Bart Janssen – Bewolkingen en andere gedichten

Balanceren tussen hoofd en hart

door Hettie Marzak




Bart Janssen (1959) is een Belgisch dichter en kunsthistoricus. Hij studeerde kunstgeschiedenis en oudheidkunde aan de KU Leuven. In 1987 debuteerde hij als dichter in De Brakke Hond en publiceerde in DW B, Poëziekrant, Revolver en De Vlaamse Gids. In 2000 ontving hij de Prijs voor Letterkunde van de Provincie Vlaams-Brabant. Janssen werkt vaak samen met beeldende kunstenaars, dansers en performers en fotografen om kunst te creëren die over de afgebakende deelgebieden heengaat.

Poëzie vereist altijd aandachtig lezen, maar eens te meer bij de gedichten van Bart Janssen in zijn achtste bundel Bewolkingen en andere gedichten. Het is moeilijke poëzie, die op het eerste gezicht niet erg toegankelijk is. De gedichten in deze bundel zijn over het algemeen kort en daardoor erg compact van inhoud. Termen als hermetische poëzie, elliptische verzen en minimalisme komen bovendrijven bij het lezen ervan. Toch kan het niet de bedoeling zijn van de dichter om met opzet duister te zijn: daarvoor is de taal te helder en zijn de gedichten te zorgvuldig geconstrueerd.

Het motto dat Janssen gekozen heeft voor deze bundel zijn de laatste zes versregels van Yeats’ ‘An Irish Airman foresees his death’, waarin het woord ‘balance’ cruciaal van betekenis is: ‘I balanced all, brought all to mind’. Net als de oorlogsvlieger geeft ook Janssen als dichter hiermee te kennen dat alle mogelijkheden afgewogen zijn en dat hij een evenwicht heeft bereikt, een evenwicht dat ook terug te vinden is in de gedichten. Dat blijkt al uit de eerste van de zes afdelingen, ‘Vaarlijn’, die uit slechts twee gedichten bestaat: ‘Continuum’ en ‘Simultaan’, waarin vaststaande elementen als water en licht als natuurlijke habitat voor vissen een uitgebalanceerde tegenstelling vormen met hun gevangen toestand.
In veel gedichten in deze bundel wordt het onderwerp niet expliciet benoemd: Janssen volstaat met verwijzingen en laat het aan de lezer over om te bepalen over wie of wat het gaat:

Purificatie

In het gedragen licht

wast zuiverheid de zolen om,
kaatst stof op zijn stappen terug,

legt zij zich in de glooiing
van haar geharde bron

en brengt uitloop in met zijn verschil.

De afdeling ‘EXIL/EXIT’ bevat gedichten die geschreven zijn bij de eerste roman van de Vlaamse schrijver Stijn Streuvels, Langs de wegen, uit 1902. Het is het verhaal van paardenknecht Jan Vindeveughel, die zijn rustig en georganiseerd knechtenbestaan moet verlaten, en na een bewogen leven met vrouw en kinderen in zijn geboortedorp, als oude zwerver terugkeert op de hoeve vanwaar hij vertrokken is. Elk gedicht wordt voorafgegaan door een citaat uit het boek van Streuvels. Janssen kijkt door de ogen van de protagonist naar het landschap, de paarden, de natuur:

Bit

Hoor hoe het zijn land rekt
in de draf, zijn draagvlak

trekt in het stof, de hoeven
bij zijn grondslag voegt,

zijn nagalm lengt met de ruk
aan het bit, de balling

in zijn flanken drijft.

‘Gemoederen’ is een afdeling waarvan elk gedicht begint met een versregel in de gebiedende wijs als een aansporing van het gebruik van alle zintuigen: ‘Kijk toch (…)’, ‘Voel nu (…)’, ‘Hoor dan (…)’, ‘Ruik maar (…)’, ‘Proef nog (…)’.
Naast evenwicht streeft Janssen ook naar variatie en volledigheid: alle zintuigen komen aan bod, net zoals in de onderafdeling ‘De Bomen’ ook elk onderdeel van de boom het onderwerp van een gedicht vormt: Schors, Blad, Vrucht, Bloesem en Stam. Ook in deze boomgedichten blijft de gebiedende wijs gehandhaafd in de beginregel. Elk gedicht bevat twee strofen van twee versregels en hoewel de bomen zelf alleen in de titel van de afdeling genoemd worden, zijn zij het onderwerp van elk gedicht.

