Jolanda Kooijmans – Twee Ton

Het ene archetype is het andere niet

door Martijn Benders




Twee Ton is het debuut van Jolanda Kooijmans, een publicatie van uitgeverij Opwenteling in Eindhoven. Jolanda Kooijmans is dichter en kunstenaar, zo valt op de karige tekst op de achterflap te lezen, en die feitenkennis valt juist door de karigheid van de tekst een beetje uit de toon. De meningen verschillen er dan ook over wanneer je jezelf een dichter of een kunstenaar kunt noemen: is dat simpelweg een vrij beroep, of mag je de titel pas op jezelf plakken als anderen je zo beginnen noemen? Tegenwoordig zal het gros der aapjes opteren voor de eerste optie, maar vroeger noemde je jezelf hoogstens met enige schroom een dichter – omdat de vraag ‘vinden anderen dat eigenlijk ook wel’ toen nog een rol van betekenis speelde. Al voor je eerste recensie jezelf de titel opspelden was destijds onverstandig.

Tegenwoordig is dat anders. Het dichterswereldje is een soort copy-paste achtig carrièremodel waarin je een archetype nadoet. Kunstenares die op haar veertigste ook een bundeltje doet is bijvoorbeeld zo’n archetype, een beetje vormgegeven naar Maria Barnas, een universum in het rolletje plakband, de big bang met kurk nabouwen, dat soort werk. Het moet vooral leuk en creatief en luchtig zijn, je moet vooral van je af dichten, en het moet Arjen Duinker aan het vloeken maken als je het met hem bespreekt.

En ja hoor, daar hebben we het ritselend cadeaupapier:

de geur van de beerput steekt zijn naalden diep
in het hoofd van de sneeuwpop in de achtertuin

herinneringen smelten met inhoud en al
de geur van de beerput wil naar binnen

natte zwembroek
open stopcontact
de geur van de beerput zei het nog

ritselend cadeaupapier
de letter M
de geur van de beerput had al gekeken.

Vraag: waarom de geur? Is er nog iets anders opvallends aan een beerput dan, dat het nodig zou zijn dat je dit isoleert? Waarom niet: ‘de beerput steekt zijn naalden diep’, daar zit de geur toch automagisch in, en dat automagische, dat is toch waar het om gaat in de dichtkunst, niet dat dicteren van de werkelijkheid? Kan iemand me vertellen wat er nog meer aan een herinnering te ontdekken valt dan de inhoud van de herinnering? De vorm? Een herinnering is nu juist bij uitstek een abstractie die puur uit zijn inhoud weet bestaan. Weer onzorgvuldig. Goed, ik snap het beeld, geëlektrocuteerde kinderen, die schijnbaar in de geur van een beerput een sneeuwpop in zwembroek stonden bouwen en nu met een natte zwembroek voor het stopcontact staan…memories! Jammer dat er niets bij staat over wat de dichter gerookt heeft.

Waar ik het in een eerdere recensie had over mensen die menen dat hun associaties kunst zijn vanwege het associatie-zijn gaat dat hier op voor herinneringen: de dichter meent dat haar herinneringen kunst zijn omdat het haar herinneringen zijn. Dat ze ooit in zwembroek bij een beerput een sneeuwpop heeft gemaakt en daarna werd geëlektrocuteerd, neem ik echter voor kennisgeving aan: zelfs als leugen is het als herinnering niet genoeg om poëzie te worden. Er mist te veel: leitmotiv, gevoel, karakter.

Gedichten kunnen natuurlijk lyrisch zijn en gebruik maken van de muziek die verscholen zit in de taal zelf. Ook dat is niet aan de orde, goed, dan maar weer het type huis-tuin en keukenfilosofie waar de dagbestedingsmilitie Creatief-met-woordjes bekend om staat:

symmetrie is wezenlijk
dat alles door twee deelbaar is
lijkt op evenwicht

(‘Waar je begint te wonen in een wijk’)

[Zou de dichter niet weten dat je een asymmetrisch object ook gewoon door twee kunt delen? En de redacteur, die weet dat ook niet? Het gedicht gaat verder over een blok graniet.]

