Gemist

door Karel Wasch

Hughes en Plath, foto Theodore Anderson

Soms mis je de trein of een afspraak bij de tandarts. Dat laatste meestal expres. Mijn lievelingsdichter is en was Ted Hughes (1930-1998). Hughes tovert met taal, bulkt, streelt en fluistert. Hij was bijna nooit in Nederland dus kon ik hem daar niet zien optreden. Zijn biografieën gaan vaak vooral over zijn ongelukkige verhouding met vrouwen. Zo huwde hij de veel jongere studente Sylvia Plath. Hughes was in die tijd hoogleraar in Cambridge in de antropologie.
Hij wist dat Sylvia uit een vreemd Amerikaans nest kwam. Haar vader was godsdienstwaanzinnig en er waren ook geruchten over incest.
Hughes zag haar meer als een leuke vlam, maar ze kregen al snel kinderen en de labiliteit van Plath nam groteske vormen aan.

Men leze haar biografie Rode Komeet van Heather Clark. Of de roman Jij zegt het, waarin Palmen de verhouding schetst en Hughes een stem geeft.
Plath was aanvankelijk niet zo bekend in literaire kringen maar dat veranderde toen haar depressieve maar o zo knap geschreven verhalen en gedichten (o.a. Ariel, gedichten en The Bell Jar, proza) de markt veroverden. En ze de ene na de andere prijs kreeg.
Haar verhouding met Hughes bereikte helaas een dieptepunt en in 1963 draaide ze de gaskraan open en pleegde zelfmoord met haar kinderen in de andere kamer. Ze sliepen.

Uit Stop crying Wolf:
‘Jij was te zwaar belast. Ik zei niets./ Ik zei niets. De man van steen maakte soep. / De brandende vrouw dronk ze op.’

In de jaren ’90 logeerde ik bij een vriend in Blackpool en tot mijn grote verrassing zou de door mij geadoreerde Ted Hughes optreden verderop in een plaatselijke bibliotheek. Hij was voorgedragen voor de positie van poet laureate in 1984 omdat John Betjeman was overleden. De poet laureate staat in Engeland direct onder de kroon en moet een aantal keer per jaar een gedicht leveren bij een bijzondere gebeurtenis. Een erebaan. Intussen had ook zijn tweede vrouw Assia Wevill zichzelf gedood, op bijna dezelfde manier als Sylvia dat had gedaan. Voor de gelegenheid had ze zelfs Sylvia’s kleren aangetrokken, ook doodde ze het kind dat ze van Hughes had gekregen. Na deze gebeurtenis werd Ted Hughes door hordes dames aangevallen. Het was zijn schuld allemaal. Later werd zelfs zijn graf beklad.

Mijn gastheer, in het bezit van bijna alle bundels van Hughes schonk die middag de tumblers flink vol met oude gerijpte whisky. We hadden nog tijd genoeg immers, de bus ging in een uur naar mijn bestemming en Hughes zou om 19.00u optreden. Na een aantal glazen excuseerde ik mij en ging terug naar het hotel. Zo’n Victoriaans geval met eieren en spek bij het ontbijt. Ik besloot even te gaan liggen.

Had ik dat maar nooit gedaan!!?? Precies om 20.30u ontwaakte ik, met een knallende koppijn. Omdat er geen bus kwam en mijn gastheer al weg was, besloot ik in een taxi te springen. De rit duurde lang.
Veel te lang. Hughes was al weg. En een man die in de local pub zat, vertelde mij dat zijn optreden fabulous was geweest. Dat wilde ik graag geloven. Maar ik had het gemist. In Nederland teruggekeerd las ik Birthday Letters nog eens. De bundel van Hughes, die bijna uitsluitend over Plath gaat. Na haar dood gepubliceerd. Een schrale troost, maar wel schitterende verzen. Veel brieven van Hughes zijn in de serie Privé Domein gepubliceerd.

Bezoek

‘Tien jaar na je dood / Kom ik op een bladzij van je dagboek, als nooit tevoren, / De schok van je blijdschap tegen / Toen je hiervan hoorde. Daarna de schok / Van je gebeden. En onder die gebeden je panische angst / Dat bidden het wonder niet tot stand kon brengen, / En toen, onder de paniek, de nachtmerrie / Die kwam aanrollen om je te verpletteren: / Je alternatief – de ondenkbare / Oude wanhoop en de nieuwe kwelling / Samensmeltend in één vertrouwde hel.’

(Uit: Birthday Letters ,Verjaardagsbrieven, vertaling Peter Nijmeijer)

Hughes, foto Mitch Enfield

 

Geplaatst in Column.