“Poëzie schrijven betekent voor mij betekenis geven, dan wel een zoektocht naar zingeving.”

Willem Tjebbe Oostenbrink (1963) dicht in het Westerkwartiers (West-Gronings) en het Nederlands. Hij debuteerde in 2013 met de Groningstalige bundel Opdreugde troanen (Opgedroogde tranen); in 2017 verscheen de bundel Zolt en Stof (Uitgeverij Vliedorp Houwerzijl). Zijn poëzie ontving verschillende prijzen. Gedichten zijn te vinden in bloemlezingen en in de publieke ruimte.

Alja Spaan sprak met hem over het Gronings, het Nederlands en het vertalen van gedichten, de beleving van tijd, het grip krijgen op dingen en de mogelijkheden van taal en poëzie.
-

foto Teodozja Wieloch

-
In de workshop Poëzie lezen die jij presenteert, vraag je bij de inleiding ‘welke taal gebruikt de poëzie?’ Je stelt dat we duidelijke taal verwachten, een goed verhaal moeten hebben, als we iets willen uitleggen. Wat wil je met je poëzie zeggen?
Tijdens de workshop Poëzie lezen nodig ik mensen uit te vertellen wat ze van het gedicht vinden. Het is veilig om je te beperken tot ‘Dit spreek me minder aan’. Maar je moet de vraag durven beantwoorden Waar gaat het gedicht over? En als je het niet weet, doorvragen. Hoe komt het dat het gedicht zich niet gemakkelijk laat verklaren? Beschrijf eens de sfeer? Hoe zou je jouw verjaardagsfeest vinden, als er zo'n sfeer was?

Poëzie schrijven betekent voor mij betekenis geven, dan wel een zoektocht naar zingeving. Een gedicht moet meer zijn dan mededelingen en observaties, die hooguit een 'nou en'-reactie oproepen.

Bij voorkeur gebruik je het Westerkwartiers, de taal van West-Groningen. Je bent een cultuurdrager geworden, een schatbewaarder.
Het Westerkwartiers is de streektaal van mijn jeugd, mijn omgeving. Het is een variant van het Gronings met Friese en Drentse invloeden. Ik vind het een taal om zaken mooi en kernachtig te kunnen uitdrukken. Streektalen hebben hun eigen grammatica, woordgebruik en zinsconstructies. Het Gronings is in zekere zin een boerentaal van boerengemeenschappen met onderlinge verschillen. In Groningen worden zo'n vier substreektalen onderscheiden. 'k Vind het mooi om mensen op basis van woordgebruik of uitspraak van klinkers te kunnen onderscheiden. Tijdens de middelbare school ben ik in Friesland naar school gegaan en leerde ik Fries verstaan en spreken. Ik sprak altijd Westerkertiers met Friezen. In Drenthe spreek ik mijn streektaal en Drenten spreken Drents tegen mij. Ik heb altijd interesse gehad in talen en streektalen. Door mijn werk in Midden- en Oost-Europa heb ik verschillende aspecten van andere vreemde talen meegekregen en daardoor ook over het Nederlands veel geleerd. Heel verrijkend.

 

De Riet - Waterpoëzie III
-
Als een ingesleten gewoonte
ligt het water daar
niet meer op zoek
naar de zee.
-
Op de duiker zat ik als schooljongen
en probeerde de sterke verhalen
van mijn vader te vergeten.
-
Zijn dikke snoeken
heb ik nooit gevangen
de voorns van toen
zijn verbleekt.
-
Nu ik niet meer vis
duiken oude vangsten
van zeelt en karpers op
in mijn gedachten
kronkelt de polsdikke aal
-
en vind ik de vissen
voor mijn verhaal.
De Riet - Wotterpoëzie III
-
As n iensleten gewoonte
leit t wotter doar
niet meer op zoek
noar zee.
-
Op e duker zat ik as schoeljongen
en perbeerde de starke verhoalen
van mien pabbe te vergeten.
-
Zien dikke snoeken
he'k noeit vongen
de voorns van destieds
bennen verbleekt.
-
Nou k niet meer vis
duken olde vangsten
van moedhond en karpers op
ien mien gedachten
kronkelt de polsdikke oal
-
en vien ik de vissen
veur mien verhoal.

