Wout Waanders – Parkplan

Poëtische attractie

door Janine Jongsma




Een opvallend mooie bundel was mijn eerste gedachte toen ik de bundel Parkplan van Wout Waanders (1989) in mijn handen hield. Twee woorden kwamen in mij op die pal tegenover elkaar staan: strak en speels, kijk maar naar zijn naam op de bundel. Waanders poëzie associeer ik automatisch met meisjesnamen. Het is opmerkelijk dat de poëzie van deze dichter – nog voor zijn debuut – al door mij herkend wordt vanwege een kenmerk: meisjesnamen komen regelmatig voor in de titel van een gedicht of in het gedicht zelf.

Als jonge twintiger won Waanders in 2012 de gerenommeerde poëzieprijs van de stad Oostende, daar gaf hij zijn visitekaartje af. In de afgelopen jaren trad hij op bij verschillende grote poëziefestivals en publiceerde in vele literaire tijdschriften. Hij won prijzen en zijn werk werd opgenomen in diverse bloemlezingen. Waanders maakt onderdeel uit van een literaire boyband; BOYBAND genaamd. Het enige poëtische schrijverscollectief met danspasjes dat – zoals wel vaker het geval is met een boyband – altijd op het punt staat om op te breken. Momenteel is hij stadsdichter van Nijmegen.

De vraag was dus nooit of hij zou debuteren, maar wanneer en hoe. Waanders pakt uit met een poëtische surprise van 34 gedichten die verwijzen naar een plek in zijn zelfverzonnen attractiepark. Met een zelfgetekende(!) uitvouwbare plattegrond van het park in de binnenflap en naast ieder gedicht op de rechterpagina, staat uitvergroot het betreffende deel van het park op de linkerpagina. Op de binnenflap staat dat Waanders een levenslange fascinatie heeft voor plattegronden van pretparken. Dat is te zien aan zijn eigen plattegrond die werkelijk fantasierijk en minutieus knap is uitgewerkt. Als je inzoomt op de plattegrond dan staan nostalgische en futuristische attracties gebroederlijk naast elkaar. Er zit een legenda bij die het park onderverdeelt in ‘Kinderattracties’, ‘Familieattracties’, ‘Voor sensatiezoekers’ en ‘Horeca & shops’. Deze afdelingen hebben ieder hun eigen kleur gekregen, zoals je in een boek met plattegronden vaker ziet. Tinten groen en geel voeren de boventoon. Grappig detail is dat (zoals in een echt pretpark) alle attracties door elkaar heen staan. Hierdoor krijgt het gedicht aan de hand van de plek op de plattegrond een (bladzijde)nummer. Je moet dus wandelend en zoekend door de bundel (het park) heen lopen. De plattegrond is overigens alleen als tekening nogmaals te bewonderen in de uitvouwbare achterflap. Onder ‘Verantwoording’ bedankt Waanders ook twee dichters voor hun hulp bij de totstandkoming van Parkplan: Dennis Gaens en Ingmar Heytze, dat zijn zeker niet de minsten.

Ik kijk als eerste onder ‘Voor sensatiezoekers’ (in een papieren pretpark barst ik namelijk van het lef) en jawel, mijn oog valt op een meisjesnaam:

SASHA NAAR HET VLIEGVELD BRENGEN

We hebben Sasha naar het vliegveld gebracht,
afgelopen dinsdag, met een knisperende zon op onze achterruit
radioliedje van REM op de bijrijdersstoel.

Sasha zat met haar koffer op haar schoot
naar buiten te kijken. Ik heb haar niet meer om dat boek gevraagd.

Sommigen vinden het zeer terecht
dat ze weg is straks, anderen hebben er andere meningen over.

Onze oom Thomas had daarboven de regen bevroren.
We waren halverwege toen de hagelstenen op de voorruit vielen.

De ruitenwissers tikten de stenen weg:
alle stenen die van Sasha houden naar de ene kant,
alle stenen die niet van Sasha houden naar de andere.

Daar reden we dan: door een steenregen
naar een vliegveld, en ik zag Sasha
naar buiten kijken, ik zag haar adem
tegen het raam aan geplakt, zonder haar naam
erin geschreven, haar warme lucht
tegen het koude raam. We hebben
Sasha naar het vliegveld gebracht.

Waanders trekt je zonder omhaal in een situatie en je gaat met hem mee in de auto en je neuriet ‘Everybody Hurts’ van de band R.E.M, wellicht samen met degene die op de bijrijdersstoel meezingt met de radio. Saillant detail: de videoclip van dit liedje speelt zich ook af in rijdende auto’s. Je neuriet tot strofe drie want daar zet de dichter jou op het verkeerde been. Waarom vinden ‘sommigen’ dat het zeer terecht is dat ‘Sasha’ straks weg is? Als lezer wil je dit weten (Waanders weet dit, hij doet het erom). Er overkomt je een gevoel dat je iets gemist hebt in de voorgaande strofes, maar je hebt niets gemist. Er komt geen antwoord, wel is daar plots ‘onze oom Thomas’ die het vanuit de hemel hagelstenen laat regenen. Waar heeft die arme ‘Sasha’ dit allemaal aan te danken? Hoe bont heeft ze het wel niet gemaakt? Is ‘Sasha’ familie van de ik-figuur, is het hun beider oom? Of zien we in ‘onze oom Thomas’ de Brabantse roots van Waanders terug? Hij werd geboren in Den Bosch en wij Brabanders benadrukken nu eenmaal verwantschap met het bezittelijke voornaamwoord ‘ons’.

