Zwoegend vertalen

door Hans Franse

Ik mis mijn Italiaanse huis in Umbrië, het land van heiligen: Franciscus, Benedictus, Scholastica, Santa Rita: zij groeiden op in dat mystieke, stille land.
We wonen op een oosthelling en kijken uit over ‘het dal van Spoleto’. Het is van een serene schoonheid. Vaak sta ik ’s ochtends op om de zonsopgang te zien. In de loop van de ochtend, voor het te heet wordt, rijzen uit het dal rookpluimen op: de boeren (en elke Umbriër is onder zijn huid een boer) stookt zijn tuinafval op, zorgvuldig de vaak grote vuren controlerend. Dan wordt het heet: er valt een stilte, die tot slapen leidt. Soms valt na de middag een hevige bui met onweer. Daarna valt de goddelijke avond, waarin het gemeenschapsleven begint. Het leven is mystiek, spiritueel en aards. Het inspireert tot muziek en poëzie.
Ook mij inspireerde de Umbrische dag: ik begon met een gedicht over de zonsopkomst die ik verbond met muziek.

Mattutino, ALBA UMBRA

-
Il silenzio sale su una scala musciale
respirando più in su della nebbia dell’alba.
La foschia ha ancora lo spartito in bianco:
l’alba è tutta da orchestrare.
Gli uccelli recano gli accordi di terza
per costruire una giornata in maggiore,
rapidi suoni degli archi, in pianissimo e di colore arancio,
planano sul monte.
La chiave di basso sparisce
oltre il cancello della notte appena aperto
e chiude la porta fino al chiarissimo blu.
Ci si accorda, non si accorda ancora,
confusamente e in pizzicato.
Il silenzio esita con l’attaco,
il violino di spalla è incerto:
l’alba è precoce.
GRANDE PAUSA
poi si spalancano
le porte giu in fondo
e maestosamente
il sole crea il mattino.

‘De Metten’, ’Ochtend in Umbria.’

-
Stilte steekt op een toonlader
met de adem uit boven de ochtendmist.
De nevel heeft een blanco partituur;
de ochtend wordt alsnog georkestreerd.
Vogels dragen grote terstakkoorden aan
om een dag in majeur op te bouwen.
Oranje strijkerstrekjes hangen
pianissimo boven de berg.
De bassleutel verdwijnt
door het nog net geopende hek van de nacht
en sluit de deur tot helder blauw.
men stemt nog niet men
stemt al wel, diffuus en pizzicato.
De stilte aarzelt met de inzet:
besluiteloze concertmeester van de vroege ochtend.
-
FERMATE
Dan gaan boven achterin
heel wijd de deuren op
en majesteitelijk
zet de ochtendzon de toon.

Het werden 11 gedichten over elk stadium van de dag. Monniken vierden die met gebed, overwegingen, meditaties en gezang , beginnend met de Metten, eindigend met de Completen.  De kleine bundel kreeg als naam ‘Het Umbrisch Getijdenboek’ over de dagorde, de jaargetijden en daaronder het leven en de dood, want de ochtend is vroeg en de avond eindigt in het niets en in de stilte. Bijna ene metafoor voor het leven.  Ik probeerde de gedichten te vertalen, maar stuitte op mijn grenzen: poëzie is in het Nederlands al moeilijk, in een andere taal is het bijkans onmogelijk. Toen ik dit vertelde aan mijn vriend, de filoloog, wonend op dezelfde berg,  stelde hij voor om samen aan de vertaling te werken: hij spreekt geen enkele vreemde taal dan een beetje Frans.
We gingen aan de slag. Er werden twee computerschermen geopend met synoniemen. We telden de lettergrepen: een Italiaans filoloog is groot geworden met de Divina Commedia en welke regel daarvan je ook bekijkt: ze hebben alle elf lettergrepen. Bovendien wordt de lengte van de regel duidelijk. Ik las de gedichten voor om naar klankovereenkomsten te zoeken bij de synoniemen en daarna vulden we zoekend en steunend de zinnen in. Ik heb hard gewerkt in mijn leven  maar een dergelijke titanenklus  die het uiterste aan concentratie vraagt is ongelooflijk intensief. Vaak moest ik de nuancering van de woorden uitleggen. Het langzaam uitspreken om de muzikaliteit ervan te toetsen. We werkten een ochtend per gedicht en tolden dan naar het ‘pranzo’ met een goed glas wijn om daarna de doezeligmakende hete middag in te gaan.
Het laatste gedicht ‘Perugia in de winter’ lukte niet. Het vertelt over een wandeling door Perugia na een ontmoeting met een acteur. Het mist, de gebouwen verdwijnen geleidelijk en de stad kruipt naar een wonderlijke fragiele schoonheid, wat mij deed schrijven: 'de mist werd dichter’ daarmee bedoelend dat juist door het geleidelijk dichttrekken van de stad de schoonheid wordt vergroot. Na eindeloze discussie hebben we het omschreven: ‘poeta’ en ‘nebbia’ zijn twee woorden en geen homofonen. Wel deed Sebastiano een vondst: hij schreef het woord poesia met een streepje en verdeelde het over twee regels. Er staat dan poe-sia. Het woord ’gedicht’ krijgt dan iets onzekers, iets mistigs: ‘sia’ is een conjunctief. Dus het gedicht wordt misschien een gedicht: de mist wordt dichter. We hebben wederom enige goede glazen wijn gedronken toen de cyclus vertaald was.
De gedichten zijn uitgegeven in Perugia ,Edizioni Era Nuova,  links de Nederlandse tekst, rechts de Italiaanse. Er zijn ook twee inleidingen, één van Ruud Hisgen, collega van de Haagse Kunstkring, en vanLina Danielli, Italiaans schrijfster, die ingaat op het verschil tussen ‘verwonderen ‘ en ‘bewonderen’.  Een bevriende pianist, Stefano Ragni, verbonden aan de Università dei stranieri, organiseerde een concert, waarin hij muziek bij de gedichten zocht. Ik moest  de Nederlandse tekst lezen, een actrice de Italiaanse. Zo kwam ik in contact met Simona Esposito, met wie ik optrad in de grote aula van de Università in Perugia. Het was er behoorlijk druk:  Italianen vinden Nederlands een muzikale taal; als ik voorlees doen ze vaak de ogen dicht en wiegen mee met het ritme van de tekst. Het gaat er dan wel om hoe je je taal verzorgt; het ontroerde mij daar te staan.
Het boekje heb ik later  ten doop gehouden in de enoteca van Danillo,  temidden van mooie flessen wijn, waarbij Sebastiano en ik om beurten lazen. Toch wel heel bijzonder als je dit mee mag maken.

 

foto's Hans Franse

Geplaatst in Column.