Zou het een eigen taal moeten worden? Inclusief lesprogramma’s aan scholen?
Het is mooi dat er aandacht aan besteed wordt. Er zijn steeds minder mensen die het spreken en dat vind ik wel jammer. Het gebruik van streektaal staat onder druk en het is goed dat streektalen aandacht krijgen om te behouden en te gebruiken. In Europees verband is er aandacht voor minderheidstalen. In 2018 heeft Nederland een convenant ondertekend voor het behouden en het bevorderen van de Nedersaksische taal als zelfstandige taal. Het Nedersaksisch kent een groot verspreidingsgebied in Nederland en Duitsland. In Nederland vallen het Twents, Sallands en Gronings er onder, met meer dan anderhalf miljoen sprekers.

Ondanks het feit dat je gedichten in het Nederlands sterk zijn, lijkt het alsof het in het Westerkwartiers veel duidelijker is wat je bedoelt. Bij een eerdere publicatie in Meander gaven we de beide talen weer. Is het een vertaling of herschrijf je elk gedicht en zo ja, waar schiet het Nederlands tekort?
De gedichten schrijf ik eigenlijk altijd vanuit mijn streektaal. Soms schrijf ik direct vanuit het Nederlands. Zo nu en dan vertaal ik mijn gedichten naar het Nederlands. Het is niet altijd even gemakkelijk en bevredigend. Wie weet staan de teksten te dicht bij me om het goed te kunnen vertalen? Het kiezen van het beste uitgangspunt of een goede insteek is het moeilijkst. Wat moet je als leidraad nemen: de sfeer van het gedicht, woorden, ritme en klank, dubbele betekenissen en lagen.

Het Nederlands is sterk gericht op actieve zinnen (geen lijdende zinnen), weinig gebruik van datief (derde naamval; en daarmee weinig accent op procesmatige zaken). Nederlandse teksten zijn soms wat slomig. Het maakt tegenwoordig minder gebruik van afkortingen als 'n of 't of 'k dan vroeger. In het Engels wordt dit wel toegepast. Lidwoorden worden in het Gronings minder en ook anders gebruikt.

In het algemeen verlies je iets en win je iets met vertalen. De vertaling van het gedicht van T.S. Elliot (recensie Gedichten 1917-1930) laat dat goed zien. Het origineel is meer verstild; de Nederlandse vertaling is "actiever", mijn inziens. Bij het vertalen van het Fries naar het Nederlands zie je ook hoe de sfeer van zinnen verandert (interview Meander met Tsead Bruinja). De Duitsers hebben een mooi woord voor vertalen: nachdichten. Een Duitse collega-dichter Carl-Heinz Dirks heeft veel van mijn gedichten in het Duits en in het platduits (Nedersaksisch-Duits) vertaald. De ‘Nachdichtungen’ zijn erg mooi. Voor de vertalingen naar het Frysk, Drents, Duits, Pools en Bulgaars heb ik andere mensen kunnen vinden. Ik hou van taal en talen, woorden en zinnen en vind het hartstikke interessant om vertalingen te vergelijken, wat ze doen en teweegbrengen.

Remco Ekkers schreef op de achterflap van je eerste bundel dat je gevoed wordt door het verleden en dat jouw woorden ‘uitzicht geven op het beloofde land van verleden en toekomst’. Heeft dat beloofde land te maken met geloof? Schuilt er iets bijbels in je werk?
Een aantal gedichten zijn mede geïnspireerd door de bijbel. Daarnaast bevatten gedichten uitspraken van mensen tijdens gesprekken, onderwerpen uit het nieuws, vragen waarop je nooit antwoord krijgt. Indien passend zal ik proberen in mijn poëzie bruggen te slaan en verbindingen te leggen met andere bronnen. Een verwijzing naar de bijbel of klassieke verhalen kan verrijkend werken. De ene keer haal je het er zo uit, een andere keer valt het niet op. De bijbel is vaak niet eenduidig, ik zie dat als een voordeel. Toen ik eens zei dat ik in God geloofde, zei de ander dat hij alleen in zichzelf geloofde. Die ander gelooft in zichzelf omdat hij zichzelf kan zien. Ik geloof in iets wat ik niet zien kan. Poëzie kan soms inzichtelijk maken wat niet te zien is.

