Frank van Pamelen – Bravogeroep en enthousiast gefluit

Light verse op de top van de Parnas

door Inge Boulonois




De fans van Frank van Pamelen, die in de media bestempeld werd als taaltovenaar, rijmfenomeen en taalvirtuoos, hebben lang moeten wachten op een nieuwe dichtbundel. Acht jaar geleden verscheen IKEA en andere verzen. Daarna kwamen er wel jeugdboeken van hem op de markt maar nu is er dan eindelijk een nieuwe bundel. Bravogeroep en enthousiast gefluit zag in september het licht in De Kleine Komedie. In een interview met hem voor Meander werd eerder dit jaar de verschijning al aangekondigd.

Vijfentwintig jaar staat de Brabantse dichter-cabaretier inmiddels op de planken, een mooie aanleiding voor Nijgh & Van Ditmar om een overzicht van zijn dichterlijke oeuvre te bezorgen. De uitgever maakte er een feestelijke, met sterren opgeluisterde hardcover van. De prikkelende titel is in diverse bonte, fancy fonts gezet, op schutbladen staan rode strepen en het binnenwerk is verlucht met illustraties in zwart-wit. Niet slechts één voorwoord krijgen de lezers voorgeschoteld. Omne trinum perfectum: drie stuks in de vorm van nieuwe rijmbrieven waarvan er twee van de hand van overledenen zijn. De eerste is van niemand minder dan Gerrit Komrij.

Geachte heer Van Pamelen,

Ik kreeg van uw uitgeverij laatst het verzoekje een woord vooraf te schrijven voor uw boekje, maar zulk een geste breng ik niet teweeg. Want ook al is mijn werkagenda leeg en schreeuwt mijn ego om een open doekje, een voorwoord van mijn hand lijkt mij een koekje van onmiskenbaar veel te luxe deeg. Bij mij in huis pleeg ik aan uw kwatrijntjes met veel plezier geen aandacht te besteden, laat staan dat ik er blij van zin voor omrij. En verder wil ik u er ook nog fijntjes op wijzen dat ik reeds ben overleden.

Met vriendelijke groeten,

Gerrit Komrij

Van Pamelen heeft deze eminente dichterlijke momus heerlijk venijnig en cynisch gekarakteriseerd. Hij verwerkte er zelfs een deel van een epitaaf in dat Komrij ooit voor zichzelf bedacht: ‘hier ligt Komrij, ik denk dat ik omrij’. Samen met de brieven van Peter R. de Vries en Vondel plus het gedicht waaraan de bundeltitel is ontleend, vormen ze een smaakmakend begin van de lightversebundel.

Aansluitend tuimelen verzen vol taalkunst en dichtplezier over de lezer heen. De onderwerpen zijn zeer gevarieerd: van managertaal tot Wikipedia, van schrikkeljaar tot brugwachter, van vergeten groenten tot wapenbezit. De vormen waarin de verzen zijn gegoten, stellen eveneens een imposante verscheidenheid ten toon. Rondeel, onzijn, pictobolleke, cryptonnet, sonnettenkrans, toneelstuk, liedtekst, wat al niet: Van Pamelen draait er kennelijk zijn hand niet voor om.

‘Kool’ is een ingenieus gedicht uit Ikea en andere verzen waarin de snelgroeiende ‘kool’ strofisch uitdijt tot koolzaadoliedomstadsbusreisleidstersinstituut. ‘Optimist’ is een spitsvondig epigram: ‘Als ik haar noodkreten goed heb gehoord / Dan is er, denk ik, geen man overboord’. In het epigram ‘Paal’ spot Van Pamelen met zichzelf: ‘De eerste die me opviel bij het paaldansen was jij / Althans, jij was aan ’t dansen, en die paal die was van mij’.

Ook met bekende Nederlanders wordt epigrammatisch de draak gestoken. Op Andries Knevel: ‘Hij zorgt bij mij voor zoveel wrevel / Dat ik het liefste Andries Knevel’. Van Pamelen parodieert graag.

