Remco Ekkers – Hop over de sofa

Donker en licht

door Herbert Mouwen




De dichtbundel Hop over de sofa van Remco Ekkers eindigt met een kort gedicht, waarvan ik ogenblikkelijk dacht dat het representatief is voor deze bundel die vooral wat de inhoud betreft een grote variëteit aan gedichten bevat. Het merendeel van deze gedichten heeft één eigenschap gemeen: ze dragen allemaal een klein geheim in zich mee. De gedichten geven zich niet in één keer bloot; ze hebben allemaal een of meerdere versregels die zich niet zonder meer laten verstaan of bevatten een naam die in ieder geval even opgezocht moet worden, anders kan je het gedicht niet goed plaatsen. Het laatste gedicht ‘Zwart’ is voor de lezer een eenvoudige leidraad – wellicht is handreiking een beter woord – bij het lezen van de overige gedichten van Hop over de sofa.

Zwart

Een doos die net open is
en dus nog donker.

Deze is al langer open
daar is het licht.

Dat donkere gat daar
daarachter is het licht.

Het is mij duidelijk. De gedichten van deze bundel moet ik opnieuw lezen en misschien daarna nog een keer of meerdere keren, wil ik als lezer de gedichten kunnen begrijpen. Hoe langer je als lezer met een gedicht aan de slag gaat, des te meer is er een kans dat je ‘het licht’ zult zien, want achter het ‘donkere gat daar / daarachter is het licht.’ Uiteraard kan je begrippen als ‘donker’ en ‘licht’ in dit gedicht vanuit een ander of ruimer perspectief interpreteren. In meer gedichten komt de tegenstelling licht-duister voor, zoals in ‘Afwachtend’, ‘Herdenking’ en het hierna geciteerde ‘Elbe bij Dömitz’. Wat het gedicht ‘Zwart’ ook mooi aangeeft, is dat het lezen van een poëziebundel zich in fasen voltrekt en dat het ene gedicht zich eerder laat kennen dan het andere. Het is goed mogelijk dat een gedicht – zoals een doos – voor langere tijd of voorgoed gesloten blijft.

Kenmerkend voor de poëzie van Remco Ekkers is zijn verwondering over de meest uiteenlopende alledaagse zaken, die hij meestal vanuit een origineel standpunt benadert. De basis van de verwondering is een nauwkeurige persoonlijke waarneming van de werkelijkheid. Het gedicht ‘Miljoenpoot doet de Chinese Muur’ begint aldus: ‘Langzaam, sierlijk, met zijn cilindrisch lijf / traag glijdt hij de trappen af, horizontaal / verticaal, horizontaal, verticaal’. De gedichten zijn geschreven in gewone, toegankelijke taal. De dichter vermijdt ingewikkelde zinnen en hoogdravende woorden. ‘Na de rouwdienst’ bestaat vrijwel geheel uit visuele waarnemingen die heel precies in eenvoudige taal zijn weergegeven. Het direct benoemen van de emoties is afwezig. Het verdriet van het afscheid van een overledene wordt al lezende voelbaar tussen de regels, alsook het thema van: het leven gaat gewoon door. Het gedicht begint in medias res: ‘Ook de manager van Albert Heijn / loopt terug naar zijn winkel // waar klanten tomaten kopen en suiker. / De glazen deuren zoeven vanzelf open. // Sommigen lopen terug van de dienst / met zwarte jurken, blote armen. // Anderen in uniformen, een schuiftrompet / onder de arm, pet op het hoofd.’

Op de achterflap van de bundel wordt de lezer gewaarschuwd met de woorden ‘Hop over de sofa lijkt een opgewekte of komische titel, maar er gaat een gruwelijke werkelijkheid achter schuil in het klein en in het groot.’ Het gedicht ‘Aanslag’ gaat over een concrete gebeurtenis, namelijk de aanslag van Boko Haram in de Nigeriaanse stad Damaturu op 25 december in 2011.

