Antjie Krog – Broze aarde

Deze wel

door Hans Puper



Geëngageerde dichters stappen soms in de valkuil van voorspelbaarheid. Geen weldenkend mens trekt de klimaatcrisis in twijfel en niemand met enig inlevingsvermogen laat het lot van vluchtelingen onberoerd, maar bij onderwerpen als deze is het moeilijk lezers te verrassen met nieuwe inzichten. En een dichter die zich gedurende de hele bundel afvraagt ‘hoe zich te verhouden’ tot de boze buitenwereld, kan zelfs irritant zijn omdat het engagement dan bij hem- of haarzelf komt te liggen.
Antjie Krog heeft daar geen last van, want Broze aarde is (opnieuw) een uitzonderlijk goede bundel. Hij lijkt in eerste instantie gericht op het Nederlandstalige publiek, omdat de oorspronkelijke, Afrikaanse titel alleen in het colofon wordt gegeven. Gelukkig is de bundel wel tweetalig. Hoe goed de vertaling van Robert Dorsman en Jan van der Haar ook is, je zou het Afrikaans van Krog niet willen missen.

De ondertitel luidt: Een mis voor het universum. Ter toelichting een citaat, eerst in het Afrikaans en daarna in vertaling. In ‘Credo’ (p. 14/15) schrijft de dichter:

Ek glo in die enige God, die Almagtige Son, G2V, Moederster en Skepper
—-van ons planeet en sy ellips;
En in die Aarde, haar ewig lewegewende Seun, onse Allerhere
Wat gebore is uit die Maagd Water en gestabiliseer is deur die Heilige
—-Maan
Wat ly onder homo sapiens, besoedel, vernietig en vermoor word;



Ik geloof in de enige God, de Almachtige Zon, G2V, Moederster en
–  –Schepper van onze planeet en zijn ellips;
En in de Aarde, haar enige levengevende Zoon, ons aller Heer
Die geboren is uit de Maagd Water en in evenwicht wordt gehouden
— –door de Heilige Maan
Die lijdt onder homo sapiens, wordt  vervuild, vernietigd en vermoord;

De afdelingen, meestal bestaande uit één gedicht, volgen onderdelen van een mis, zoals ‘Begroeting’, ‘Credo’, ‘Gloria’ en ‘Sanctus’. In het begin, het ‘TEKSVERS’ (p. 6), wordt de vraag gesteld die vervolgens wordt uitgewerkt. Het bestaat uit drie regels, die ik uitsluitend in het Afrikaans citeer, omdat niemand ze zal misverstaan. Ze zijn cursief afgedrukt: hoe kan ons die planeet  versorg as ons nie mekaar verzorg nie / hoe kan ons mekaar verzorg as ons nie die planeet versorg nie? // asem … asem … asem … asem … asem … asem … (De eerste slash zit in het citaat zelf).

Krog is in staat je tegelijkertijd gelukkig en wanhopig te maken. Gelukkig door haar ritmiek, ook in de compositie van grotere gehelen, muzikaliteit, haar tempowisselingen, pauzes, woordkeuze en hartstochtelijke liefde voor de aarde en alles wat zich daarop bevindt. Wanhopig door wat wij de aarde en elkaar aandoen.
Een voorbeeld van die liefde is ‘4 Gloria’. Ik zou dat gedicht het liefst in zijn geheel citeren, maar daarvoor is het te lang. Het is een paarsgewijs vol- en een enkele keer halfrijmende alfabetische opsomming van alles wat met de aarde te maken heeft; mooi is de suggestie dat het zóveel is, dat er soms letters dubbel gebruikt moeten worden. Ze slaat er niet één over, ook de heel moeilijke niet. Bij de Q moet ze enigszins smokkelen, hoewel zelfs dat niet zeker is. Misschien beginnen die woorden in de oorspronkelijke taal wel degelijk met een Q-klank: umQuaqoba, iQwane, umQuashu, Quito-mond.’
Nu het citaat. Waar nodig vertaal ik alleen een woord; die staan onderaan.

