“Neem de poëzie weg en we kunnen mensen meteen door robots vervangen”

Marc Bruynseraede (Elsene, 1943) was werkzaam als journalist in Antwerpen en Brussel, in de gespecialiseerde pers, vanaf 1978 tot en met 2010. Sinds de jaren ’70 publiceerde hij poëzie en proza in diverse literaire tijdschriften. Hij was medestichter van het nog steeds bestaande literair-artistieke tijdschrift ‘Deus ex Machina’ en redactiesecretaris van het blad, van 1977 tot 1984.
Hij publiceerde de dichtbundels De Profundis (1973), Made in Peenemünde (1974), Vraag waarom wij vleugels dragen (1977) en Voces Intimae (10 teksten bij 10 litho’s van J.M. Legrand). Sinds vijf jaar werkt hij aan de biografie van de Nederlandse dichter- postvijftiger en groot muziekkenner, met Vlaamse voorouders, Jozef Eijckmans (1907-1996).
Sinds 2018 recenseert hij in diverse literaire bladen en websites, sinds 2019 als recensent voor Meander.
Alja Spaan stelde hem een paar vragen.


Hoe ben je bij Meander terecht gekomen ?
Een vriend moet mij de site aanbevolen hebben, lang geleden. Sindsdien ben ik Meander altijd blijven volgen, op zoek naar mooie gedichten en dichters die ik nog niet ken, al moet ik toegeven dat ik niet alles lees.

Wat vind je leuk aan recenseren ?
Mensen raken met woorden. Gedachten en gevoelens accentueren, verduidelijken zoals een mode-ontwerper zijn modellen kleedt of ontkleedt met stoffen, kleuren en vormen, zo doet een recensie dat met woorden. Dit alles, omdat communicatie belangrijk is en verrijkend en omdat goede poëzie ook die aandacht verdient.
Let wel, elke beoordeling is en blijft subjectief; zo ook de mijne. Niettemin hoop ik dat ze interessant genoeg is om als een “eye-opener” dienst te doen.

Wat betekent poëzie voor je ?
Een levensnoodzakelijk iets als ademen, lachen, denken, zich vermaken, zich ergeren. Zonder één van deze dingen is leven niet mogelijk. Neem de poëzie weg en we kunnen mensen meteen door robots vervangen.
Poëzie is voor mij – om een open deur in te trappen – de expressie van gedachten, emoties, van persoonlijkheid en een onophoudelijke speurtocht naar de zin der dingen.

Is er toekomst voor Meander Magazine ?
Zolang brave zielen bereid blijven zich kosteloos in te zetten om hun bevindingen over lectuur wereldkundig te maken en zolang anderen zo vriendelijk willen zijn daar kennis van te nemen, zal de site ongetwijfeld blijven bestaan.
Of de lezer zal volgen zal m.i. grotendeels afhangen van de geboden kwaliteit en originaliteit. En of het lezersbestand zal aangroeien ? Naar het schijnt zouden dat er gemiddeld zesduizend zijn. Voor mijn part mogen dat er tien keer zoveel zijn. Maar zovelen vóór mij hebben al te kennen gegeven dat literatuur een interessegebied is voor een beperkte lezerskring.

 

Drie gedichten naar keuze

zo zingt dan de stilte een gevaarlijke rust
zoals het wel doorgaat na een overlijden

zozeer is het te zien en te voelen de
uren wogen zwaar gedroegen zich zoals

ze het niet hadden – zo zingt nu de stilte
het onuitspreekbare na

(c) Jozef Eijckmans (1907-1996)
uit de cyclus ‘en dan misschien nog dit’ uit de posthume bundel Overdood (Atlas-Contact, 1997)

 

In stof

dit klinkt in mijn
hoofd
vergeet veel te zeggen
wat ?
dat de wereld groot is
en je erbij past
ook al sta je te kijk in
gemijmer
en ken je de antieken
die bewaard worden
in verbrokkeling
in stof

(c) Erick Kila
uit de bundel Bericht van de modernen (Kleinood & Grootzeer, 2017)

 

Ik denk de echte
dood is zo licht
als een veertje
dat je
wegblaast in een lucht
bol van zon
en dat schommelend verdwijnt
in het licht dat schijnt
alsof er in de verste verte
nooit een eind aan komt.

(c) Hans Andreus
uit de bundel Om de mond van het licht (1973)
Geplaatst in Interviews.