 

Zwarte sneeuw
-
Het werd lichter toen het laken weggleed.
Een stroom koude lucht trok over mij heen in mijn slaap.
Uit alle macht trok ik aan het beddengoed maar
met mijn handen naast me zonder te bewegen
lag ik daar zacht als in sneeuw
die niet plakken wil, zo koud.
-
Vlokken vulden de donkere kamer
als zwarte pluizen daalden ze neer
raakten mijn open hand maar er smolt niet een.
Sommige gleden door mijn vingers,
het lukte me niet ze op te vangen toen
ik de ogen open deed.
-
Ik schrok. Ik had zo lang geslapen dat de nacht
moest al lang verdwenen zijn. Een nieuwe dag brak
aan, die zwart geverfd leek.
Pluizen kwamen naar beneden, met hun grijphanden
graaiden ze naar mij als ik ze wegwuifde.
-
Hoe ik vocht, hoe ik me ook verzette, de pluizen
gingen niet weg, hun klauwen grepen mij
vast bij de schouders, duwden me terug
wanneer ik in één haal probeerde
al het roetzwart weg te vegen.
Het duister drukte zo zwaar,
mijn bed boog door.
-
Er waren geen kleuren meer
toen deze dag mij in de ogen zag en
maar staren bleef.
Zwarte snij
-
t Wer lichter toen t loaken votgleed.
Kolle lucht trok over mij hin ien mien sloap.
k Ropte aan t berregoed uut ale macht mor
d'aarms warren noast me, zunder bewegeng
lag k doar, zacht as ien snij
die niet bakken wil, zo kold.
-
Vlokken vulden de donkere koamer
as zwarte pluzen zegen ze del,
vielen ien mien open haand, mor der smolt gienenent.
Goenent gleden me deur de vingers,
t opvangen belukte niet toen
ik d'ogen open deed.
-
Ik schrok. Zo lang har k sloapen dat de nacht
al lang weg wezen mos. Nou brak n nije dag
aan, mor dizze dag leek zwart vaarfd.
Pluzen kwammen omdel, met heur griephanden
graaiden ze noar me as ik ze votwuifde.
-
Hoe k vocht, hoe dat k me ok verzette, de pluzen
gingen niet vot, heur klaauwen grepen mij
vast bij de scholders, daauwden me terug
as k perbeerde met een hoal
al dat roetzwart vot te fleren.
t Duuster drukte zo zwoar dat
mien berre boog deur.
-
Der warren gien kleuren meer
toen dizze dag mij ien e ogen zag en
mor stoaren bleef.

In de recensie op Meander van je tweede bundel wordt stilgestaan bij je beleving van tijd en heeft de recensent het over het onvermogen grip te krijgen op het verleden. Wat is er veranderd tussen die twee bundels in?
Tijd heeft altijd mijn interesse gehad en beide bundels Opdreugde Troanen en Zolt en Stof bevatten gedichten over tijd. In de eerste bundel staat het gedicht Wotterpoëzie De Riet, de naam van een tochtsloot. Het gaat over vissen vangen en het vinden van mijn eigen verhaal. Het heeft te maken met zingeving. Een mislukking vandaag, kan morgen een aanwijzing of bouwsteen blijken te zijn voor een nieuwe weg. Wat me fascineert aan tijd, zijn de beleving en de herinnering aan de ervaring. Een bepaalde belevenis kun je jaren later in een ander licht zien en daardoor geheel anders waarderen. Dat is toch bijzonder? Er is niks méér gebeurd en toch is het verhaal veranderd. Wanneer is een verhaal dan eigenlijk af?

Is het belangrijk alles te begrijpen? Moeten we overzicht houden en helpt de poëzie daarbij?
Als kind kon ik vaak de waaromvraag stellen. Nog steeds vind ik het interessant te onderzoeken hoe iets kan. Hoe zitten mensen in elkaar? Wij mensen grijpen naar metaforen om zaken beter te duiden. Alle complexe concepten stoelen op de concrete wereld van objecten, voorwerpen, mensen, dieren en dingen. Abstracte woorden als hoop of haat kun je alleen zichtbaar maken door verbinding te leggen met termen uit de concrete wereld. Poëzie biedt de mogelijkheid om iets te verwoorden waar in een discussie soms geen ruimte voor is. Het kan op zaken een ander licht laten schijnen.

