete leden
of ten hoogste medemenselijkheid gaat.
Wordt de melk dan zuur, vallen wangen
in, verbleekt de maan of ga je
opgewonden in een vlaag van drift
in een lange rij staan?

En maar gluren hoe lang het kan duren.
Wie dringt voor, wie staat vooraan, wie
berijdt zijn stokpaard, raakt in paniek, laat
een vers wicht voorgaan (om zich
te vergapen aan wat hij met liefde zou
rapen). Wie aanvaardt of laat het bij
aanbidden tot de rij slinkt en woorden
als roos en zoet, vergeten namen en
eindelijk samen, dagen als een oude
traan. En je dan niet laten gaan

om, eenmaal voor het loket, aarzelend
te vragen om iets van liefde, liefs met
fluisterplaats en blikken engel, zodat
de dienstdoend student zijn lach verbuigt
en zegt: helaas, uitverkocht. En eindelijk
kun je het plaatsen. Als jij iets wilt is het op.
Een slag voor je hart. Tik. Tak. Listig slaat
honger je maat. Tot je beseft dat tussen
lijden en kastijden een beeldbuis staat waar
liefde nooit dood gaat. En je waagt

en bidt om aanspraak.

Is iets pas liefde als je het uitspreekt? Soms is er het gevoel dat het hoge woord eruit moet en het zwijgen bijna pijn doet. Toch komt het niet naar buiten. Verandert er iets, als je het niet uitspreekt, ga je dan vreemde dingen doen? Zoals in een rij staan, berusten en afwachten tot eindelijk het hoge woord eruit is, maar ook het risico lopen dat het nooit uitgesproken wordt. Dan komt het besef dat tijdens dat wachten ook veel vermaak is, waardoor het zicht op uitgesproken liefde blijft bestaan en de hoop daarop voortleeft.

Is hier sprake van een getormenteerde dichter die verlangt naar erkenning, waardering voor het werk? Of is het meer verlangen naar aandacht van de medemens in het algemeen? Misschien staan we allemaal wel in de rij voor aandacht of liefde en tikt de tijd met iedere hartslag weg. De dichter laat ons gelukkig de keuze.

Tango

Ik wend je licht
om de plek te bereiken
waar ik met een enkele stap
kan ontsnappen aan vandaag.
Ik draai naar hier, waar jij,
nabije,
je lippen hebt gedaan.

De wending van je heupen
verwarmt mijn vragen.
Lopen is het enige gaan.
Jij doet er armen bij.
Jij mag me hebben.
Zo steels als innen,
zo zeer naar binnen.

Kijk, zegt geluk, in enkele
stappen wordt bestaan.

Tango is een van de zestien gedicht uit de afdeling ‘Ongepubliceerd werk’. De titel geeft het al aan. Er wordt gedanst. Het is draaien en pasjes zetten om aan het leven van alledag te ontsnappen. De ik-persoon blijkt zeer gesteld te zijn op de dans, biedt zich als het ware aan en beleeft een gelukkig moment. Misschien moeten we dit gedicht zien als een metafoor voor een gelukkig moment, waarin twee mensen dicht bij elkaar zijn.

Deze bundel biedt voor de volgers van Schouwenaar weinig nieuws, slechts zestien ongepubliceerde gedichten. Voor hen die het werk van de dichteres niet kennen, is deze bundel een aardige kennismaking met haar werk. Voor de prijs die je moet neerleggen, ben je dan zeker niet bekocht. Voor de verzamelaars een teleurstelling, want zij moeten wel flink in de beurs tasten voor zestien gedichten.
____

Margreet Schouwenaar (2019). Zwijgen tot het schraapt. Uitgeverij P, 192 blz. € 20,00 ISBN 9789492339775

Geplaatst in Recensies.