Delphine Lecompte – Vrolijke Verwoesting

De koningin van de adjectieven wenkt ons naderbij

door Janine Jongsma



De bundel Vrolijke Verwoesting van Lecompte ligt hier voor me op tafel. En ik grinnik spontaan om het paradoxale van de titel, de alliteratie en dit in combinatie met het grove voorplat: ‘The barn’ een schilderij van kunstschilderes Paula Rego. Dit kan geen toeval zijn. Rego schildert al haar hele leven lang om haar angsten en depressies de baas te blijven. Door ze uit te beelden, maakt ze haar lijden dragelijk. Zoekende tussen liefde en haat, uit zich dat soms in perversiteit. Het strelen wordt slaan, het slaan wordt strelen. En net als Lecompte creëert Rego haar eigen ‘Alice in wonderland-wereld’, maar dan in de schilderkunst.

Het is overduidelijk dat de poëzie in alle bundels van Delphine Lecompte een uiting van ongebreidelde fantasie is, alhoewel, in haar wereld is alles mogelijk. Want haar muze, de oude kruisboogschutter bestaat echt, dat is haar 86-jarige hartelijke levenspartner Omer. En al haar wonderlijke figuren zijn wel op bestaande mensen geïnspireerd. Hoe onwaarschijnlijk de belevenissen van alle vreemde figuren ook zijn, het blijft geloofwaardig doordat Lecompte ze knap componeert en haar gedichten afzonderlijk van elkaar en in de bundel onderling een goede samenhang hebben. Op verschillende locaties zoals gesloten pretparken, zwembaden, verlate tankstations, wekkerwinkels, pyjamawinkels en goudvissenwinkels, komen alle bekende figuren weer voorbij. Er is de onbeantwoorde liefde voor de bedeesde zeepzieder, er is de ruige seks met de gepensioneerde stierenvechter en de troostrijke ijsjes-etende relatie met de analfabetische jongenshoer. Ook God komt aan het woord: ‘Omdat je jarig bent vandaag zal ik straks de bliksem op het huis van je buurvrouw doen / Terechtkomen, (…) Maar ik was niet jarig, waarom zou ik geloven in een god / Die mijn verjaardag niet kan onthouden (…).’

In het interview vorig jaar dat Marten Janse had met Lecompte, werkt ze aan Vrolijke Verwoesting (haar negende bundel inmiddels!) en zegt hierover: ‘’ De maskerade zal daarin minder worden en ikzelf minder verstopt. De gedichten zijn eerlijker, rauwer. Ik las een citaat van Malcolm Lowry dat hij ‘schreef om de verwoesting goed te maken’. Dat heb ik ook wel, alle ontreddering en wanhoop en morsigheid… Als ik het dan in een gedicht kan gieten, dan is het goed geweest, dan is het nodig geweest.’’ Het achterplat toont ons een wenende Delphine van heel dichtbij. De ogen gesloten, beeldend en kwetsbaar. We mogen haar nu naderen.

In ‘WE ZIJN ALLEMAAL WRAKKEN, VOORAL DE ABORIGINAL EN IK’, lezen we:

(…)

Vandaag begrijp ik alles; vandaag begrijp ik dat elke genezing de vorm van seks moet aannemen.
De mystieke chrysantenkweker wil me geen seks geven, dus ik loop van hem weg
Ik loop naar het huis van de oude kruisboogschutter
Hij ziet er gedrongen en Egyptisch uit, hij likt mijn vagina verrassend roekeloos.

Na de cunnilingus (want zo heet het) zegt hij: ‘Ik ken veel gebroken vrouwen,
Maar jij bent de enige gebroken vrouw met een appetijtelijke vagina.’
Ik zeg: ‘Bedankt. Dat is een mooi compliment.’

