Gaël van Heijst

De van origine Zeeuwse Gaël van Heijst (1990) schrijft gedichtjes en korte verhalen, vanuit een klein dorpje in Gelderland. Hoe dat zo gekomen is, moeten we hem maar eens vragen. Zijn schrijfsels en fotografie vinden een plek op een Instagram-pagina.


foto Dick van Heijst

 

Ik laat mezelf wel uit

stoeptegelbetreders fluisteren wat
zoekt u zo bijzonder vroeg tussen
aangelijnde uiteinden van honden ik

verzamel slagen van koperen klokken
zeven tel ik er in de regel
hun romp om het vlees diagonaal evenwijdig

aan elkaar geknoopte dagen gelijk
we begrijpen wat u beweegt maar waar
is dan toch het hondje gebleven kijk

stokken bogen schreefloos staarten los in
mijn hoofd blijf je er kommaloos mee binnen
dan vetten ze randen in hersenpan en

dat lijkt me meer dan reden genoeg
om op de tegels in ochtendgloed
wat wrikt in ‘t mijne aan te lijnen
Gazon

ik heb het erf geërfd
het reikt gespreid over kruin en
arm en dijend in twee benen
sleept netten mee mijn zeeën in

moeder vader kwamen samen of
in ieder geval de vader
zodat ik kon erven
her en der versmelten

streng lengende jaren leren dat
iedereen wel iets goeds in zich draagt
durven te vragen aan welke haak
dit kwam te hangen is er nooit echt van gekomen

ik ben ouder ook
adem diepe bedankjes
in zuchtvormen

bewater stoom
klaar om effen te erven
maai kauwend grassprieten
binnen voor buitenkant

zaai naast de
maden ook wat liefjes — zo
hebben de overledenen
achteraf een vooruitzien

nog niet zo gek
scherend langs de randjes
het begint al ergens op de lijken

je vermijdt natuurlijk liever
dat ze later over dat gazon van je
beginnen te zeiken
Buurtonderzoek: wat hangt ons boven het hoofd

de eerste indruk is…

dag meneer één
héle
goede
avond

nee hoor berg de beurs maar op ik breng geen
collectebus toch sparen
is het soort van wel
ik ben van het buurtonderzoek:
wat hangt ons boven het hoofd

winnen van vertrouwen
ik kan u alles vertellen
maar stap liever van de stenen af
die zijn me koud en nat vandaag

liever beklim ik even uw zolder
even piepen wat u verder stopt zo
achter uw eigen ogen

maak kennis met de bewoner(s)
ja lekker maar alleen als u heeft staan
een wolkje
sojamelk

ja ach dat doen mensen
tegenwoordig iets met
minder volle schuren
vertrapte dode kalfjes

snel we worden
zwart — u heeft geen sojamelk — dan maar zwart
och ach die dode kalfjes

schoenen uit is goed ja
nee we willen niks vies

voorwaarts de tredes op
ja hoor gaat u maar eerst

vlizotrap trede
vlizotrap trede
vlizotrap trede
vlizotrap trede
vlizotrap trede
vlizotrap trede
vlizotrap trede
vlizotrap trede
vlizotrap trede
vlizotrap trede
vlizotrap trede

vertel hoelang heeft u
de zolder al heeft u alleen gepakt

of met de hulp van iemand anders

het volgende punt is de visuele inspectie
voorzichtig een kijkje ruik aan
vijfenzestig kilo persoon in miljarden snippers stof

ik zie het al zoals ik dacht
kleren kaarten kilo’s kreukels

meneer
hoe draagt deze trui die
droeg haar lach zo goed
ik snap het
dat denk ik

oké niet openvouwen
straks moet iemand huilen

en kan niemand
u nog troosten

wat sparen we hoop
in dat kleine
kleine hoofd van ons

een afsluiting ik weet genoeg
bedankt voor al uw tijd
voor zwart
och ach de dode kalfjes
achterwaarts de tredes af
ja hoor gaat u maar eerst

vlizotrap trede
vlizotrap trede
vlizotrap trede
vlizotrap trede
vlizotrap trede
vlizotrap trede
vlizotrap trede
vlizotrap trede
vlizotrap trede
vlizotrap trede
vlizotrap trede

ik wens u meneer snikt
ik wens u een hele fijne meneer snikt
ik wens u een hele fijne avond nog meneer snikt

vouw ik de trui weer
even netjes voor u op nee oké

dicht gaat de klapper
achter een voordeur valt
iemand in het slot

nummer 34B
nummer 34C
een deurbel

strijk door mijn jonge haren – de eerste indruk is…

 

Geplaatst in Gedichten.