Een vriend
(Naar Toon Hermans)

Je hebt iemand nodig
Stil en oprecht
Die als je bent verdronken
Nog een weekje naar je dregt

De sonnettenkrans ‘Gisterenmorgen’, een krans waar een acrostichon verweven zit in het meestersonnet, is wederom in de nieuwe ‘Pamel’ opgenomen, net als het ingenieuze cryptonnet. De lezer mag daar door cryptische omschrijvingen zelf de poëtische puzzel oplossen. Ook het rebusolleke uit Dat lijkt warempel sandelhout (2003) werd weer opgenomen. Ridicuul daarin is de soms omslachtige manier die tot de oplossing leidt. Zo is er een den getekend, waarbij staat:’ – d en tevens en = de….’

Shakespeares beroemdste sonnet, nummer 18 – ‘Shall I compare thee to a summer’s day’ – inspireerde Van Pamelen tot een hilarische reeks van achttien octaven. Eveneens nieuw is het ingenieuze gedicht ‘Ladder’, i.e. de stuntvorm van een zogenaamde ‘trap’: in de dikgedrukte letters is diagonaal een – in dit geval – muzikale reeks te lezen. Een voorbeeld van een nieuwe versvorm, een inventie van Van Pamelen zelf, is ‘Virus’. Als de slotregel wordt herhaald en de lezer daarin een spatie aanbrengt, dient de clou zich aan: ‘Een koorddanser met herpes wou het goed doen / En zei: ik moet niet hebben da ‘k door toedoen / Van m’n koortslip’ (2x)’.

In tegenstelling tot de twee vorige dichtbundels, zit er geen cd bij. In plaats daarvan is onder een aantal gedichten een QR-code toegevoegd die voert naar een video op YouTube, meestal naar een wervelend live-optreden van Van Pamelen. Van droge humor getuigt het gedicht ‘Brugwachter’. De eraan gekoppelde video onderstreept fijntjes de humor van anti-humor.

Het werk is niet zo moeilijk en zo stug
Als dat we dachten:
Je loopt gewoon een keertje naar een brug
En dan maar wachten.

‘Berijmde ongein’, zo afficheert deze Kees-Stip-prijswinnaar zelf zijn light verses. Maar het is niet uitsluitend aanstekelijke ongein. Hij belicht maatschappelijke en andere misstanden. Zijn politieke engagement boekstaafde hij overigens al met De generaalpardondemocratie in 2004. Van Pamelens affectieve kant lijkt meer dan voorheen een plaats te krijgen in nieuw werk als ‘Strepen op de weg’, ‘Je niet kennen’, ‘Van mij’ en in het klinkdicht over Driek van Wissens begrafenis.

De verzamelbundel bevat grofweg 135 gedichten vol wervelende woordspelige poëzie. Een afgewogen mix van klassieke en nieuwe verzen, van korte en lange gedichten, van epigram tot sonnettenkrans,van twee tot tweehonderdtien regels. Voor wie, net als ik, het werk van Van Pamelen kent, is Bravogeroep en enthousiast gefluit deels een genieten van nieuwe verzen, deels een feest der herkenning. Door de combinatie van perfect metrische spitsvondigheid en de grote variatie in versvormen en onderwerpen, is deze Pamel verre van snel ‘op’.

Wat mij betreft had de bundel nog wel meer gedichten mogen bevatten, zoals ‘De vos’ en de rijmbrief van de conservator van het Mauritshuis aan meestervervalser Van Meegeren. Een ding vind ik echt jammer en dat is de afwezigheid van een inhoudsopgave. Wel zo makkelijk als je een specifiek gedicht wilt opzoeken. Als slot een ollekebolleke met meertalige woordspeligheid.

This is America

This is America
Look at that skyscraper
Seventy floors, baby
How about that?

Och, zeg ik, moe van de
Megalomania
You call it skyscraper?
We call it flat!

____

Frank van Pamelen (2020). Bravogeroep en enthousiast gefluit. Nijgh & van Ditmar, 144 blz. €17,50. ISBN 9789038809199

Geplaatst in Recensies.