(…)

Et voilà! In deze bundel is Lecompte inderdaad nog rauwer en schaamtelozer, maar stelt, zoals het achterplat al voorspelde, zich ook meer kwetsbaar op. Er zijn een aantal gedichten in deze dikke bundel waarin geen gebruik wordt gemaakt van een adjectief bij een hoofdpersoon. De ‘ik’ spreekt tegen een ‘je’, en dat is best opmerkelijk te noemen. We weten als lezer niet wie die ‘je’ is. Wel dat het redelijk intiem is allemaal. Met zinnen als ‘Konden we maar teruggaan naar vroeger / Vroeger kocht je kleren voor mij, vroeger was ik koket’. Tot je het laatste gedicht van de bundel leest en Lecompte verraadt wie de ‘je’ is: ‘Het is te laat om je naar waarde te schatten, fantastische kruisboogschutter.’ Plots is hij niet meer ‘de oude kruisboogschutter’, nee, hij is enkel nog fantastisch.

Hoe Lecompte je meetrekt in haar wereld moet je ervaren door haar te lezen:

GEKOESTERD DOOR EEN BENZINEPOMP

Verweesd sta ik naast een tankstation
Er is veel gebeurd de afgelopen week
Helaas kan ik er niet over schrijven
Een meubelmaker met een impalamasker geeft me zomaar drugs
Hij wil me alleen maar helpen, ik neem de drugs maar word geen held.

Ik word een Aboriginal, een hele angstige Aboriginal
Ik ren voor mijn leven, het wordt nacht
Uitgeput klop ik op een deur, een sponzenverkoper met een slaapmuts
Verschijnt in de deuropening, hij laat me binnen
Zijn bed staat in de woonkamer, is hij misschien ziek?

We drinken jenever en praten over Tolstoj
De sponzenverkoper praat over de verkeerde Tolstoj
Zijn Tolstoj was een boerse paardendief, de mijne was geniaal en naïef
Nu word ik verkracht, dit moest natuurlijk gebeuren
Ik beeld me in dat ik in een kreeftentank zit, dit helpt me niet.

Na de verkrachting is er geen vuiltje aan de lucht
De sponzenverkoper eet een boterham met kaas en mosterd
En ik tel tot twintig in het Russisch om mezelf houvast te geven
Daarna kleed ik me aan en verlaat ik het huis van de sponzenverkoper
Ik keer terug naar het tankstation, ik omhels de rode benzinepomp, precies een moeder.

Glad en robuust en liefdeloos
Een pistoolschilder kijkt me verwijtend aan
Hij denkt dat ik een junkie ben
De zon komt op, dit is heel onwenselijk
De mystieke chrysantenkweker passeert met zijn minnares, een Oekraïense met een hazenlip.

‘Wat doen, wat doen, wat doen?’ zeg ik amechtig en incoherent
Ik weet niet wat ik moet doen
Ik kus de benzinepomp, precies een vader
Hard en toxisch en onverzettelijk.

In de eerste strofe schiet ik in de lach omdat er veel gebeurd is afgelopen week waar ze helaas niet over kan schrijven. De bundel bestaat uit 149 lange gedichten waarin zoveel gebeurt dat ik het niet kan bijhouden! In strofe drie wordt ze ‘volstrekt logisch’ verkracht, maar waarom zou je je dan ondertussen gaan inbeelden dat je in een kreeftentank zit? Dat is paradoxaal, kreeften zijn al weerloos in zo’n tank. Daarna is er geen vuiltje aan de lucht. Uiteraard niet. Het tellen in het Russisch tot twintig om zichzelf houvast te geven, is een vertederend beeld. Dan de omhelzing van de bezinepomp; als een moeder ‘glad en robuust en liefdeloos’. Het kussen van de bezinepomp als een vader; ‘hard en toxisch en onverzettelijk’. Lecompte associeert een omhelzing van een moeder en het kussen van een vader met begrippen die normaal niet bij iemand opkomen als ze aan vaders of moeders denken. Ik ervaar nu een bepaalde triestheid.

Beeldrijk absurdisme, samenhang, paradox, associatie, waanzin, perversiteit, triestheid en humor, in één gedicht en dat maal 149 is totale waanzin óf absoluut geniaal!

____

Delphine Lecompte (2019). Vrolijke Verwoesting. De Bezige Bij, 168 blz. € 21,99.ISBN 9789403167107

Geplaatst in Recensies.