Van het meisje van zestien jaar
zijn dit de bommen, kijk er naar
zegt ze, voor ik ze laat ontploffen
hier in Damaturu bij het busstation.

De bedelende kinderen en pindaverkopers
zullen met mij sterven en opgaan
in het paradijs dat Boko Haram
mij heeft beloofd: wat moet ik nog?

Onteerd, beroofd van alles wat me lief was
wat moeten de bedelaartjes verwachten
of die anderen die hier proberen te leven?
Ik ga ze verlossen: nu trek aan het koord.

De lezer herkent de inhoud van het gedicht in eerste instantie als een journalistiek bericht, maar de dichter heeft voor een niet voor de hand liggend perspectief gekozen. Hij geeft in zijn gedicht ‘het meisje van zestien jaar’ het woord en dat heeft een indringend, emotioneel effect op de lezer. Mocht de lezer enigszins afgestompt zijn door dit soort dagelijkse nieuwsberichten, het gedicht krijgt zijn gruwelijke lading, omdat het besef ontstaat dat het hier om een nog zeer jonge vrouw gaat die dader én slachtoffer is. Ekkers’ dichtbundel Hop over de sofa bevat gedichten over China, Groenland, Zwitserland, Noordwest-Groningen en ook een bijzondere reeks over Antonio Vivaldi en andere muzikale onderwerpen. Onder de titel ‘Vier orakels’ zijn in de bundel vier gedichten over vrouwen opgenomen. Ook de natuurkunde is onderwerp, onder andere in de gedichten ‘Onze wereld’, ‘Het juiste moment’, ‘Besturing’ en ‘Ludwig Boltzmann’. Remco Ekkers heeft aandacht voor beeldende kunst en voor antropologie. Aan het slot van de bundel staan nog de prozagedichten ‘Fietsen’ en ‘Monoloog’. Veel gedichten zijn de moeite van het lezen en herlezen meer dan waard.

De stad Dömitz die aan de Elbe ligt, kende tijdens het DDR-regime een specifieke omgrenzing om te voorkomen dat de bewoners zwemmend naar het vrije westen zouden vluchten, naar ‘de overkant’ die ‘leeg, maar vrij’ is. In het gedicht ‘Elbe bij Dömitz’ herkent de lezer in de eerste strofe weer het ‘licht’ en het ‘duister’, de Elbe als grens die de inwoners gevangen houdt en de DDR-soldaten die niet de inwoners beschermen, maar vluchtende bewoners doden. Het tijdsaspect is fraai uitgewerkt in de lijn moment-dag-doorgaan van de tijd. In de avond is er het vreselijke moment van de dood van de vluchteling, die ’s morgens nog in de bakkerij heeft gewerkt en ’s middags gegeten heeft. Dat is gekoppeld aan het doorgaan van de tijd, hier verbeeld door de rivier de Elbe, die ‘stroomt maar door… op weg naar het westen’. Wat mij betreft is dit gedicht een hoogtepunt in de bundel.

Nu kijken naar het woelende, stromende water
met de flikkeringen van licht tussen het duister.

Aan de overkant was het leeg, maar vrij, hoe
zou je daar moeten komen zonder brug of veer?

Hij zwom in een blauwachtig hemd, korte broek
vingers geklemd om een pakje op zijn hoofd.

Hij zwom met één hand, wist te weinig van de stroom.
’s Ochtends werkte hij nog in de bakkerij.

’s Middags at hij het verse brood met kaas en vlees.
’s Avonds sloop hij naar het water, op gympen.

Haalde diep adem, zwom met open mond, tot
de stroom hem greep en hij worstelend werd gezien
door soldaten op een boot die hem overvoeren.

De Elbe stroomt maar door in het licht van de zon
op weg naar het westen, zo lang het duurt.

____

Remco Ekkers (2021). Hop over de sofa. Uitgeverij kleine Uil, 86 blz. € 17,50. ISBN 9789493170421

Geplaatst in Recensies.