Babs Gons – doe het toch maar

Het hart verstaat alle talen

door Herbert Mouwen




Babs Gons is een idealistische dichter met oog voor haar eigen maatschappelijke positionering en met een grote sociale betrokkenheid. Vooral via de gesproken poëzie probeert ze de mensen te bereiken en met hen te communiceren. De menselijke stem is voor haar het instrument bij uitstek dat mensen kan verbinden. Daarbij ondersteunt ze in haar performances de voordracht van haar gedichten met handgebaren en mimiek. Het bezoeken van een spoken-word-voordracht van haar is een bijzondere ervaring. De vorm van haar poëzie kenmerkt zich onder andere door stijlfiguren als de repetitio en de tegenstelling. Bovendien zijn rijmvormen als assonantie en alliteratie veelvuldig aanwezig. Vooral bij de spoken-word-voordracht bepalen deze stijlkenmerken de toon en de sfeer van de poëzie, die vooral de inhoud van de gedichten moeten versterken. Sommige gedichten van Babs Gons hebben een litanieachtige vorm, waarbij de reactie van het publiek weliswaar ontbreekt, maar waarbij je als luisteraar of lezer de neiging hebt hardop te beamen van wat zij in een gedicht aan de orde stelt. Andere gedichten zijn pamfletten tegen wantoestanden als het opgroeien zonder vader, de angst voor borstkanker en het verzaken van je stemplicht of het zijn beschouwingen over het moederschap, het dichterschap en de taal. In doe het toch maar is het gedicht ‘Polyglot’ dat zij publiceerde ter gelegenheid van de Boekenweek 2021 opgenomen. De openingsverzen zijn:

ik leerde de ene taal na de andere
die van de nette kleren
die iets van je huid compenseren
van de woorden verzorgd tot in de puntjes
die je iets lijken te vergeven

de taal van opgeheven hoofd en rechte rug
en net doen alsof
niemand je kan raken
de taal van wie denkt ze wel niet dat ze is
wie denk ik wel niet dat ik ben

Het gedicht is een mooi voorbeeld van lezers bewust maken van wat de rol van de taal en de dichter is in het menselijk leerproces. Als dichter stelt Gons zaken aan de orde zonder expliciet moralistisch te zijn. Het opsommende en zich herhalende karakter en een rijmvorm als alliteratie (‘opgeheven hoofd en rechte rug’) zijn herkenbaar. Het gedicht eindigt prachtig: ‘de taal zo kaal / dat ze je niets geeft om je mee te bedekken // maar het liefste is me / de taal die me zo blootlegt / als mijn huid maar toelaat’

Het titelgedicht ‘doe het toch maar’ komt driemaal (I, II en III) in de bundel voor. Het is een kleine reeks gedichten, waarvan het eerste gedicht gaat over het stimuleren van de ambities die je zelf hebt: ‘doe het toch maar / zeg dat maar tegen jezelf / op die momenten dat je niet meer weet / waar je het voor doet’. Het tweede gedicht, dat de ondertitel ‘ode aan de strijders’ heeft, gaat in op de beledigingen, racistische opmerkingen, kleineringen en intimidaties die de dichteres – die zichzelf in het gedicht toespreekt met je – ondergaat en hoe ze zich hiertegen moet verweren. Het derde gedicht uit de reeks is een (voorlopige) afsluiting van de bundel. Het begint met ‘als ode aan het leven / aan de liefde / aan de tegenzin / aan de twijfel // doe het toch maar / als verzoeking / aanmoediging’ en dan waaieren de woorden als ‘verzetten’, ‘aankaarten’ ‘blootleggen’, ‘vingers op zere plekken leggen’ uit over de dubbelpagina.

De bundel bevat nog twee opvallende gedichten. Het is eerste is ‘miss Toni Morrison’ en het tweede is een brief in dichtvorm, met de titel ‘beste Wisława Szymborska’. In de vorm van een prozagedicht uit de dichter haar bewondering voor de auteur Toni Morrison, die in 1993 de Nobelprijs voor Literatuur ontving. Dit briefgedicht is gericht aan Toni Morrison en daarin bespreekt Babs Gons de betekenis voor haar van de kwetsbare Pecola Breedlove, de hoofdpersoon van haar roman The Bluest Eye (1970) die als zwart meisje van elf jaar gelooft dat het hebben van blauwe ogen haar mooi maakt. Pecola wordt in het gedicht ‘s avonds een maatje van de zeventienjarige ik-figuur met wie ze in gesprek raakt. In de brief aan Wisława Szymborska beschrijft ze dat ze tijdens haar verblijf in Warschau door de mensen in haar omgeving wordt gediscrimineerd. Ze put moed uit haar woorden: ‘niets gebeurt tweemaal / en niets zal tweemaal gebeuren / niet een dag keert ooit terug / twee nachten zijn nooit identiek’. Deze woorden van uniciteit leidt bij Babs Gons tot het fantaseren en bedenken van een andere wereld die ze in een schrift in dichtvorm opschrijft. Ze creëert zelfs een ‘tweelingzus / die uit mij was gegroeid tegen de eenzaamheid’. De dichter gaat na twintig jaar terug naar het moderne Polen en stuurt Szymborska een brief, die begint met de aanhef: ‘Mevrouw Wisława Szymborska, u bent de mooiste papieren God die ik ken’. En de laatste strofe in dit fraaie briefgedicht dat een hoogtepunt in de bundel is, luidt:

En als ze me vragen hoe het was in Polen, dan zeg ik:
Daar leeft een dichter, tussen de pagina’s van de straten. Ze beziet en
bedenkt de wereld, ze voorziet haar van een warme jas, als deze te koud is.
Ze schept deze naar haar onsterfelijke hand. Ze stelt gerust.
Of soms zeg ik: Het is daar lang niet zo koud als je denkt.

De bundel doe het toch maar behoort tot de beste bundels die de laatste jaren zijn verschenen. De verzorging van de bundel is eigenzinnig. Op verschillende bladzijden zijn penneproeven afgebeeld: even krassen met de pen om te zien dat hij schrijft. Het proberen lijkt een verwijzing naar de Middeleeuwse probatio pennae, waarin de schrijver een ganzenveren pen testte of deze naar behoren schreef. Het ‘voorwoord’ en haar biografische gegevens (‘ten slotte nog iets over mij’) krijgen van Babs Gons een strofevorm. De biografie in dichtvorm heeft Gons geschreven vanuit het perspectief van haar zoon Cuba, aan wie de bundel is opgedragen. In deze bundel heeft zij van elke tekst poëzie gemaakt. Het is poëzie in een gewoon alledaags taalgebruik, in de spreektaal. De titel is veelzeggend: ‘doe het toch maar’. Gewoner kan een titel niet zijn. In Gons’ gedichten is het aanpassen aan situaties waarin ze terecht kunt komen een thema dat voortdurend terugkeert, maar nergens valt te twijfelen aan haar kracht en haar oprechtheid. Gons is een dichter met een sterke eigen identiteit die zich een persoonlijk doel gesteld heeft en dit helder verwoordt, zoals een ander citaat uit ‘doe het toch maar I’ aangeeft:

om de beelden uit je hoofd te vertalen
en verhalen te vertellen
die zich door je huid
een weg naar buiten dringen

____

Babs Gons (2021). doe het toch maar. Atlas Contact, 96 blz. € 20,00. ISBN 9789025470401

Geplaatst in Recensies.