Dagboek van een redacteur (8)

door Eric van Loo


Een paar weken geleden las ik Hopper op de heuvel, een intrigerende bundel waarvoor Roel Richelieu Van Londersele zich liet inspireren door het werk van deze beroemde Amerikaanse schilder. Maar liefst vijftien gedichten verwijzen direct naar specifieke schilderijen van Edward Hopper. Kort na het verschijnen van mijn recensie kreeg ik Het is het huis dat niet goed alleen kan zijn van Jana Arns onder ogen. Ook zij heeft een flink aantal gedichten opgenomen met schilderijen van Hopper als vertrekpunt. Tijd voor een vergelijkend woordenonderzoek. Ik zal me daarbij concentreren op de twee gedichten die geïnspireerd zijn op het schilderij ‘Room in New York’, waarvan Arns’ versie door recensent Peter Vermaat werd geciteerd:

Room in New York

Hier is geen plaats voor tweestemmigheid.
Kamermuziek beslaat krant en zwijgen.

Hij leest gisteren, zij is ontstemd.
Het huwelijk, een toon gezakt.

De eenzit centraal,
geen tafel van vermenigvuldiging.

De deur mist een klink.
De avond ging toch al nergens heen.


Jana Arns – Het is het huis dat niet goed alleen kan zijn (2019)

Jana Arns zet de muziek centraal in haar dichterlijke visie op dit schilderij, met de woorden tweestemmigheid’, ‘kamermuziek’, ‘zwijgen’, ‘ontstemd’ en het meesterlijke ‘een toon gezakt’. Ook de ontbrekende klink van de deur, een scherpe observatie, past bij dit thema. Het gedicht verwoordt een troosteloze avond, waarop de twee mensen in de kamer elkaar niets meer te zeggen hebben.

Weggedreven

de ochtend is weggedreven van het ontbijt,
niemand gebruikt het licht om de dag op te tillen

vandaag leest zij traag de piano,
haar muziek maakt de oversteek niet.
hij schenkt ochtendliefde aan de krant,
het voorlezen liet hij achter op hun weg

de deur is groter dan een uitweg,
toch vlucht niemand naar de beloften
van een ander grasland

het open raam brengt geen soelaas,
de stad kamert mee,
de tafel heeft ooit bloemen gekend,
maar hun liezen zijn doof voor de lust


Roel Richelieu Van Londersele – Hopper op de heuvel (2019)

Ook Roel Richelieu Van Londersele ziet veel tristesse in dit schilderij, dat hij in de ochtend situeert. Meer dan de muziek is het lezen (van de piano(!), van de krant, het voorlezen uit betere tijden) een thema. In zijn gedicht lijkt Van Londersele de verschillende elementen van het schilderij (piano, krant, deur, open raam, tafel) systematisch af te werken, wat het gedicht ondanks de verrassende slotregel een wat schools karakter geeft.

Edward Hopper – Room in New York (1932)

Na het lezen van beide gedichten bleef er iets knagen. Edward Hopper (1882-1967) staat bekend om zijn verbeelding van het alledaagse leven in Amerika, met eenzame menselijke figuren in de anonieme interieurs van cafés en restaurants en in onpersoonlijke stedelijke landschappen. Eenzaamheid en isolement, onvermogen om contact met elkaar te maken. Zowel Jana Arns als Roel Richelieu Van Londersele hebben op indringende wijze woorden gegeven aan deze thematiek in hun Hopper-gedichten. Maar past dit fleurige en harmonieuze ‘Room in New York’ wel in deze thematiek? Natuurlijk is sprake van een zekere gelaagdheid, maar ik zie het schilderij toch vooral als een vrolijke uitzondering binnen het oeuvre van Hopper. Verdient dit schilderij niet een optimistischer belichting? Daarom hieronder een poëtisch antwoord aan mijn Vlaamse collega-dichters:

Ochtendstemming

De krant die je opent is een venster
op de wereld. Mij zie je niet meer

ingesponnen in lagen papier. Ik laat je
je cocon, onze dag is juist begonnen.

Er speelt een wijsje door mijn hoofd
dat ik maar niet kan pakken.

Ik denk dat jij het wel weet
straks, als je je krant laat zakken.


Geplaatst in Column.