Wat Maakt Een Gedicht Goed? (2)

door Truus Roeygens

 

 

 

Plek op vlek op plekje op plek in plaats op

De dichter die naar ons kijkt hij ziet ons en kijkt nog eens goed naar ons: Ben jij de lezer die zegt dat je met open blik kijkt naar de ongeziene diepe put van poëzie? Zeg mij dan eens: wat maakt een gedicht goed?
Wat zal ik hem antwoorden? Aan de rand van mijn woorden?
Een antwoord: Een goed gedicht is zoals het aansteken van een kaars. Het ontstaat waarschijnlijk door het samenvloeien van de twee afzonderlijke elementen: duivelse donkerte en goddelijk licht. In een goed gedicht zitten angstige engelen en allergische duivels samen rond een schrijftafel met houtworm in het midden een vlammende kaars die vunzige muggen moet verjagen. Na afloop worden engelen en duivels samen high van de peuk van kaars.
Een ander antwoord: Bij een goed gedicht zie ik nerven van een pen door het gedicht lopen valt mijn mond open en slik ik per ongeluk een vleugje vlieg door die mijn mond invloog om zich daar te goed te doen aan de kruimel van een traan.
Voor een laatste antwoord kijk ik terug naar de dichter: Een goed gedicht zal iets zijn met de vlam van een traan, met de romigheid van houtworm, met de allergie van een mug, met zwarte inhalige pootjes, met hemel en aarde, van een dichter die zich nederig opstelt en die de taal zijn eigen grootheid laat! Geen wonder dat een goed gedicht moeilijk te verklaren is en zeldzamer aan het worden is. Immers. Wie gelooft nog? Wie vandaag, die zichzelf dichter noemt, stelt zich nog nederig op en laat de taal zijn geloof, onzichtbaarheid, onbereikbaarheid, zijn eigen vrouwelijkheid?
Waar wij zijn is donkerte, geeft het gedicht licht. Spot on, please!

Truus Roeygens, schrijver, dichter, interviewer.

 

foto (c) Alja Spaan, in de voormalige Ringersfabriek, Alkmaar, september 2014

Geplaatst in Column.