Fernanda Pivano en het lepeltje

door Karel Wasch

 

Pivano op vijfentachtigjarige leeftijd, foto Karel Wasch


Het zal je maar gebeuren dat een vriend je belt met de vraag of je Fernanda Pivano (1917-2009) wilt ontmoeten. Ik ken haar van allerhande publicaties en manifestaties. Maar ontmoette haar nooit in het echt.

Ze had een professionele verhouding met Hemingway.
En aanvankelijk bracht ze de Amerikaanse schrijvers Dorothy Parker, Scott Fitzgerald en William Faulkner onder de aandacht in Italië. Later raakte ze bevriend met the beats zoals Whalen, Burroughs, Cassady, Ginsberg, Kerouac en Corso. Ook Charles Bukowski steunde ze in barre tijden. Ze sleepte Lou Reed op het podium en Tom Waits. En vele anderen. Haar werkwijze was eenvoudig. Ze legde contact met kunstenaars, meestal schrijvers en vertaalde werk van ze of organiseerde hele tournees door Europa. Daar verdiende ze zelf geen cent aan, de opbrengst was voor de performers.

Bij haar voel ik me klein, maar ik besef dat dit een kans is, die ik nooit meer zal krijgen. En dus stem ik toe en begeef me met een recorder, een dessertlepeltje en veel aantekeningen naar een groot café in de Amsterdamse binnenstad. We schrijven 2002. Pivano is op dat moment 85 jaar, maar ze snelt het etablissement binnen met aan haar arm een mooie, Italiaans sprekende man. De schrik slaat me om het hart, spreekt ze alleen Italiaans, dat kan toch niet waar zijn? Maar ik bedenk ook dat ze diverse Engelse en Amerikaanse schrijvers heeft vertaald. Ze informeert plagerig hoe mijn Italiaans is. Om meteen in het Engels verder te gaan na het bestellen van een dubbele espresso. Haar begeleider stelt zich voor als Ettore Sottsass. De ontwerper van de Memphisgroep, die wereldberoemd is door zijn serviezen voor Alessi en allerhande industriële vormgeving.

 

Pivano met Jack Kerouac 1966, foto Charly Coombe


Sottsass wil na tien minuten afscheid nemen, maar ik tover het dessertlepeltje uit mijn tas. Hij bekijkt het aandachtig en een grote glimlach verschijnt op zijn gezicht. Het blijkt afkomstig te zijn uit een van de eerste Alessi-cassettes met bestek, die hij heeft ontworpen. Ik stop het in de zak van zijn colbert en hij maakt een lichte buiging. Fernanda streelt even mijn arm: ‘Nice!’ zegt ze. Het gesprek kabbelt voort. Ze lijkt erg ontspannen en daardoor ontspan ik ook. Ik noem een naam en ze vertelt. Dat werkt perfect. Over Hemingway vertelt ze met veel respect, dat ze nog jong was toen ze hem in Zwitserland ontmoette en met hem een platonische verhouding had, voordat ze haar eeuwige liefde Ettore leerde kennen. In het Hotel in Cortina stapte de veel oudere Hemingway op haar af en zei; ‘Hoe komt het dat U zo mooi bent!’ Ik zeg dat hij gelijk had en dat ze nog steeds heel mooi is. Ze schatert het uit. Op een bergweitje probeerde Ernest haar angst voor een grote stier weg te nemen. Ze moest het enorme dier aanraken, maar vond het nog steeds eng. Tot 1961, de dood van Hemingway, bleven ze corresponderen. Fernanda vertaalde artikelen in het Italiaans voor hem. Ze kijkt uit het raam: ‘Zijn brieven aan mij werden steeds donkerder, hij pleegde zelfmoord, wat een vergissing!’ Het blijft even stil. Voor William Faulkner vertaalde ze A Fable, een roman over de Eerste Wereldoorlog. ‘Hij kreeg de Nobel Prijs voor Literatuur in 1949. Ik ontmoette hem in Amerika, maar die Prijs interesseerde hem maar matig. Hemingway was daarentegen dagenlang van streek in 1954 toen hij die Prijs kreeg en vooral dronken!’ Weer die schaterlach. We belanden uiteindelijk bij The Beats, daar verscheen een schitterend fotoboek over ‘The Beat goes on’ waarin alle coryfeeën prachtig zijn gefotografeerd, meestal in het gezelschap van Pivano, gelardeerd met brieven, kaartjes en andere memorabilia.
Ik stuur af op Jack Kerouac, omdat ik een biografie over hem heb geschreven. Pivano bekijkt het boekje en verzucht dat ze geen Nederlands kan lezen, maar wil het toch graag meenemen. ‘Hij was in 1966 in Italië en ik overtuigde RAI UNO, het grootste televisiestation van Italië, dat ze hem moesten interviewen. Vlak voor de uitzending verscheen hij laveloos en plofte op een bank neer, bewusteloos. Het interview ging niet door!?!   Ondanks zijn enorme successen, of dankzij die nasleep ervan, was hij aan lagerwal geraakt!’  En ze vertelt hoe desperaat Kerouac was en ook hoe verdrietig. Vervreemd van de andere ‘beats,’ zoals Ginsberg, Corso en Burroughs.
We praten nog over Lou Reed, die ze zo ‘gevoelig,’ vond. Ik ken hem alleen maar van zijn sex, drugs and rock and roll. En over Chet Baker, de jazztrompettist, die ook nog eens prachtig gitaar kon spelen op een oude gitaar van Fernanda. ‘Hij wàs gewoon muziek’ zegt ze.
Plotseling komt Ettore weer op de proppen en ze verontschuldigt zich. Ze hebben nog een heleboel afspraken, maar ze vraagt mijn telefoonnummer. Ik blijf versuft en verrijkt achter. We hebben-ongemerkt- vier uur gesproken.
Later zal ze me nog een paar keer bellen en we hangen dan een uur aan de telefoon. In 2009 overlijdt ze in Milaan. Ettore was haar in 2007 al voorgegaan. De burgemeester van Milaan heeft het over ‘De schrijfster, vertaalster en het icoon van de Italiaanse letteren.’ Ik zou willen spreken van iemand met een rijk leven. Onvergetelijk!

Pivano met Hemingway in 1948, foto Charly Coombe

Geplaatst in Column.