Een onverwachte eer

door Hans Franse

Sebastiano belde me op. Hij is een filosoof en filoloog die aan de Universiteit van Catania afstudeerde. Denk bij ‘filosoof’ niet aan een wijs en bedachtzaam persoon, niet aan een ‘denker des Vaderlands’ die op tv. gaat vertellen hoe je moeilijkheden in deze hectische tijd moet overdenken en door meditatie en ademhaling kunt oplossen, maar veel meer aan een algemeen cultureel geschoold letterkundige plus. Onze faculteiten heten niet voor niets: ’Filosofie en letteren’. Sebastiano studeerde dus aan zo’n faculteit af. Hij weet veel van literatuur, was leraar Italiaans, producent bij de RAI, hij is filmoloog en weet veel van theater. We vertaalden samen mijn gedichten, een van de meest interessante en ook moeilijkste dingen die ik hier heb gedaan; het was zelfs lichamelijk zwaar. Hij begeleidt ook schrijvers als een soort redacteur en dat doet hij heel goed.

 

Een tijdje geleden belde hij me op. Hij begeleidde een schrijfster uit Bologna, Lina Danielli, die met een historische roman bezig was, gesitueerd in het Antwerpen van eind 16e, begin 17e eeuw.: ‘Il pepe di Griet’ (de peper van Griet) een nogal wild avonturenverhaal over de handel in specerijen. Hij vroeg of ik even naar de eerste bladzijde van het boek wilde kijken. En reeds bij de eerste zin ging het fout: twee rakkers van de schout bellen aan. Een vrouw doet open en de rakkers vragen aan haar of zij ‘Brechtje Janszoon’ is. Ik deelde mede dat dit niet kon. Hij wilde het eerst niet geloven, maar een zoon kan nooit een vrouw zijn, een steekhoudend argument. Hij nam mijn wijzigingsvoorstel over: het werd ‘Brechtje Jansdochter’. Er viel nog veel te verbeteren: ik ken Antwerpen en weet iets van de geschiedenis, van het sluiten van de Schelde na de inname door de hertog van Parma, van Rubens die in het boek voorkomt. Ik hanteerde dus mijn rode potlood. Een man liet ik niet in de grachten van Antwerpen maar in de Schelde vallen, woorden en namen veranderde ik en ik bemoeide mij ook met het verhaal. Kortom, ik voelde mij weer de schoolmeester die zelfs op de kleinste dingen let. Lina waardeerde het en ging steeds meer vragen stellen. Gelukkig was ik net naar de IKEA geweest en had wat potloodjes meegenomen.

Toen het boek klaar was werd er een tournee gepland; veel schrijvers verkopen hun boeken door bijeenkomsten te organiseren en daar toegelicht, toegejuicht, besproken te worden en zelf op te treden in culturele kringen, poëzieclubs en festivals. Ook voor Lina werd een tournee georganiseerd langs theatertjes, zaaltjes en voor de INTRA-bibliotheekgroepen, die vaak tot plaatselijke promotors van het boek zijn uitgegroeid.  Men vroeg of ik mee wilde gaan op die tournee en zo trok ook ik langs kleine theaters, soms juweeltjes, kleine ‘Scalaatjes van Milaan’. Altijd waren er minstens twintig mensen aanwezig, die luisterden, applaudisseerden, in debat gingen en vooral gesigneerde boeken kochten. Tijdens die tournee verkocht ze zeker 150 boeken, terwijl het ook nog in de winkel te koop lag.
Ik had het boek vrij goed gevolgd, maar de laatste bladzijden werden mij niet meer ter correctie toegezonden, die kon ik pas zien tijdens de eerste presentatie. Wat bleek: Lina had een schoolmeester opgevoerd die de levensloop van Griet volgde en beschreef, en haar teksten corrigeerde. Uiteindelijk is hij degene die het boek aan het eind gaat voorlezen… ‘…en, na zijn papieren in zijn linkerhand geordend te hebben’ (iets wat ik altijd doe) ‘de aandacht vraagt, en begint met de eerste zin, die gecursiveerd is, de zin die ik als eerste corrigeerde:

 

Ik had er geen commentaar op, stond met de mond vol tanden, kon slechts opmerken dat ‘Franse’ inderdaad de Zeeuwse vorm was van mijn achternaam.

 

 

Geplaatst in Column.