GLORIA IN EXCELSIS SOLI: Ere aan die Son in die hoogste
ET IN TERRA VITA QUAE AERI PLACET: en lewe wat die atmosfeer
—-behaag op aarde

LAUDAMUS TE, SOL: Ons loof u, Son
ADORAMUS TE, AQUA: Ons aanbid u, Water
AMAMUS TE, TERRA: Ons bemin U, Aarde
GLORIFICAMUS TE, OXYGENIUM: Ons verheerlik U, Suurstof

Aardonyx celastae, Alikreukel, Akkedis
Bantu, Bradysaurus, Boegoe, Blaasopvis
Chlorofil, Chromista, Cactoblastis, Codlingmot
Damara Dik-Dik, Diederieke, Dikkop
Ekostelsel, Eland, Eurasiese plaat
Fotosintese, Fitoplankton, Fynbos, Flagellaat



(Alikreukel: Alikruik
Akkedis: Akelei
Blaasopvis: Boterwei
Damara Dik-Dik: Damara-antilope
Diederikie: Discusvis)

(p. 16/17)

Het langst is de cyclus ‘Dies Irae’ (p. 24 – 37), door Antie Krog vertaald als ‘die dag van wraak’.  Het is ‘die dag van vergelding en angs’, ‘die dag van rampspoed en ellende’. Wat zij beschrijft is zeer aangrijpend: een moeder die geen andere uitweg uit de armoede meer ziet dan met haar kinderen op de rails te gaan zitten, desondanks liefdevol en beschermend door hen op schoot te nemen met haar rug naar de aansnellende trein; in een ander gedicht gaat het over een vrouw die zulke gruwelijkheden heeft meegemaakt, dat ze niet over verleden en toekomst wil praten en aan het einde van het gedicht ook niet meer over het heden.
In gedicht 1 van de cyclus wordt een witte vrouw dagelijks geconfronteerd met armoede en ongelijkheid; een groot schuldgevoel is het gevolg. Als ze achteruit een parkeerplaats verlaat, wordt er door een bedelaar op het raam geklopt, als ze haar portemonnee dichtritst, ‘dobbert zijn schaduw links van haar hand’, als ze naar de supermarkt loopt, beweegt ‘hij’ onder karton, twee mensen vechten erom een supermarktkarretje te mogen duwen, drie gebaren dat zij op haar auto hebben gepast en willen geld.
Demonstraties van ‘verhongerdes’ zijn volledig gerechtvaardigd, maar brengen haar tegelijkertijd tot een existentiële wanhoop omdat ze niet van deze boze demonstranten kan houden en daarmee niet oprecht van de aarde. Wat ben je dan voor een mens?

7.

(…)

hoe leef ek op ’n manier dat ek
haatdraende mans kan liefhê     hoe?
die feit is: ek het hulle nie lief
nie – ek kan hulle gesigte skaars verduur

maar deur hulle nie lief te wil hê nie
vra: hoe waaragtig
durf ek dan sê is my liefde vir die aarde?

(…)



(…)

hoe leef ik zo dat ik
haatdragende mannen kan liefhebben     hoe?
feit is: ik heb hen niet
lief – ik kan hun gezichten amper verdragen

maar door hen niet lief te willen hebben
is de vraag: hoe oprecht
durf ik mijn liefde voor de aarde dan te noemen?

(…)

(p. 34/35)

En toch: diezelfde cyclus wordt doorsneden door overweldigende natuurervaringen, waarin Antjie Krog doet denken aan luministen als Gorter en Nescio: ‘dit sing     sy-blink sing die rooigrasstingels boontoe / die pronkerige roesbruin sade / skitter met sprinkhaantjes wat spat’. In vertaling: ‘het zingt     zijdeglanzend zingen de rooigrasstengels opwaarts / de pronkende roestbruine zaden / schitteren van wegspattende sprinkhaantjes.’ (p. 30/31). Zuid-Afrika is een land van uitersten.

Aan het eind komt het besef hoe het zou moeten zijn. P. 44/45: ‘ek is die bedelaar / ek praat leeu / ek sneeu / ek is die boom waarteen die saag skreeu –‘ (‘ik ben de bedelaar / ik praat leeuws / ik sneeuw / ik ben de boom waar de zaag tegen schreeuwt –‘)

Je zou willen dat deze bundel wereldwijd door politici werd gelezen.

_____

Antjie Krog (2020). Broze aarde. Een mis voor het universum. Uit het Afrikaans vertaald door Robert Dorsman en Jan van der Haar. Uitgeverij Podium, 47 blz. € 20,00. ISBN 9789057592645

Geplaatst in Recensies.