Bijzonder en intrigerend zijn de gedichten uit ‘Testbeeld’, die alle geschreven zijn met een kunstenaar en een van diens schilderijen als onderwerp. Bekende en minder bekende namen komen daarbij aan bod: Van Gogh, Pollock, Rubens, om er maar eens een paar te noemen, maar ook Dirk Zoete en Daniël Buren.
Opvallend is dat elk gedicht begint met in de eerste regel een bijzin zonder voegwoord, waarbij de persoonsvorm voorop staat. Het gebruik van het bijwoord ‘dan’, dat de hoofdzin zou moeten inluiden, wordt ook weggelaten, zoals bijvoorbeeld in het gedicht bij het verontrustende schilderij van Andrew Wyeth:

Wyeth – Christina’s World

Kruipt onder haar het gras
tegen haar hunker op,
tast het maaiveld de zitplaats
van haar afwezigheid af,

verzinkt zij in haar weerwil

als de balk in zijn blik.

Een dergelijke bijzin zonder voegwoord of het bijwoord ‘dan’ wordt meestal tot het informele taalgebruik gerekend. Misschien is dat niet het geval in het Belgische taalgebied, want informeel is een adjectief dat allerminst bij Janssen lijkt te passen. Deze ‘informele’ bijzinnen worden ook wel ‘cromazinnen’ genoemd, naar de reclamezin ‘Hou je van vlees, braad je in Croma.’ In de gedichten van Janssen werken deze cromazinnen vervreemdend en raadselachtig, maar ze zijn tevens doortrokken van een poëtische schoonheid. Ze zuigen de lezer het gedicht in, ze plaatsen de gedichten direct in het hier en nu en maken de lezer medeplichtig aan iets waarvan hij de betekenis niet meteen kan duiden.

In de laatste afdeling, ‘Bewolkingen’, zijn de wolken zelf aan het woord, in gedichten van drie versregels die, net als de wolken zelf, steeds anders van vorm zijn: de regels verspringen, waaieren uit en worden afgebroken. Ook hier begint elk gedicht met een ‘cromazin’: de persoonsvorm van de bijzin staat voorop. De titels van deze drieëntwintig gedichten bestaan uit een zelfstandig naamwoord, een begrip uit de wetenschap zoals ‘Vaporisatie’, ‘Absorptie’ en ‘Capaciteit’. Het woord ‘bewolkingen’ zelf is een neologisme.
Het is verbluffend om te lezen hoe de dichter steeds andere woorden heeft gevonden om de wolken en hun vlucht te beschrijven en indrukwekkend hoe hij alle facetten van bewolking beschrijft. Het zijn echter gedichten die weliswaar cerebraal verdienstelijk zijn, maar niet het hart beroeren. Janssen is als dichter een begenadigd vakman, een wetenschapper, die slijpt en schaaft tot er geen woord teveel staat in zijn gedichten. De emotie, die er zeker aan ten grondslag ligt, is niet altijd voelbaar voor de lezer. Dat geldt niet alleen voor de gedichten uit deze afdeling, maar voor de gehele bundel. Het zijn gedichten die keer op keer gelezen dienen te worden om hun betekenis te kunnen ontsluiten, niet alleen met het gevoel, maar ook met het verstand. De balans van Yeats’ oorlogsvlieger wordt bij Janssen het zoeken naar een evenwicht tussen hoofd en hart.
____

Bart Janssen (2020). Bewolkingen en andere gedichten. PoëzieCentrum, 48 blz. € 20,00. ISBN 9789056550684

Geplaatst in Recensies.