een blok graniet valt op de ommezijde van de aarde
en ligt daar duizenden jaren

met een langzame werking

[Ditmaal komt de geoloog in me boven, maar waarom graniet? Dat komt in Nederland namelijk niet van nature voor, het is een dieptegesteente dat afhankelijk is van de aanwezigheid van magma. Beton zou hier een logische keuze zijn geweest, graniet juist helemaal niet.]

de eerste aankleding treedt in met energieke bloemetjes

waarom afwijken

Tromgeroffel – wist u de woordspeling te ontwaren? Wijken, afwijken. Kooijmans conformeert haar gedicht naar geldende clichés – steen is traag en dood, bloemetjes vluchtig. Het zijn die ‘energieke bloemetjes’ waaraan we het knutselgilde weer herkennen. Intredende aankleding? Maar dan ook weer zo’n verkleinwoordje – het moet allemaal lief en leuk, bijna op het psychotische af. En bijna had Jolanda Kooijmans hier een gedicht te pakken, op wat details na dan, en helaas moet het gedicht nog een pagina verder gaan, en ook daar weer een leuk knutselwoord in de afsluiting:

Aan de knuisten van stratenmakers
ontsproten de vicieuze cirkels van onze hangplek.

Waarom geen vuisten? Omdat het lief moet klinken. En is ‘ontspruiten’ niet per definitie iets dat van vertakken afhankelijk is, wat zich niet echt leent voor een cirkelvorm? En toch is dit zo’n beetje de beste poging tot gedicht uit de bundel, denk ik. En dat is natuurlijk mager, te mager om een hele boekuitgave te kunnen verantwoorden. Het sterkst dicht Jolanda Kooijmans als de tekst gewoon onbegrijpelijk is: ‘hoogte wil een kaal bos / dubbelepunt lompe sneeuw’.

Vreemd genoeg zijn het zo goed als nooit mannelijke kunstenaars die op hun veertigste nog met een bundel komen. Het archetype is dus ook nog eens seksistisch te noemen. Voor mannen is enkel het koorknapenmodel toegankelijk, een paar jaar vrijwilligerswerk doen en een paar keer de naam van Here Jezus laten vallen, zodat het Huub Oosterhuis netwerk wakker wordt. En voor je het weet win je met je debuutbundel de Grote Poëzieprijs, want de herdertjes zorgen goed voor hun schaapjes.

Maar als vrouw moet je het doen met kunst. En dan eeuwig wachten tot Ester Naomi Perquin en Maria Barnas hoogbejaard klaar zijn met elkaar prijzen toeschuiven. Wat dat betreft is de literaire wereld in je eentje tegenwoordig een stuk lastiger te bestijgen: je kunt het universum na-kleien tot je een ons weegt, je kunt een levensechte Vasalis van papier-maché in de tuin zetten, het is allemaal om niet want tegenwoordig is alles een kwestie van het heft in eigen handen nemen met een goed netwerkend tegengewicht.

Twee Ton is als titel dus makkelijk te verklaren: Jolanda Kooijmans beseft dat ze die zwaarte nodig zou hebben om verder te geraken.

De herfsthemel is vol trekvogels uit Siberië en Scandinavië
Ze wil leren buikdansen, maar durft niet te informeren.
Misschien is de cursus vol.
De winter komt nu snel dichterbij.
Haar partner begint haar te pushen.
Zijn testikels wegen een ton

Leuk, die verwijzing naar trekvogels! En ook hier weer een inconsistentie, want testikels had hier enkelvoud moeten zijn om een passende bundeltitel te krijgen. Ze denkt zelf dat het over het gewicht van de testikels van haar partner gaat, maar als man kan ik melden dat het koorknapenmodel niet per se minder zielskracht vergt dan kunstenares met een bundeltje. Daarover moet ze bij een eventuele volgende poging wat zorgvuldiger nadenken. En eerst ‘Twee Ton’ boeken lezen, zodat we in een eventuele volgende bundel een daadwerkelijk literair frame weten te ontwaren. Want dat is wat een echte lezer echt verwacht van een debutant: beslagen ten ijs komen, niet doen alsof je alleen in het luchtledige schrijft.

[gedichten cursief: redactie]

____

Jolanda Kooijmans (2020). Twee Ton. Uitgeverij Opwenteling, 52 blz. € 17,50. ISBN 9789063381707

Geplaatst in Recensies.