Dan volgt de beeldende strofe van de ruitenwissers die de stenen wegtikken: ‘alle stenen die van Sasha houden (…) alle stenen die niet van Sasha houden (…).’ Het beeld dat in je opkomt is het één voor één uitrekken van de bloemblaadjes van een madeliefje waarbij je tegelijkertijd zegt: ‘Hij houdt van mij, hij houdt niet van mij’ in de hoop dat het laatste blaadje een ‘hij houdt van mij’ is. Waanders gebruikt de stenen als knappe metafoor voor de mensen met hun meningen die je raken. In de laatste strofe met binnenrijm zijn het de enjambementen die hier het werk doen: de ik-figuur ziet ‘Sasha’, ziet haar adem, haar warme lucht. In ‘haar adem tegen het raam aan geplakt’ schrijft ze haar naam niet, wat mogelijk wil zeggen dat ze nog vrij jong moet zijn – als puber schrijf je je naam op een beslagen raam wanneer de kans zich voordoet. Het zegt ook dat ze in gedachten verzonken is, misschien zelfs terneergeslagen is. Het gedicht eindigt met: ‘haar warme adem tegen het koude raam’. Dit impliceert voor mij haar warme natuur ten opzichte van de kilheid van de mensen die haar weg willen hebben.

Wat weten we nu? Zonder dat het expliciet in de tekst staat, geloof ik dat het twee pubers zijn op de achterbank, dat de ik-figuur had gewild dat ‘Sasha’ zou blijven (hij vond haar leuk) en dat zij naar het vliegveld is gebracht. Zie hier de kracht van Waanders poëzie. Je blijft als lezer achter met de vraag waarom ‘sommigen’ vonden dat het terecht was dat ‘Sasha’ weg moest. Het is frustrerend en aantrekkelijk tegelijk dat je er de vinger niet op kunt leggen. Precies wat goede poëzie moet doen: ontregelen!

De getekende attractie bij dit gedicht is een gigantische propeller met zitjes die hangt met een enkele stang aan nog grotere stellage. De propeller schommelt van voor naar achter en draait (volgens mij) ondertussen rond. De attractie beeldt de mening uit van de mensen die wilde dat Sasha bleef en de anderen die wilde dat ze wegging in de schommelbeweging van voor naar achter. Dat de propeller daarnaast ronddraait voelt alsof de mensen met hun meningen in kringetjes ronddraaien en de oplossing ergens in het midden ligt. Erg mooi gedaan, het gedicht krijgt via de getekende attractie nog een extra laag erbij.

De gedichten in deze bundel staan vol met meisjesnamen en jongensnamen of doen het simpel met een je, een hij of een zij. De ik-figuur reageert meestal op de anderen, valt mij op. Er huizen ook veel dieren in de bundel, die vaak menselijk gedrag vertonen (zelfs vice versa komt voor). Van kuikens tot aan een alpaca en van een slechtvalk tot aan een bultrug. Waanders gaat hier vaardig mee om, ik geloof hem omdat hij die dieren zo terloops brengt. Zoals in het gedicht ‘FIETSPOMP’, waarin een jonge giraffe een fietspomp komt lenen van een meisje van wie de ik-figuur zegt als hij haar ziet: ‘op wie ik mijn hele leven verliefd ga zijn’. De jonge giraffe bedankt het meisje voor de fietspomp, zegt ‘doei’ en is weg. Wat dan volgt is een grappige, mompelende, maar verbolgen monoloog van de ik-figuur over wat een jongen normaal allemaal zou moeten doen om een meisje te veroveren en hij verwijt haar genoeg te hebben aan ‘een simpele giraffe in de deuropening’. Het is paradoxaal om in een giraffe je concurrent te zien, terwijl daarnaast de giraffe en het meisje geen enkele blijk van interesse toonden in elkaar. Dat je als lezer hierdoor zo wordt afgeleid dat je pas veel later denkt aan een fietsende jonge giraf, vind ik ingenieus. Op het voorplat van de bundel staat de attractie die bij dit gedicht hoort; inderdaad een fietspomp als glijbaan en nog wel in reuzenformaat.

De kracht van Waanders is dat hij de lezer ontregelt met surrealisme, absurdisme en het toepassen van de paradox in hedendaags taalgebruik. Alledaagse taferelen krijgen in de pointe bij Waanders iets absurds. Dit soort poëzie doet het uitstekend op een podium.
De bundel is prachtig vormgegeven. Het idee om een bundel neer te zetten als een attractiepark is origineel bedacht en zeker gelukt wat mij betreft. Niet in de laatste plaats omdat veel van zijn zelfverzonnen attracties volstrekt uniek zijn. Maar in Parkplan zijn het de gedichten zelf die de grootse attractie vormen en zo hoort het ook in een dichtbundel. Een geslaagd en weldoordacht debuut! Meer over de titel van de bundel, over de gedichten die hetzelfde gevoel kunnen oproepen als attracties doen en waarom je de Fata Morgana in de Efteling kunt vergelijken met een goed gedicht is in deze podcast te beluisteren.

Ik wil u de gedetailleerde tekenkunst van Wout Waanders niet onthouden. We sluiten af met een anekdotisch gedicht waarvan de bijbehorende getekende attractie op de deelkaart aan de linkerkant in de bundel wordt uitvergroot:

PROEFBALLONNETJE

Ik had een date met een meisje
dat in haar profiel bij hobby’s
‘democratie’ had staan. ‘Dat is
toch geen hobby’ zei ik haar,
maar ze haalde haar schouders op.

Daarna stak ze haar hand in de lucht,
om een tweede tonic te bestellen,
dacht ik nog even, maar ze bleek me zojuist
met de kleinst mogelijke meerderheid
te hebben weggestemd.

____

Wout Waanders (2020). Parkplan. De Harmonie, 70 blz. € 17,90. ISBN 9789463360944

Geplaatst in Recensies.