Groningers zouden gesloten zijn. In een oud interview (dat ik vrij moest vertalen) gaat het om onze houding naar de wereld en naar elkaar. Er werd in jouw omgeving vooral hard gewerkt. Ligt dat ook ten grondslag aan je eigen leven? Gewoon doen en niet teveel ‘zeuren’?
Ik ben opgegroeid op een boerderij met melkvee en schapen. 'k Was veel in het land en de natuur om mij heen. Er werd hard gewerkt, maar ik denk dat ik me ook veel ontspannen heb. Tegenwoordig begrijp ik niet waarom jongeren op hun 16de achter de kassa zitten. Ik moest regelmatig mijn vader helpen, maar beleefde er ook plezier aan. Wie ving er nu lammetjes toen hij 6 jaar was en hielp als een schaap moest lammeren? Als 13-jarige molk ik alleen de koeien terwijl mijn ouders een dag weg waren. Mijn wereld was ook ontzettend groot. Ik nam de polsstok mee en liep kilometers door het land.

Het is wat ingewikkeld met gewoon doen in Nederland. Bijna iedereen wil zichzelf zijn en uniek, en ergens bijhoren. Op grotere schaal bekeken doen we echter ook heel vaak dezelfde dingen. Veel mensen lopen in spijkerbroek. Zelf wilde ik niet te veel en ook niet te weinig opvallen. Dat niemand je ziet staan, is het ook weer zowat. Ik vind het mooi gedichten te kunnen voordragen.

 

Broers
-
Al hadden we veel gemeen, we waren
niet altijd enig. We hadden varkens maar
hoeden deden we niet. Het land werd bewerkt en
gecultiveerd als het leven zelf, ook al rustte er
soms minder zegen dan mest op de akker.
-
Er waren goeie jaren, er waren vette.
Maar de schraalheid van de magere jaren bleef
in de kleren hangen, gegoten als een pak
waar je nooit meer vanaf kwam.
-
Hoeveel er ook sleet en al werd het
met de jaren ruimer, herinneringen en
ervaringen werden als een tweede vel dat
lichaam en gedachten vervlocht, los van
de vette dagen die ons nog smaakten.
Broers
-
Al harren we veul gemeen, we warren
niet altied eneg. We harren zwienen mor
hoeden ho mor. t Laand wer bewaarkt en
kultiveerd as t leven zulf, ok al rustte der
sums minder zegen as mis op e akker.
-
Der warren goeie joaren, der warren vette.
Mor schroalheid van moagere joaren bleef
ien e kleren hangen, gegoten as n pak
doar je noeit meer vanòf kwammen.
-
Hoeveel der ok sleet en al wer et
met de joaren ruumer, herinnerengen en
ervoarengen werden as n tweede vel dat
liggoam en gedachten vervlocht, lös van
de vette doagen die ons nog smoeken.

Wat was je eerste kennismaking met poëzie?
Tijdens de middelbareschooltijd met Nederlandse, Duitse en Engelse les. Los van allerlei poëzie spreken aforismen mij aan. Ze geven soms inspiratie voor poëzie. Sophia Loren heeft een mooie uitspraak. Toen ik die noemde tijdens de koffiepauze met collega's was het even stil: ‘De verbeelding van de man is het beste wapen van de vrouw’. Prachtig, deze uitspraak; die stilte trouwens ook.

Het is mooi om je voordrachten te horen en het gevoel te herkennen dat in de taal schuilt, in elke taal die je bezigt. Ga je in gesprek met de luisteraar?
Tijdens voordrachten leid ik mijn gedichten vaak in met een aanleiding, met een vraag. De luisteraars meenemen naar een plek waar ze nog nooit geweest zijn en ze even daar laten. Dat vind ik spannend. Het is altijd weer zoeken naar de intonatie, de klank, waar leg je de nadruk op. Zo'n gesprek aangaan vind ik heel mooi.

 

Geplaatst in Interviews.